Het uniform heeft zijn hemelse glans verloren; Het leger deserteert uit Israel

De vrede heeft het Israelische leger geen goed gedaan. Na de Zesdaagse oorlog stonden ouderen in de bus op voor soldaten. Nu proberen steeds meer jongeren onder de dienstplicht uit te komen. Het leger komt zo steeds verder af te staan van de samenleving en verkeert onder de toenemende invloed van nationalistisch- religieuze stromingen. Er wordt al openlijk gespeculeerd over een staatsgreep.

'Wat weet jij van het jodendom af? Kom op, zeg het!” De soldaat voor het graf van Abraham en Sarah in Hebron blijft onverstoorbaar. Evenals honderdduizenden immigranten vóór hem, is deze Ethiopische jood in de smeltkroes van Tsahal, het leger, Israeliër geworden. Aan zijn uniform ontleent hij zijn zekerheid. De beledigingen die vijf opgeschoten studenten van een jesjiwe (religieus instituut) uit Jeruzalem op hem afvuren, raken hem niet. “Je weet het natuurlijk niet.” Met een brede lach antwoordt hij zijn uitdagers: “Natuurlijk ben ik jood. Een joodse soldaat in Israel.”

Vanouds is het leger de bindende factor in de gefragmenteerde samenleving van Israel. Iedere Israeliër is in principe dienstplichtig, mannen drie jaar, vrouwen twee. Sabres, in Israel geboren jongeren, dienen samen met kersverse immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie in gevechtseenheden en smeden vriendschapsbanden voor het leven. Soldaten-meisjes ontmoeten tijdens hun diensttijd in het leger vaak hun huwelijkspartner. Hand in hand kuieren ze - als het dienstrooster het toelaat - door drukke winkelstraten of langs het strand, het geweer losjes over de schouder.

Maar sinds het oorlogsgevaar is geweken, is de generaals het lachen vergaan. Zij maken zich minder zorgen over de stootkracht van de Arabische legers dan om de dalende motivatie van de in welvaart opgroeiende jongeren. Steeds meer reservisten onttrekken zich aan herhalingsoefeningen. Soms verlaten soldaten hun stellingen in de killing fields van zuid-Libanon. Toenemend drugsgebruik in de barakken en bemoeienis van ouders met het wel en wee van hun kinderen in uniform zijn tekenen van het verdwijnende Spartaanse imago van Israels strijdkrachten. “Als een soldaat deze dagen een schram oploopt, reageren de ouders alsof hij zijn hand heeft verloren”, klaagt luitenant-kolonel Ron Stern.

Soldaat Yaacov raakte zwaargewond tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967. “Het is mijn droom dat mijn zoon Uri als lochem (strijder) in een Israelische elite gevechtseenheid zal dienen. Ik wil trots op hem zijn. Zelf was ik een sterk gemotiveerde soldaat. Ik kwam in een rolstoel te zitten toen, aan het front in de Sinaï-woestijn, een Egyptische granaatscherf in mijn ruggewervel drong. Ik besef dat Uri zou kunnen sneuvelen. Maar dat is ons lot in Israel. Zonder Tsahal, het leger, is het voortbestaan van ons land niet denkbaar. Daarvoor moeten we bereid zijn offers brengen.”

Het zal zo'n twaalf jaar geleden zijn dat Yaacov met rotsvaste zionistische overtuigingskracht deze monoloog tegen mij afstak. Uri duwde de rolstoel en was nog te klein om veel van de nationalistische opofferingsgezindheid van zijn vader te kunnen begrijpen. Een maand geleden stond Uri lachend met een vriendje naast de nieuwe auto van zijn moeder, die hij een paar weken eerder bijna total loss had gereden. De veters van zijn basketballschoenen sleepten over de grond. Zijn broek hing wat laag en zijn haar was hip opgeknipt. “Ik ben er uit” zei hij. “Ik heb me ongeschikt voor verdere militaire dienst laten verklaren. Een paar kunstjes en het was bekeken. Nu ga ik lekker geld verdienen.”

