Een Melkerthulp voor de inkopen

Minister Melkert opgelet! Als u nog additionele werkgelegenheid zoekt, wil ik u graag een banenplan aan de hand doen waarmee u de komende decembermaand tienduizenden allochtone en autochtone jeugdwerklozen een glanzend toekomstperspectief biedt. Het advies is gratis, maar niet geheel vrij van eigenbelang.

Eerst de aanleiding.

Vorige week vroeg mijn vrouw of ik in mijn lunchpauze even een dekbedovertrek wilde kopen. Ze gaf me een briefje mee met daarop de gewenste afmetingen, de kleur, het motief en het adres van een plaatselijke slaapspecialist. Met deze informatie zou de aankoop niet meer dan vijf minuten in beslag nemen. Dacht ik. Maar wat zo eenvoudig leek, bleek in de praktijk een zeer lastige opgave.

Toen de verkoopster mij een aantal overtrekken liet zien die aan de beschrijving van mijn vrouw voldeden, viel het mij op dat op de cellofaanverpakkingen een wirwar van prijsstickers zat geplakt. Het beddegoed was vele malen afgeprijsd. Desondanks kostte de overtrek van mijn keuze toch nog 280 gulden. Was dat veel of was dat weinig? Door al die rode en groene plakkertjes was ik in de war gebracht. De medewerkster van het Beddencentrum zag dat ik aarzelde en fluisterde me toe, terwijl ze liefdevol over het knisperende pakket slaapgenot streek, dat er best nog wel wat van de prijs af kon. Er volgde een onduidelijk verhaal over een 'vooruitverkoop' die binnenkort van start zou gaan en dat ik daar nu al van kon profiteren. De hoes mocht ik hebben voor de bespottelijk lage prijs van 198 gulden, waarbij ik bovendien nog twee kussenslopen cadeau kreeg.

Had ik toen maar toegehapt en het beddegoed laten inpakken. Maar nee, in mij was de vrije handelsgeest ontwaakt, en ik schraapte mijn keel. Quasi professioneel vroeg ik of dit de uiterste prijs was. De tegenpartij dacht even na, liep vervolgens naar achteren om de chef te raadplegen en kwam terug met de verrassende suggestie dat ik de dekbedovertrek misschien wel geheel gratis kon meenemen. Daarop trok de vrouw me mee naar een andere afdeling van het Beddencentrum, waar tientallen slaapsystemen uitnodigend lagen te wachten.

Een uur later verliet ik het pand en mocht ik mij de eigenaar noemen van een ecru getinte dekbedhoes, waarover zachtgroene druivebladeren waren uitgestrooid. De hoes was uitgevoerd in een extra zware kwaliteit damast en door een speciale manier van weven zou hij altijd kreukvrij de wasmachine verlaten. Ik had er niets voor hoeven te betalen.

Daarnaast was ik ook de trotse bezitter geworden van een geheel electronisch bestuurd tweepersoonsledikant dat kon rijden, draaien, kantelen en waarvan het matras dankzij een revolutionair pocketsysteem de gehele nacht door mijn rugwervels actief zou ondersteunen. Ik zou er onbezwaard de oude dag mee kunnen ingaan, want met een extra voorziening was het geheel in een wip op ziekenhuishoogte te brengen. De speciale combinatieprijs die de verkoopster alleen die dag nog mocht berekenen bedroeg slechts 6.898 gulden, inclusief bezorgkosten.

Diezelfde avond had ik een knallende ruzie met mijn vrouw. Ten eerste vond ze de kleur van het bladmotief spuuglelijk en ten tweede verweet ze me dat ik er in een keer ons hele wintersportbudget doorheen gejaagd had. En hoe ik ook mijn best deed de vele voordelen van ons nieuwe slaapsysteem toe te lichten, mijn vrouw was woest en bleef woest. Alleen al het idee van een tweepersoonsbed kon ik maar beter uit mijn hoofd zetten, begreep ik toen we uitgeput ons oude ledikant opzochten waarvan het matras trouwens nog geen jaar oud was.

Dan nu het banenplan.

De reden om dit persoonlijk drama hier zo uitvoerig te behandelen is dat mijn vrouw en ik natuurlijk niet de enige slachtoffers zijn van de vrije prijsvorming die op de liberale markt met zoveel paars gejuich wordt doorgevoerd. Het voortdurende gestunt, gedraai, gesjagger, de nepprijzen, de permanente uitverkoop, de vele bonussen en gekmakende spaaracties, kortom die nooit eindigende reeks dolle, dwaze dagen waarin het consumeren aan het eind van deze eeuw veranderd is, dat alles veroorzaakt een leed waarvan de omvang nauwelijks te schatten is.

Vooral in de grote middenklasse, die tamelijk weerloos het hoofd moet bieden aan het prijzenfestival op de vrije markt. De rijken maakt het allemaal niet veel uit, die kiezen altijd het duurste, en laten zich, als het echt om grote bedragen gaat, professioneel ondersteunen door fiscale rekenwonders. En de echte armen zijn ook niet slecht af, want voor hen is de keuze automatisch beperkt tot het allergoedkoopste. Als ze er dan nog niet uitkomen, staat er een deskundige schuldhulpverlener klaar om de eindjes aan elkaar te knopen.

Maar wij middenklassers moeten de onderhandelingen met de uitgekookte middenstand helemaal alleen voeren en met de dure decembermaand voor de deur is dat een beangstigende gedachte.

Enige hulp daarbij kunnen we best gebruiken.

Zou het daarom niet aardig zijn als de boodschappenjongen van vroeger weer terugkeerde onder het winkelende publiek? Dit keer niet alleen om onze pakjes te dragen maar vooral ook om over de prijs ervan te onderhandelen. Een 'straatwijze' pingelaar die het hosselen en dealen tot in de perfectie beheerst en ons zo voor beschamende miskopen kan behoeden. Zo'n moderne boodschappenjongen krijgt dan de taak van aankoopbegeleider of purchase manager. Het lijkt mij een functie die in onze tijd hard nodig is om de vrije markt voor velen van ons begaanbaar te houden.

Het moet niet zo moeilijk zijn om via een banenpool genoeg kansarme jongeren bij elkaar te krijgen die deze service tijdens de komende koopavonden kunnen aanbieden. Misschien moet er de eerste dagen nog wat Melkertgeld bij, maar als de dankbare consument een redelijke commissie gaat betalen, krijgt deze vorm van additionele arbeid snel een structureel karakter.

Zo kan de paarse samenleving nog voor Kerst een nieuwe graad van perfectie bereiken. Doen dus!

Temeer daar onze aankoopbegeleider als enige in staat is om een taxi te regelen als we ons vanuit het winkelcentrum met onze volle tassen naar huis willen laten rijden.

    • Jaap Boerdam