Kind sport in Rotterdam minder

ROTTERDAM, 23 NOV. Rotterdamse kinderen sporten minder dan andere kinderen in Nederland. Bovendien speelt een kwart van hen nooit buiten. Dat blijkt uit een enquête over de vrijetijdsbesteding van de Rotterdamse jeugd.

Landelijk sport ongeveer de helft van de jeugd bij een vereniging. In Rotterdam is dat maar 38 procent. Opvallend is bovendien dat de laatste twee jaar het aantal jeugdleden bij sportverenigingen gestaag afneemt. Vooral gymnastiek, handbal en badminton zijn grote verliezers.

Bij het buitenspelen is het probleem dat door het zogenoemde compacte bouwen de bewegingsvrijheid van kinderen in de leeftijd van 4 tot 11 jaar sterk achteruit gaat. Kinderen die wel buitenspelen, doen dat bij een kinderboerderij, het zwembad, het wijkgebouw, de sporthal, het sportveld of de speelplaats. De 12- tot 15-jarigen “spelen” het meest op straat, het plein, of het park in de buurt.

Rotterdam vindt het noodzakelijk de jeugd meer in beweging te brengen, omdat uit onderzoek is gebleken dat kinderen die weinig bewegen, als volwassenen ook weinig bewegen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat een gebrekkige motoriek een nadelige invloed heeft op de psycho-sociale ontwikkeling en op het leerproces van het kind. Komende week zal de gemeente bespreken hoe de inrichting van pleinen kan worden verbeterd om het buitenspelen te stimuleren.