GOUDA STAPT AF VAN SPREIDINGSBELEID BASISONDERWIJS

De gemeente Gouda stapt af van haar spreidingsbeleid in het basisonderwijs. Allochtone ouders kunnen vanaf 1 januari volgend jaar zelf bepalen naar welke school hun kind gaat, ook al is dat een school met veel allochtone kinderen.

Sinds 1980 speelde herkomst een rol bij de toelating, om het ontstaan van 'zwarte en witte' scholen te voorkomen. In 1994 vond toenmalig CDA-leider Brinkman nog dat scholen een maximum aantal allochtone leerlingen mogen stellen om op die manier een evenwichtige populatie te krijgen.

Het spreidingsbeleid leidt er nu toe dat allochtone leerlingen steeds vaker naar een school buiten hun eigen wijk moeten gaan. Bovendien zijn er inmiddels zoveel kinderen van buitenlandse afkomst in Nederland geboren, dat van een algemene onderwijsachterstand geen sprake meer is. Met het spreidingsbeleid wilde Gouda voorkomen dat een school veel allochtone kinderen zou hebben of juist alleen maar leerlingen van Nederlandse afkomst. Ook was het volgens de gemeente een mogelijkheid om anderstaligen op een verantwoorde manier op te vangen.

Om de spreiding te bereiken, kwamen er afspraken over het percentage op te nemen allochtone leerlingen: 15 procent voor het bijzonder onderwijs en 25 procent voor het openbaar onderwijs. Omdat het aantal allochtone leerlingen in het basisonderwijs in Gouda inmiddels is toegenomen van 4 procent in de jaren '80 tot 16 procent nu, hebben de meeste scholen het streefpercentage inmiddels bereikt.