Hij vertelde het zonder schaamte, de gewoonste zaak van de wereld. Zijn Israel is niet dat van zijn verlamde vader. Aviv Geffen, Israels populairste, anti-militaristische popster, is Uri's held. Diens liedjes over liefde en vrede strelen zijn oren, niet de zionistische ballades. In de tijd dat zijn vader in de duinen en woestijnen door brullende sergeants tot een staalharde soldaat werd gesmeed, was het gedrag van Uri anno 1996 een onbeschrijfelijke schande geweest, met ernstige maatschappelijke gevolgen. Met 'profiel-21' of een andere indicator voor militaire ongeschiktheid als Kaïnsteken op het voorhoofd had hij weinig kans op een fatsoenlijke baan gehad. Het militair dossier had hem achtervolgd als een levenslange gevangenisstraf.

Dat is allemaal veranderd. Het Hooggerechtshof in Jeruzalem heeft bepaald dat zelfs de overheid geen toegang meer heeft tot het militaire dossier van sollicitanten voor overheidsbanen.

Nieuwe supermannen

'Profiel-21' is geen schande meer omdat Israel bijna dertig jaar na de zege in de Zesdaagse oorlog in juni 1967 op de legers van Egypte, Syrië en Jordanië het kleed van een geëngageerde, zionistische samenleving bijna heeft afgelegd. Soldaten en zelfs hoge officieren steken zich bij thuiskomst gauw in burger omdat het uniform zijn eens bewierookte status heeft verloren. In de ogen van veel burgers zijn beroepsmilitairen met hun opgeschroefde salarissen en reeksen voorrechten zelfs uitzuigers van de schatkist.

De tijden zijn voorbij dat soldaten met liefde voorrang kregen in de lange rijen voor de bioscoop. In bussen stonden na de 'hemelse zege' tijdens de Zesdaagse oorlog in 1967 zelfs ouderen op voor de supermannen van het zionistische ethos. Dat gebeurt nooit meer. In dertig jaar heeft Tsahal wegens Israels omstreden oorlogen en de strijd tegen de Palestijnse intifadah zijn glans als pronkstuk van de Israelische samenleving verloren.

Anno 1996 volbrengt een kwart van de dienstplichtige soldaten om uiteenlopende redenen van medische, psychologische en sociale aard niet de 36 maanden durende dienstplicht. Zeventien procent komt niet door de keuring of wordt om religieuze redenen van het vervullen van de dienstplicht vrijgesteld. En de dienstplichtige militairen zeggen steeds vaker dat ze niet willen sneuvelen voor de verdediging van Israëliers die zich - met een beroep op God - aan de dienst onttrekken.

Zelfvervulling is een aanvaardbare norm geworden als gevolg van de razendsnelle transformatie van een zionistische, socialistische maatschappij tot een hedonistische, kapitalistische samenleving. De curve van de motivatie om te dienen beweegt zich ook onder de invloed van de vredeshoop in dalende lijn - niet te dramatisch, maar toch duidelijk genoeg om de generaals zenuwachtig te maken. Het oude zionistische adagium dat “het goed is voor het land te sterven” spreekt de dienstplichtigen, die met MacDonald's, Madonna en Michael Jackson opgroeien, niet meer aan. En als een soldaat toch nog sterft, hoeven de nabestaanden niet langer in de grafsteen te beitelen dat hij “viel bij vervulling van zijn plicht”. Hiermee besliste het Hooggerechtshof dat ouders het recht hebben op de grafstenen van hun gesneuvelde zonen persoonlijke gevoelens tot uitdrukking te brengen en zich niet meer hoeven te conformeren aan de standaard legertekst.

“Vrede is het ergste voor het leger”, zegt luitenant-kolonel Ron Stern van de legerplanning. De motivatie begon volgens hem af te nemen door de schok van de Grote Verzoendagoorlog in 1973. Er sneuvelden tegen de vierduizend soldaten toen de legers van Egypte en Syrië het onoverwinnelijk geachte Israelische leger verrasten. Had chefstaf luitenant-generaal Chaim Bar-Lev een jaar eerder niet gepocht dat het Egyptische leger nooit in staat zou zijn het Suezkanaal over te steken? Toen dat wel gebeurde en het Syrische leger bijna aan het meer van Tiberias stond, was de ontluistering groot.

