Naar een betere bolling; Bij presbyopie speelt de ooglens de hoofdrol

TOT NU TOE was onbekend waardoor ouderdomsverziendheid wordt veroorzaakt. Volgens dr. A.P.A. Beers, oogarts in opleiding aan het VU-ziekenhuis, is het een gevolg van een verminderde soepelheid van de ooglenzen, die daardoor steeds minder goed accommoderen. Deze verminderde elasticiteit kan bovendien een voorstadium van staar zijn.

De resultaten van een unieke echografische meetmethode, die Beers tijdens zijn promotie-onderzoek gebruikte, kunnen worden toegepast bij de ontwikkeling van vervangende, accommoderende ooglenzen na een staaroperatie. Hiernaar wordt in Japan en de Verenigde Staten veelbelovend onderzoek gedaan. Accommodatie is het scherp stellen van het oog, waarbij de lens boller of platter wordt. Hierdoor kunnen objecten op verschillende afstanden scherp worden waargenomen.

Met het ouder worden vermindert het vermogen van de ooglens om boller te worden. Daardoor komen, bijvoorbeeld met lezen, letters niet meer op het netvlies terecht, maar erachter en het beeld wordt onscherp. Dan wordt het tijd voor de leesbril, die bijna iedereen na het 45ste levensjaar nodig heeft. Tweederde van alle brilrecepten over de gehele wereld wordt voorgeschreven voor het accomodatieprobleem presbyopie. Niet duidelijk was waardoor presbyopie werd veroorzaakt: afwijkingen in het ophangsysteem of in de lens zouden ervoor verantwoordelijk kunnen zijn. De ooglens is door middel van draagbanden opgehangen aan het vaatvlies. Deze draagbanden zijn halverwege verankerd aan de accommodatiespier naast de lens. De draagbanden trekken de lens, die in rust bolvorming is, platter. Wanneer met behulp van de accommodatiespier de draagbanden worden gevierd, wordt de lens uit zichzelf weer boller.

Beers toonde in zijn onderzoek On the mechanism of accommodation waarop hij onlangs aan de VU promoveerde, aan dat bij presbyopie de ooglens de hoofdrol speelt en niet het ophangsysteem. Hij onderzocht de relatie tussen de duur van de accomodatie en de leeftijd en kwam tot de ontdekking dat de ogen bij het ouder worden trager accommoderen. Dat is niet alleen het geval bij accommodatie van veraf naar dichtbij, maar ook omgekeerd. Dit wijst erop dat bij presbyopie de elasticiteit van de lens het belangrijkste is.

SUBTIELE MEETMETHODE

Doordat een ooglens bij het accommoderen hooguit een halve millimeter dikker wordt, was voor dit onderzoek een subtiele meetmethode nodig. Gebruikt werd de door Beers' copromotor G.L. van der Heijde ontwikkelde Continue Ultrasonografische Biometrie. Deze echografische meetmethode is geschikt om minieme veranderingen in het oog te meten, zonder daarbij beïnvloed te worden door oogbewegingen. De methode kan volgens Beers en Van der Heijde ook goed in het ziekenhuis worden gebruikt bij aanvullend onderzoek naar andere accommodatieproblemen dan presbyopie.

De lens bestaat geheel uit cellen van ongeveer 1 centimeter lang, die van de voorkant van de lens naar de achterkant lopen. Deze cellen grijpen in elkaar als een soort ritssluiting. Zij bestaan uit een vloeistof, waarin zich het het skelet van de cel, het zogenoemde cytoskelet, bevindt. Het geheel is omgeven door een membraan. De veerkrachtigheid van de cel wordt veroorzaakt door het cytoskelet. De regelmatige rangschikking van de cellen zorgt ervoor dat de beelden scherp op het netvlies kunnen komen. De geluidssnelheid in de lens wordt voornamelijk bepaald door de vloeistof. Bij 20 onderzochte proefpersonen tussen 15 en 45 jaar bleek de geluidssnelheid hetzelfde. De oorzaak van presbyopie zou dus moeten worden gezocht in de verandering in de elasticiteit van het cytoskelet en de membranen.

Beers' onderzoek zou kunnen leiden tot een nieuw onderzoek naar de oorzaak van staar als gevolg van de verminderde veerkracht van de cellen. Beers: “Door veranderingen in het cytoskelet en membranen ontstaat niet alleen presbyopie, maar ook de voor staar kenmerkende troebeling van de lens. Er lijkt dus een verband te bestaan tussen beide afwijkingen en ik denk dat het zinvol is die mogelijkheid te onderzoeken.”

Bij een staaroperatie worden de troebel geworden cellen verwijderd en vervangen door een kunststof lens. Deze lens vervangt de optische eigenschappen van de oorspronkelijke lens, maar niet de mechanische. De kunstlens kan, doordat hij niet kan worden vervormd, onmogelijk accommoderen. In Japan en in de Verenigde Staten wordt proefdieronderzoek gedaan naar vervormbare kunstlenzen, niet te verwarren met de flexibele, opvouwbare lenzen, die bij een operatie gemakkelijker in het oog kunnen worden gebracht. Voor de accomoderende kunstlenzen worden elastomeren gebruikt, heldere materialen die bij vervorming vanzelf weer terugveren in de oorspronkelijke stand.

Door het onderzoek van Beers is duidelijk geworden dat het ophangmechanisme van de lens goed blijft werken. Met behulp van accommoderende kunstlenzen zou het oog na een staaroperatie dus bijna weer in de oude staat kunnen worden gebracht. De vraag is nu ook welk soort polymeer het beste aansluit op het trekmechanisme. Beers en Van der Heijde zijn van mening dat de door hen gebruikte berekeningsmethodiek kan worden gebruikt om de juiste flexibiliteit van de te onderzoeken lenzen te bepalen.