Gemanipuleerde soja is nog maar het begin van de plaag

Genetisch gemanipuleerde gewassen rukken op. Rob Biersma waarschuwt voor de gevolgen: verschraling van de genetische diversiteit van cultuurgewassen en vergroting van de kans op onverwachte plagen.

De aanvoer van de eerste scheepslading genetisch gemanipuleerde sojabonen uit de Verenigde Staten heeft in Nederland een groot aantal reacties opgeroepen. Onmiddellijk werd de vraag gesteld of de gemanipuleerde sojaboon schadelijk is voor de gezondheid. Het antwoord van de overheid is hierop geruststellend: de aangevoerde sojaboon is uitgebreid getest in dierproeven en ook bij mensen. En gezien de modificatie was dit ook te verwachten - de sojaplant bevatte slechts een extra gen waardoor de plant resistent werd voor het onkruidbestrijdingsmiddel (herbicide) glyfosaat.

Critici, verbonden aan Greenpeace, Milieudefensie en stichting Natuur en Milieu, houden echter vol dat genetisch gemanipuleerde voedingsgewassen toch riskant zijn voor de gezondheid. En inderdaad zijn er ook andere genetisch gemodificeerde planten waarvan de schadelijkheid wèl is aangetoond.

In een poging om de voedingswaarde van soja te vergroten hebben eind jaren tachtig Amerikaanse onderzoekers een eiwit uit de paranoot ingebouwd. Soja heeft een hoog eiwitgehalte, maar de eiwitten hebben een laag gehalte aan het essentiële aminozuur methionine. Dit gehalte zou verhoogd kunnen worden door het inbouwen van een gen uit de paranoot, dat juist veel methionine bevat. De gemanipuleerde soja zou hierdoor een ideale eiwitbron worden.

Maar sommige mensen zijn allergisch voor de paranoot. Uit proeven begin dit jaar bleek dat de gemanipuleerde soja dezelfde allergische reacties oproept als de paranoot zelf - het gevolg van het inbouwen van slechts één gen. De nieuwe soja wordt daarom niet in produktie genomen, evenals twee andere gemanipuleerde planten waarin het paranootgen was ingebouwd. Vanzelfsprekend is de onschadelijkheid van de gemanipuleerde gewassen dus zeker niet.

Maar de aangevoerde sojaboon oogst ook andere kritiek. Het hele idee van een voedingsgewas dat resistent is gemaakt voor een herbicide, stuit op een brede weerzin. De fabrikant Monsanto levert zowel het zaaigoed van de gemanipuleerde sojaboon als het herbicide (merknaam Roundup), wat een sterke afhankelijkheid in de hand werkt. Daarnaast is spuiten met herbicide in plaats van wieden van meet af aan de bedoeling - wie nog de illusie mocht hebben dat boeren nog eens terug zouden komen van de gifspuit, weet nu dat de nieuwe rassen er juist voor worden ontwikkeld.

Veel ergernis ontstond bovendien toen bleek dat de aangevoerde gemanipuleerde soja gemengd werd aangevoerd, dat wil zeggen gemengd door gewone soja, waardoor er voor de consument niet te kiezen valt. Mensen die om wat voor reden ook niets te maken willen hebben met genetisch gemanipuleerde soja, worden feitelijk verbannen naar het alternatieve voedingscircuit.

Om dat te voorkomen eisen critici een gescheiden aanvoer, zodat etikettering mogelijk is en de consument zelf kan kiezen. Maar dat stuit bij de fabrikanten vooralsnog op allerlei praktische bezwaren. Alleen babyvoedingsfabrikant Nutricia heeft aangekondigd uitsluitend ongemanipuleerde soja voor zijn babyvoeding te zullen gebruiken.

Maar het gaat al lang niet meer om soja alleen. Alleen in Nederland al staan er genetisch gemanipuleerde aardappels, suikerbieten, witlof, waspeen en nog vele andere gewassen op de proefvelden en zullen na toelating op de markt komen. Als etikettering ooit verplicht zou worden, dan heeft de groenteman straks niet alleen borden met 'land van herkomst', maar ook met wel of niet gemanipuleerd. De vraag is hoe de juistheid daarvan te controleren valt.

