Moleculair telraam veel rumoer om niet meer dan een plaatje

Steeds vaker wordt tegenwoordig rondom de publicatie van wetenschappelijke resultaten zo veel ophef gemaakt, dat de wetenschappelijke inhoud bijna ondergeschikt lijkt aan de eisen die een flitsende presentatie stelt.

Zolang je er als wetenschapper maar in slaagt je onderzoek te verkopen, heb je het goed gedaan en zijn je fondsen voor een zekere tijd veilig gesteld. Plaatjes helpen daarbij enorm. Zelfs bladen als Nature en Science werken er al te graag aan mee: ook zij zijn gebaat bij een in het oog vallende afbeelding op de cover. De Scanning Tunneling Microscoop (STM) en aanverwante technieken zijn dankbare instrumenten: wat is mooier dan atomen en moleculen live te kunnen waarnemen? Om op te vallen moet je tegenwoordig toch minstens op moleculaire schaal iets in elkaar weten te zetten: nanotechnologie is dan het toverwoord.

Onlangs presenteerden onderzoekers van het IBM-laboratorium in Zürich onder veel publicitair gedruis een moleculair telraam (Applied Physics Letters,11 november). Gebruik makend van de tip van een STM was men er in geslaagd om buckyballen - nog zo'n hype-molecuul - langs de atomaire stapranden op een koperoppervlak te schuiven. 'A landmark experiment', zo was in Science te lezen, dat zou kunnen leiden tot data-opslag met oneindig veel grotere capaciteit dan de chips en harddisks van tegenwoordig. Het bijbehorende plaatje - een slimme compositiefoto - laat inderdaad een rijtje hobbels zien waarbij er elke volgende rij een is verschoven.

Maar zoiets konden we toch al lang? Al in 1990 werden in een ander IBM-laboratorium xenon-atomen zo in de vorm van een IBM-logo gerangschikt. Om de atomen stil te houden moest dat allemaal bij een ijzige 270 graden onder nul plaatsvinden en dat blijkt nu niet meer nodig, zo wordt overal trots vermeld. De affiniteit van de buckyballen voor de stappen op een koperrooster is zo groot dat ze ook bij kamertemperatuur netjes blijven liggen. Dat is alles.

Om met behulp hiervan een werkend geheugen te fabriceren mag dan 'makkelijk voor te stellen' zijn - zoals een van de auteurs het in Science (15 november) uitdrukte - maar het is heel moeilijk te realiseren. Daarvoor zouden er 'smalle groeven [moeten] worden geëtst op een koperoppervlak, waar precies een buckybal in kan...', waarna een STM-tip deze heen en weer kan schuiven. Of dat de computer in kan, is zeer twijfelachtig. Zelfs wanneer men erin slaagt om vele tips - samen met de benodigde elektronica! - op een klein oppervlak bij elkaar te krijgen, iets waar inderdaad hard aan gewerkt wordt (Science, 1 nov.), lijkt een geheugen op basis van schuivende moleculen een utopie.