De blinde overmoed op het slagveld en later de erosie van de nationale consensus over de Libanese oorlog (1982-1984) scherpten het motivatieprobleem aan. De Palestijnse volksopstand, de intifadah, die vijf jaar later uitbrak deed er een schepje boven op. De gewapende strijd tegen stenen gooiende Palestijnse jongeren en vrouwen had een demoraliserend effect op het Israelische volksleger.

Militair geheim

Tot begin dit jaar kwam de daling van de motivatie in officiële statistieken van het leger vrijwel niet tot uitdrukking. De waarheid werd als een 'militair geheim' verdoezeld of statistisch gemanipuleerd. Precies een jaar na de politieke moord op premier Yitschak Rabin heeft chefstaf luitenant-generaal Amnon Lipkin-Shahak echter het vizier afgeworpen en de vinger op de zere plek gelegd. Hij onthulde het “benauwende” uit elkaar groeien van het leger en het volk. Luitenant-generaal Lipkin-Shahak las zijn zorgvuldig opgestelde rede uit een zwart rouwboek tijdens een van de vele herdenkingsplechtigheden voor Yitzhak Rabin. Zelfs in uniform leek hij met zijn krullende grijze haren en leesbrilletje meer op een professor dan op één van Israels moedigste soldaten.

“Yitzhak”, zei hij “onze maatschappij is anders geworden. In de draaikolk van emoties en verwarring waarin onze maatschappij is terecht gekomen verliest Tsahal, het leger ter verdediging van Israel, dat je naar overwinningen leidde en waarvan je zoveel hield en waarin je geloofde, zijn status. Wat liggen de dagen toch ver achter ons waarin het uniform van Tsahal een bron van trots en eer was. Deze dagen beschouwen velen iemand die op de beurs succes heeft, in onroerend goed doet en wiens paspoort de stempels heeft van ski-vakanties in het buitenland, als de geslaagde Israeliër. Desertie is al geen smet meer op het leven van de deserteur en de bereidheid om bij te dragen door vrijwillige dienstneming krijgt niet meer de juiste waardering.”

Lipkin-Shahak ging nog verder: “De ideologische splitsing in de Israelische samenleving, het sektarisme, de onverschilligheid en opportunisme vreten aan het hart van de consensus”, zei hij. “Ze hebben Tsahal als een boksbal in het centrum van het strijdtoneel geplaatst.”

Vertrouwenscrisis

Sedert reserve-kapitein Benjamin Netanyahu premier van Israel is geworden is de spanning tussen de nationalistische Likud-regering en de generale staf ontaard in een vertrouwenscrisis. Netanyahu vertrouwt er op dat deze spanningen de gevechtskracht van het leger niet aantasten omdat hij “weet” dat de rangen in geval van oorlog zich in Israel altijd automatisch sluiten. Uzi Landau, de felle Likud-voorzitter van de belangrijke parlementscommissie betitelde de generaals zelfs als “de lakeien van het vorige bewind”.

Premier Netanyahu sluit stelselmatig de generale staf van de politieke besluitvorming uit. In zijn obsessieve solo hield premier Netanyahu zelfs de minister van defensie Yitzhzak Mordechai buiten de besluitvorming over de opening van de archeologische tunnel in oost-Jeruzalem eind september. Als gevolg daarvan braken zeer ernstige Israelisch-Palestijnse onlusten uit en kwam het voor de eerste maal tot schietpartijen tussen Israelische soldaten en Palestijnse politieagenten.

Brigade-generaal Oren Shahor, de militaire onderhandelaar met de Palestijnen, is het laatste slachtoffer van wat oud-premier Shimon Peres “de heksenjacht van Netanyahu op het leger” noemt. Hij werd abrupt aan de kant gezet toen de krant Ma'ariv een foto op de voorpagina zette van zijn ontmoeting, onder de bescherming van de duisternis, met de socialistische oppositieleider Peres. Een anonieme generaal vertelde de krant Ha'arets dat de sfeer tijdens bijeenkomsten van de generale staf om te snijden is. “Generaals zijn nu bang om met parlementsleden of met de pers te spreken. Ze verdenken Netanyahu ervan hun militaire carrières te willen breken om jongere officieren te promoveren die zich met zijn nationalistische politiek identificeren”, zei hij.

