Groene beleggers kunnen hun geld niet kwijt

Het ware volkskapitalisme in Nederland is groen beleggen. Banken en bedrijven verzinnen dure, uitgekiende verkoopcampagnes voor aandelen van beursgangers als Endemol en KPN, maar open de inschrijving op een groen beleggingsfonds dat in milieuvriendelijke projecten investeert en het geld komt bijna automatisch met bakken binnen.

Toen ABN Amro in juni de tweede inschrijving op haar Groen Fonds openstelde, schreven beleggers voor 1,3 miljard gulden in. De bank had maar voor 300 miljoen gulden aandelen in het fonds in de aanbieding.

Groen beleggen speelt in op twee Hollandse karakteristieken: steun voor het milieu en afkeer van de fiscus. De uitkeringen van de beleggingsfondsen die officieel door de overheid van het groene keurmerk zijn voorzien, zijn sinds begin 1995 voor particuliere spaarders en beleggers belastingvrij. Bruto is netto, heet dat in fiscaal jargon.

De aanleiding voor dit fiscale lokkertje is dat de beleggingsfondsen op deze manier met een lager rendement op groene financieringen en participaties in groene projecten genoegen kunnen nemen. En daardoor, zo gaat de redenering verder, kunnen projecten worden gefinancierd die bij “normale” bancaire beoordeling het fiat van de voorzichtige bankiers nooit zouden hebben gehaald.

Zo graag als de consument groen wil beleggen, zo moeilijk hebben de ontvangers van al dat geld het om geschikte projecten te vinden en tijdig een groen stempel van de overheid te krijgen, legt B. Krouwel, directeur innovatie- en groenfinanciering van de Rabobank, uit. Om voor de fiscale regeling in aanmerking te komen moet 70 procent van het ingelegde geld na twee jaar zijn geïnvesteerd of uitgeleend aan projecten die officieel onder de groenregeling vallen.

“Het knelpunt was in het begin: hoe vind je de projecten. Maar die tijd is voorbij”, vertelt Krouwel. Zo sluit de Rabobank dezer dagen een omvangrijk contract dat projecten van energiemaatschappij Eneco (Rotterdam en omstreken) ter waarde van 170 miljoen gulden onder de groenregeling brengt. Op het lijstje groene projecten prijken onder meer een windmolen bij Scheveningen, maar ook verschillende stadsverwarmingsprojecten.

Het probleem zit nu verderop in de beslissingscyclus, zo zeggen beheerders van groene fondsen. Krouwel:“De doorlooptijd voor de aanvraag van het groene keurmerk (het zogeheten certificaat) vergt soms maanden en daar komen de andere vergunningen, zoals voor de bouw van windmolens of installaties, nog bij, dat kan een tot twee jaar kosten.”

Voor de particuliere consument is er op de groene markt voor elk wat wils: de Rabobank heeft in 1995 samen met Robeco zogeheten Groen certificaten gelanceerd. Deze geven een vaste rente. De eerste uitgifte leverde vorig jaar 433 miljoen gulden op. Er is ruimte voor meer. Krouwel:“Ik denk dat wij nu nog wel voor 1,5 à 2 miljard gulden zouden kunnen plaatsen”.

De Rabo/Robeco certificaten zijn niet verhandelbaar. Datzelfde geldt voor de Postbank Groen certificaten, die de zusterbank van de Postbank voor groene projecten, heeft uitgegeven. De Triodos Bank, de pionier in groen beleggen, heeft verschillende beleggingsfondsen: het Windfonds (windenergie), het Groene Beleggingsfonds (algemeen fonds voor groene projecten) en Biogrond (biologische landbouw). Het Windfonds en en het Groene Beleggingsfonds hebben onlangs de inschrijving (tot maximaal 15 miljoen gulden elk) geopend op een nieuwe serie aandelen. Een woordvoerder:“Het loopt storm.”

Mede dankzij een krachtige lobby door Triodos zijn de regels voor de erkenning van projecten als groene investeringen per 1 november nader ingevuld en versoepeld. Daardoor is het Biogrond fonds uit de brand en kan zij nu streven naar een erkenning als groen fonds, zo vertelt de woordvoerder van de Triodos Bank. Biogrond bestond al toen de fiscale groen regeling werd ingevoerd, maar kon zich niet kwalificeren omdat de meeste projecten van voor 13 juli 1994 dateerden. Alleen projecten van latere datum kwamen voor erkenning in aanmerking. Dat moest fraude (bestaande projecten alsnog onder de fiscaal aantrekkelijke regeling brengen) voorkomen. Van deze drie Triodos-fondsen heeft alleen Biogrond een beursnotering.

Ook het ABN Amro Groenfonds heeft een beursnotering. Uit de koersontwikkeling van de aandelen van het fonds blijkt de immense belangstelling: de effecten werden uitgegeven tegen een koers van 100 gulden en stegen in ruim vier maanden naar 128 gulden, om daarna terug te vallen naar een realistischer niveau van 118 gulden.

Omdat de gekozen financiële constructies en het oogmerk van de banken achter de groene fondsen verschillen, lopen ook de rendementen uiteen. De Rabo/Robeco en Postbank Groen certificaten keren bijvoorbeeld een vaste rente uit (oplopend van 3 procent voor drie jaar naar 4,25 procent voor zeven jaar). De belegger in ABN Amro's groene fonds krijgt geen vaste vergoeding, maar deelt in het financiële wel en wee van de beleggingsopbrengsten. Het rendement in het eerste, niet volledige boekjaar was op basis van de explosief gestegen beurskoers, rond de 20 procent.

De aandeelhouders van de twee Triodos-fondsen die geopend zijn voor nieuwe beleggers, het Windfonds en het Groene Beleggingsfonds, kunnen een rendement van ongeveer 3 procent verwachten, zo zegt een woordvoerder. Het ASN Groen Projecten Fonds denkt een rendement van 3 4 procent te behalen. Het fonds is vorig jaar november opgericht door ASN Bank, een dochter van de Reaal Groep, die vooral bekend is van het beleid 'Rente zonder bijsmaak'. Het Groen Projecten Fonds heeft inmiddels een vermogen van meer dan 40 miljoen gulden, maar is tijdelijk gesloten om nieuwe investeringsprojecten te zoeken, zodat de fiscale groen status niet verloren gaat.

    • Menno Tamminga