Hepatitis G, zeer besmettelijk maar weinig agressief

Begin dit jaar werd een nieuw hepatitisvirus ontdekt. Er kon dus weer een letter aan het hepatitisalfabet worden toegevoegd. Beginnend bij A zijn we nu aan G toegekomen.

Hepatisis G veroorzaakt acute en blijvende infecties, maar of er veel mensen ziek van worden is onduidelijk. Wel bleek al snel dat een verontrustend hoog percentage van de doorsnee bevolking (meer dan 1,5 procent van de Amerikaanse bloeddonoren!) met het virus besmet is. Ook kwam men erachter dat het virus via bloedtransfusies gemakkelijk overdraagbaar is; er werden patiënten opgespoord bij wie vóór een bloedtransfusie geen hepatitis G aangetoond kon worden en daarna wel. Dat was bijzonder verontrustend, omdat de andere bekende hepatitisvirussen bij een hoog percentage van de geïnfecteerde personen chronische leverziekte veroorzaken.

Om te onderzoeken hoe groot het risico is op overdracht van hepatitis G-virus, hebben Schotse artsen nu gekeken hoe vaak dit virus in vergelijking met hepatitis C voorkomt bij patiënten met bloederziekte - hemofilie A -, mensen dus die frequent stollingsfactoren uit donorbloed toegediend hebben gekregen (Lancet, 16 november). Ook hebben zij geïnventariseerd hoe vaak deze beide virussen voorkomen bij een groep gewone bloeddonoren. Het resultaat was bijzonder verrassend; terwijl hepatitis G zeer frequent bleek voor te komen bij gezonde bloeddonoren in Edinburgh (bij wel 3,2%), was het aantal geïnfecteerden onder de hemofilie-patiënten slechts 14%. Dat staat in schril contrast met de situatie bij hepatitis C. Dat virus is onder de doorsnee bevolking veel zeldzamer - 0,076% van de Schotse bloeddonmoren is besmet -, maar bij de hemofilie-patiënten heeft maar liefst 83% er last van.

De Schotten zien twee mogelijke verklaringen voor dit verrassende verschil. Eén mogelijkheid is dat hepatitis G weinig besmettelijk is, maar dat is natuurlijk in tegenspraak met het feit dat meer dan 3% van de onderzochte Schotse bloeddonoren het al heeft. Een andere verklaring is dat de beide virussen even besmettelijk zijn, maar dat de blootgestelde individuen hepatitis G beter de baas kunnen. Deze laatste hypothese lijkt meer voor de hand te liggen. Ze wordt ondersteund door een eerder onderzoek, waarbij de hepatitis G-infectie bij 3 ontvangers van een bloedtransfusie na zijn ontstaan langere tijd werd gevolgd. Van deze patiënten was er na 18 maanden nog slechts één infectieus.

Wat ook de achterliggende verklaring is voor het betrekkelijk lage aantal besmettingen met hepatitis G onder ontvangers van meerdere bloedtransfusies, het feit op zichzelf is in ieder geval geruststellend nieuws. Daarbij blijft het verhoudingsgewijs extreem hoge aantal met hepatitis G besmette mensen onder de doorsnee bevolking natuurlijk wel problematisch; dat wijst erop dat deze infectie niet alleen via bloedtransfusies kan worden verkregen. Dit virus moet zich dus, anders dan het geval is met hepatitis C, ook op een andere manier dan via besmet bloed verspreiden.

    • Bart Meijer van Putten