Netanyahu hanteert het argument dat politiek en leger terwille van de kwaliteit van de democratie van elkaar moeten worden gescheiden. Volgens zijn critici een schijnargument om zijn positie als de eerste rechtstreeks gekozen 'presidentiële premier' te versterken. Politiek, leger en maatschappij zijn in het door reeksen oorlogen geplaagde joodse land niet van elkaar te scheiden. Ex-generaals en kolonels vinden na pensionering rond hun 45ste jaar hun weg in de hogere echelons van handel en industrie of duiken als politici op. Dertien van de 120 leden van de Knesset (parlement) hadden in de vorige zittingsperiode rangen van reserve-kolonel en hoger.

De vertrouwenscrisis tussen de regering en de generale staf kan volgens prof. Ze'ev Maoz tegen de achtergrond van acuut oorlogsgevaar tot een militaire staatsgreep leiden. Maoz, medewerker van het gezaghebbende Jaffee-instituut voor strategische studies van de Universiteit van Tel Aviv, opperde deze gedachte in een vraaggesprek met Ha'arets. Na de politieke moord op premier Rabin in het hartje van Tel Aviv is “alles mogelijk” volgens Maoz.

Zelden is een Israelische academicus, zelfs als hij kan bogen op een loopbaan in de militaire inlichtgendienst Mossad, zo beschimpt als Maoz. Politicoloog dr. Gad Barzilai, gespecialiseerd in de problematiek van de relatie tussen het leger en de democratie in Israel, kan zich een militaire staatsgreep in zijn land niet indenken. En ook reserve-kolonel Ron Ben Ishai, zeer invloedrijk journalist bij het blad Yediot Ahronot, denkt niet dat een officier het leger zover krijgt dat het met tanks het parlement omsingelt. “In onze samenleving waar leger en volk zo nauw op alle niveaus met elkaar zijn verweven is dat ondenkbaar.”

Heilige grond

Maar naarmate steeds meer Israeliers nooit het uniform dragen, neemt die verwevenheid van volk en leger af. Het Israelische leger heeft zijn belangrijke funktie die het in de beginjaren van de staat vervulde verloren, aldus Barzilai. Soldaten houden zich niet meer bezig met landbouw, het aanleggen van wegen en het opvangen van immigranten. Israelische Arabieren, 18 procent van de bevolking, zijn om politieke redenen van het vervullen van de dienstplicht vrijgesteld. Zo'n 44.000 Russische immigranten van boven de dertig jaar zijn reeds aan de zware dienstplicht ontsnapt. Strengere selectie van het groeiend aantal in Israel geboren dienstplichtigen houdt tienduizenden buiten de cirkel van de zo typerende interactie tussen het leger (reservedienstplicht tot 55 jaar) en de maatschappij.

En dan zijn er vele duizenden ultra-orthodoxe jongeren die jaarlijks, volgens een decreet van David Ben Gurion kort na het uitroepen van de staat Israel in 1948, van het vervullen van de dienstplicht zijn vrijgesteld voor Thora-studie. Schrijver Uri Ben-Eliëzer is van mening dat vervreemding tussen leger en volk het karakter van het volksleger in zijn hart treft. In zijn vorig jaar verschenen boek 'Het ontstaan van het Israelisch militarisme 1936-1956' ontvouwt hij de these dat de politieke leiders in die jaren onder druk van het leger kozen voor een militaire oplossing van het geschil met de Arabieren. Daardoor hebben volgens hem de militaire elite en de politiek tot dusverre in een democratisch kader kunnen coëxisteren.

