Freud Museum in Wenen verbouwd en heropend

WENEN, 23 NOV. Op een van de beroemdste adressen in Wenen, Berggasse 19, is donderdag het Sigmund Freud Museum heropend. De tot nu toe weinig gebruikte privé-ruimtes van Freuds appartement zijn door de architect Wolfgang Tschapeller verbouwd.

Er is nu plaats is voor een studiecentrum, een tentoonstellingszaal en een museum-shop van in totaal 400 vierkante meter. Het studiecentrum wordt gedomineerd door een mobiele, multifunctionele wand uit staal en polyester, ontworpen door Werner Feiersinger, waarin naast alle nodige technische apparatuur ook Freuds diverse kaart- en schaakspelen plaats vinden.

Door de ingrijpende verbouwingen heeft de eigenaar, de Sigmund Freud Gesellschaft, nu voor het eerst de mogelijkheid Freuds huis voor conferenties en exposities te gebruiken. Meteen op de dag van de opening werd een symposium gehouden over het wetenschappelijke gehalte van de psychoanalyse. In de komende maanden zal de nadruk vooral op de relatie tussen kunst en psychoanalyse liggen.

Zowel Freud als zijn dochter Anna waren grote kunstliefhebbers maar de door Freud verzamelde kunst bevindt zich in het Londense Freudhuis, niet in Wenen. Op aandringen van vrienden en familieleden vertrok de 82-jarige doodzieke Freud in juni 1938, drie maanden na de Anschluss, naar Londen. Zijn vlucht werd vooral door een leerlinge, prinses Marie Bonaparte, mogelijk gemaakt. Zij betaalde een forse som aan de nazi's om de beroemde geleerde het land uit te krijgen. Op vier oudere en gebrekkige zusters van Freud lukte het ook de rest van de familie te vluchten. De achtergebleven zussen zijn in 1941 vermoord. Freud vond het vreselijk om Wenen, waarmee hij als zo vele van zijn intellectuelen van zijn tijd een intense haat-liefde verhouding onderhield, te moeten verlaten. Maar herhaaldelijke bezoeken van de Gestapo hebben hem tenslotte van de noodzaak overtuigd.

De geschiedenis van het Freud Museum toont dat de ambivalente verhouding tussen Wenen en Freud wederzijds was. Een schenking van Anna Freud in 1968 was nodig om het museum van de grond te krijgen. Toen pas werd de Sigmund Freud Gesellschaft opgericht. In 1971 werd het museum in aanwezigheid van Anna Freud geopend. Dat in de woning, waar Freud 47 jaar heeft gewoond en gewerkt, toch nog een paar persoonlijke bezittingen zijn aan te treffen, is ook aan haar te danken. Zij heeft heeft de inrichting van de entréehal en de wachtkamer en enkele andere meubelstukken geschonken. Voor de rest moet het museum met foto's van de bezittingen en enkele documenten genoegen nemen.

Dat de Freud Gesellschaft zich nu op hedendaagse kunst en haar relatie tot de psychoanalyse richt, is een intelligente oplossing van het dilemma. Al in 1989 hebben kunstenaars als Jenny Holzer, John Baldessari, Josef Kosuth en Franz West Kosuth West ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag van Freud objecten aan het museum geschonken. Kosuths Rauminstallation ZERO & NOT, die bestond uit lange passages uit de Traumdeutung aan de witte muren van een lege kamer, moest door de verbouwing worden verwijderd. De kunstenaar heeft de brokstukken aan stichtingsleden en sponsors geschonken. Van Franz West staat er Liège. Het wordt pas kunst als U erop gaat liggen, van Baldessari een Fotoinstallation en van Jenny Holzer een plaquette met het hoofd van Mussolini en de tekst: “You can be a fat fighter of fascism, if you never get off the couch and refuse to march in any direction. This isn't the only struggle though.” In de door Peter Sandbichler ontworpen videoruimte staat een aantal tv's waarop doorlopend de documentaire Freud. 1930-1939 is te zien. Anna Freud geeft commentaar op de beelden.