En het blijft niet alleen bij voedingsgewassen. Het Amerikaanse bedrijf Monsanto heeft ook twee nieuwe katoenstruiken ontwikkeld: een struik die ook tegen Roundup resistent is en een andere struik die resistent is tegen rupsen. Deze zomer is de eerste katoen geoogst en binnenkort zijn er de eerste jeans van gemanipuleerde katoen. Zullen die ook gescheiden worden aangevoerd?

Etikettering kan zin hebben als gemanipuleerde produkten slechts een deel van de markt vormen. Maar als boeren bij de produktie van de nieuwe gewassen een groot voordeel verkrijgen op ongemanipuleerde rassen, dan zullen de nieuwe rassen binnen enkele jaren de meerderheid vormen. Consumenten die de voorkeur blijven geven aan ongemanipuleerde produkten, worden dan alsnog verbannen naar het alternatieve voedingscircuit.

Een dergelijke ontwikkeling is niet alleen denkbaar, maar zelfs hoogst waarschijnlijk. Het regent de laatste jaren toelatingsbeschikkingen voor genetisch gemanipuleerde gewassen in de Nederlandse kranten en in het buitenland is het al niet anders. De Verenigde Staten lopen hierbij voorop.

Wat zijn de gevaren van deze nieuwe trend? In de eerste plaats monopolievorming van zaaigoed bij slechts enkele grote chemische concerns. Kleine zaaigoedveredelaars die klassiek doorgaan, zullen het moeilijk krijgen door het concurrentievoordeel van de gemanipuleerde gewassen. Dit vermindert de genetische diversiteit van de cultuurgewassen, met alle nadelen van dien.

Als straks de halve VS volstaat met een enkel ras soja, is de kans groot op onverwachte plagen. De ontwikkeling van steeds nieuwe rassen wordt dan een strijd tegen de klok, net als bij de resistentie van ziekeverwekkende bacteriën tegen antibiotica en bij de resistentie van insecten tegen insecticiden.

Hoe onaangenaam dit perspectief ook is, de ongewenste gevolgen zijn terug te draaien door weer klassiek zaaigoed te gebruiken in combinatie met klassieke landbouwmethoden, al zal dit economisch soms een terugval betekenen. Wat echter niet valt terug te draaien is de genetische vervuiling van de wilde flora - de gemanipuleerde genen zullen vroeger of later opduiken in verwante wilde planten door kruising. Dit kan onverwachte gevolgen hebben.

In de eerste plaats ligt het voor de hand dat onkruiden resistent worden tegen het herbicide, waarna ze gaan woekeren op de akkers. Deze resistentie kan op eigen kracht ontstaan of doordat het ingebrachte gen, ondanks alle genetische beveiligingen, toch uit het gemanipuleerde cultuurgewas ontsnapt.

De gemanipuleerde gewassen zijn meestal op een of andere wijze steriel gemaakt. Maar het valt nu eenmaal niet uit te sluiten dat op akkers met miljarden planten hier en daar een genetische recombinatie plaatsvindt, waarna kruising met wilde planten toch mogelijk.

Nu zal resistentie tegen een synthetisch herbicide voor een wilde plant weinig voordeel brengen in de vrije natuur. Anders ligt het bij vraatresistentie tegen rupsen en schimmels. In Nederland is er al een gemanipuleerde schimmelresistente waspeen en in de VS zijn al enkele planten resistent tegen rupsen. Het is daardoor mogelijk dat plotseling sommige onkruiden resistent worden tegen rupsen of schimmels.

Veel wilde planten worden in toom gehouden door insecten, schimmels of andere plagen. Het laat zich raden wat er gebeurt, wanneer zo'n wilde plant zijn belager van zich af weet te schudden. Onverwachte verschuivingen in soortensamenstelling in de natuur zijn dan onvermijdelijk.

Tot dusverre zijn landbouwgewassen altijd ontstaan uit veredeling van wilde planten. Alle genen in een cultuurplant zijn of waren te vinden in de vrije natuur. Landbouw bleef daardoor een activiteit die het landschap weliswaar sterk beïnvloedde, maar de natuur die daarnaast bleef bestaan, genetisch intact liet.

Met de introductie van genetisch gemanipuleerde landbouwgewassen, zal deze grens ook overschreden worden. Over enkele decennia zullen allerlei wilde planten genen bevatten die door de mens zijn geconstrueerd. De wilde natuur is dan definitief geschiedenis. Weinig mensen zullen daarvan wakker liggen. Maar al begrijp ik zelf niet helemaal waarom, persoonlijk vind ik het een beklemmende gedachte.

    • Rob Biersma