Botsingen tussen politici en militairen in die tijd werden geabsorbeerd dankzij de bijzondere symbiose tussen de politiek en het leger ten tijde van de langdurige staat van oorlog met de omringende Arabische landen. Aantasting van die 'twee-eenheid' kan volgens de analyse van professor Maoz Israel rijp maken voor een staatsgreep. Of, zoals Uri Ben- Eliëzer schrijft: militairen zouden het nationale belang in een kritieke situatie kunnen aanroepen om naar de macht te grijpen.

Zo'n kritieke situatie lijkt te zijn bereikt met de overdracht van sedert 1967 bezet gebied aan het Palestijnse zelfbestuur van Yasser Arafat. De angst voor een burgeroorlog houdt Israel bezig. Er wordt op straat over gepraat, er wordt in kranten over gediscussieerd en er wordt sedert de ideologisch gemotiveerde moord op premier Rabin ook steeds indringender voor gewaarschuwd. President Ezer Weizman smeekte deze week zijn landgenoten als het tot ontruiming van Hebron komt niet op elkaar te schieten. De socialistische parlementariër professor Shlomo Ben-Ami heeft onlangs gezegd dat “Tsahal de laatste barrière is tegen het uitbreken van een burgeroorlog. Alle elementen voor een enorme explosie zijn er en als Tsahal verdeeld is, zal die plaats vinden.”

Professor Ben Ami gebruikte dit argument om aan te dringen op zo snel mogelijke ontbinding van de speciale militaire eenheden van de jesjivot hesder die de afgelopen twintig jaar een grote vlucht hebben genomen. Dat zijn uit nationalistisch-religieuze soldaten gevormde eenheden die joodse religieuze studies combineren met militaire dienst. Er zijn twintig van dergelijke jesjivot hesder, met iedere lichting tussen de drie en vierduizend sterk gemotiveerde religieus-zionistische soldaten. Zullen zij, van wie wordt gezegd dat ze in motivatie niet onderdoen voor de soldaten die de Iraanse ayatollah Khomeini in de strijd wierp tegen Irak, de chefstaf gehoorzamen als het op ontruiming van “heilige grond” aankomt? Of zullen zij luisteren naar militante rabbijnen die daar om religieuze redenen tegen zijn?

Aangespoord door ex-opperrabbijn Avraham Shapiro hebben vijftien zionistische rabbijnen zich in 1995 uitgesproken tegen het uitvoeren van het akkoord van Oslo omdat “joods leven er door in gevaar wordt gebracht”. “Het doordringen van de religieus-nationalistische militairen in de hogere regionen van het leger is een heel ernstig verschijnsel”, zegt dr. Barzilai.

Reeds veertig procent van de officieren in gevechtseenheden is volgens recent gepubliceerde cijfers in de Israelische pers religieus. Langzaam maar zeker nemen zij functies en rangen over die vroeger werden bekleed door hoog-gemotiveerde jongeren uit de kibbutsim, collectieve nederzettingen.

De motivatie van dit deel van de Israelische samenleving om te dienen is ideologisch en nu tanende, wegens de metamorfose van de 'socialistische kibbuts-idylle' in kapitalistische levensvormen. “De kibbutsim hebben enorme schulden die moet worden afbetaald”, is de verklaring van luitenant-kolonel Ron Stern. “Dan mag je niet verwachten dat de kibbutsim de besten als beroepsmilitairen in het leger willen houden. Die moeten in de kibbutsfabrieken werken om winsten te kunnen maken”.

Er zit ook een ideologische kant aan: seculiere soldaten willen niet sneuvelen voor religieuze symbolen in bezet gebied, waarvan de verdediging geen enkele militaire betekenis heeft voor de veiligheid en het voortbestaan van de staat Israel. Bij de recente gevechten met de Palestijnse politie ter verdediging van de jesjiwe (instituut voor religieuze studies) bij het graf van Jozef - maar misschien ligt er wel een sjeik - in het centrum van de Palestijnse stad Nablus, kwamen zes Israelische soldaten om. Reserve-kolonel Ron Ben Ishai, zeer invloedrijk journalist bij het blad Yediot Ahronot, schiet in vuur en vlam bij de gedachte dat zijn zoon een van hen zou zijn geweest. “Dan zou ik een kalasjnikov hebben gegrepen...”

    • Salomon Bouman