Jacht (3)

In een gedegen artikel belichtte Hans Steketee in deze krant de jacht van alle kanten. Het viel me op dat Dierenbescherming en Stichting Kritisch Faunabeheer nog steeds zeggen dat 'de meerderheid' van de bevolking tegen de jacht zou zijn, terwijl de enquête van april 1993 waarop men die cijfers baseert, drie dagen later door de professoren Segers, Bijnen en Van de Veer als niet-wetenschappelijk werd afgedaan. (“Ik sta er sceptisch tegenover.”)

Uit een onderzoek door het bureau Motivaction uit december 1995 komt naar voren: “Eenderde van de respondenten acht het jagen op wild (zeker) niet toelaatbaar (33%), 28% houdt er een neutrale mening op na en 37% van de respondenten acht het jagen op wild (zeker) toelaatbaar.”

Daarbij wordt door het bureau aangetekend dat mensen uit de minder verstedelijkte gebieden de jacht toelaatbaarder achten dan bewoners van meer verstedelijkte gebieden. Juist hierin ligt ons inziens tevens een deel van de oorzaak van de misverstanden over de jacht. In het artikel zegt de minister dat hij een duidelijke plaats ziet voor de jacht. Dat moet dan wel omschreven worden in de Flora en Faunawet. Tot op heden werden door de overheid alleen maar beperkingen aan de jacht opgelegd die de natuur niet ten goede komen. Vorige week zaterdag was in de pers nog te lezen dat door gebrek aan toezicht de helft van de reeënpopulatie in de Biesbosch door stroperij was uitgeroeid.

De minister wijst de jagers er terecht op, iets te doen aan het gebrek aan kennis van de natuur en de jacht bij het publiek. De afgelopen tijd heeft de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging daar reeds veel energie in gestoken en met succes: inmiddels weet vrijwel iedereen dat jagers in hun veld meer doen dan schieten alleen.

    • Z.W.G. Lulof Voorlichter Knvj Amersfoort