Jacht (1)

In het artikel 'Het haas als delfstof' (Z 16 november) doet de heer Poutsma van de Stichting Reeënbeheer Nederland een aantal uitspraken over de reeënpopulatie in De Wieden. Poutsma stelt dat reeën ongeschikt zijn voor een laagveenmoeras en dat veel volwassen reeën en alle reekalveren in De Wieden op het randje van de hongerdood balanceren.

Als beheerder van De Wieden hebben wij een andere mening. Poutsma heeft vastgesteld dat het vetgehalte in het beenmerg van de reeën te laag is. Daaruit concludeert hij dat de dieren in slechte conditie zijn. De observaties van onze mensen in het veld wijzen echter helemaal niet in die richting. Zelfs in de zeer koude winter van vorig jaar was de sterfte onder de reeën niet hoger dan wat als normaal mag worden beschouwd. De reeënpopulatie in De Wieden maakt een gezonde indruk en breidt zich gestaag uit. Dat De Wieden een 'laatste toevluchtsoord voor outcasts onder de reeën' zou zijn, zoals Poutsma beweert, lijkt ons dan ook onjuist.

In een uitgestrekt gebied als De Wieden, met zijn afwisselende (gemanagede) vegetatie kan een populatie reeën uitstekend gedijen zonder bemoeienis van de mens. Natuurmonumenten voelt dan ook niets voor een regulering van het aantal reeën door middel van afschot. Dat betekent overigens niet dat er nooit een ree wordt geschoten in De Wieden. Vinden we een duidelijk ziek of een aangereden ree, dan wordt het dier afgeschoten. Daarvoor heeft Natuurmonumenten een permanente vergunning en van die vergunning maken we gebruik als dat nodig is.