'Deze dame is jullie koningin'

HIJ AGEERDE tegen “domme, harteloze, starre, onbewegelike administratie” en strakke regelgeving was volgens hem 'schijnbeschaving'.

Jan Ligthart (1859-1916) een van Neerlands beroemdste schoolmeesters hield zelfs niet van de leerplicht. Tenminste zolang het lager onderwijs zelf niet meer bood dan een “walgelijk opvullings- en africhtingssysteem met een gruwelijke overschatting van schoolse kennis en geheugenoverlading”. Zodra het onderwijs zou aansluiten bij de wereld van het kind zouden leerlingen - ook zonder wet - vanzelf de school instromen. Niets wilde Ligthart weten van de 'papieren pedagogiek'. En 'vermethodieking' van het lesprogramma verafschuwde hij. Op school moest het draaien om de 'bezielde' en 'geestdriftige' opstelling van de onderwijzer. “Wie ons het minst volgt, volgt ons het meest”, luidde dan ook de eerste zin van zijn lesprogramma Het volle leven, waarin de zaakvakken op een geïntegreerde en praktische wijze werden beschreven. “Zoals het in dit boekje staat beschreven, moet ge 't nu precies níet doen”, benadrukte hij nogmaals.

Zeven jaar lang heeft Jan Ligthart deel uitgemaakt van het leven van filosofe en pedagoge Barbara de Jong. Op 26 november 1996 promoveert ze aan de Universiteit van Utrecht op een dissertatie over het leven van deze “schoolmeester met intuïtie” zoals hij zichzelf het liefste omschreef. De Jong haalde nieuw bronnenmateriaal over Ligthart en het armenonderwijs boven tafel, waardoor een ander, genuanceerder, beeld van de rond de eeuwwisseling beroemde schoolmeester is ontstaan. “Hij is altijd losgemaakt van zijn tijd”, zo luidt haar commentaar op de vaak kritiekloze verering van deze onderwijsfiguur, die gezien wordt als de eerste vernieuwer van het Nederlandse onderwijs. Hij werd de Hollandse Pestalozzi genoemd, of de 'sinaasappel-pedagoog', die een boefje liever in verwondering achterliet met een sinaasappel in zijn hand, dan hem een pak slaag te geven. “Het zijn cliché's die niet onwaar zijn, maar ze zijn arm aan informatie.” Toen De Jong ontdekte dat hij wel degelijk in de traditie van de negentiende-eeuwse onderwijsvernieuwing stond en deel uitmaakte van een groep tijdgenoten die in grote lijnen eenzelfde soort kindgericht onderwijs voorstonden, dreigde Ligthart even van zijn voetstuk te vallen. Waren zijn denkbeelden wel zo bijzonder en uniek? Of was het een man die door zijn enorme werkdrift en charismatische uitstraling gewoon meer in het middelpunt van de belangstelling was komen te staan? Hij schreef duizenden geestdriftige columns in zijn tijdschrift School en Leven, hij legde zijn pedagogische denkbeelden vast in het lesprogramma Het volle leven, hij schreef samen met H. Scheepstra de razend populaire boekjes van Ot en Sien, hij publiceerde talloze boeken en bundels over opvoeding, taalonderwijs, aardrijkskunde en vele andere onderwerpen. Hij kreeg veelvuldig internationaal bezoek op zijn school aan de Haagse Tullinghstraat. Vooral in Scandinavië koesterde men grote sympathie voor zijn pedagogische opvattingen. Maar ook koningin Wilhelmina kwam - incognito - naar de school om te kijken of het onderwijs van Ligthart iets voor haar dochter Juliana was. “Jongens en meisjes”, zo sprak Ligthart die dag tegen de kinderen, “de dame die naast mij staat is jullie Koningin”. Hij vraagt hen om haar te zien zoals ze werkelijk is: “als een Moeder die net als jullie moeder op school komt om over de opvoeding van haar kind te spreken.”

Wat Ligthart uniek maakt, zo ontdekte De Jong tijdens haar onderzoek, is dat hij vrijwel als enige in zijn tijd het kind zag als een 'spelend wezen' dat op een actieve wijze kennis wil vergaren. De Jong: “Zijn onderwijs werd consequent vanuit het kind gedacht en omdat jonge kinderen de wereld als een geheel en niet als een verzameling details ervaren, bracht hij de zaakvakken bij elkaar en begint hij bij elementaire zaken als wonen, kleden en voeden. Daarnaast haalde hij het praktische leven van de arbeiderswereld waarin deze kinderen later terecht zouden komen de school in. Hij verzocht de wethouder niet alleen om de aanleg van een tuin bij de school, maar ook om materiaal voor een bouwplaats, een drukkerij, een fabriek, een bakkerij en een akker.” Tegenover de 'wandellessen' zoals die in die tijd door sommige voortuitstrevende onderwijzers werden ondernomen, stond Ligthart kritisch. Die beschouwde hij als een ongeordende lesvorm; de kinderen moeten niet alleen her en der gaan kijken, maar zelf iets doen. Zo werden in zijn programma Het volle leven gevarieerde lessen aan de steenoven besteed. Niet alleen met een verhaal en een wandplaat, maar ook door middel van een kleine steenoven op schaal en het zelf leren metselen. “Doordringen in de kinderziel is de kern van wat Ligthart als de 'hartepedagogie' omschreef”, aldus onderzoekster de Jong. “Hij wilde de kinderen wakker schudden uit hun 'geestesdofheid' en ze de verwondering leren kennen, waardoor ze een rijker leven zouden krijgen.”

Met zijn kosteloze armenonderwijs aan de Tullinghstraat wist Ligthart zijn kritiek op het bestaande onderwijs praktisch vorm te geven. Geen gezag en tucht zoals door de tijdgeest werd gedicteerd, maar achting voor het kind. Geen 'pakhuiskennis', maar een lesprogramma dat uit 'minder en beter' bestond, geen ongeordend aanbod van detaillistische kennis, maar een didactiek die uit de belevingswereld van het kind wordt opgebouwd. Ligthart heeft in zijn talloze columns ook zijn collega-onderwijzers ervan proberen te overtuigen dat lesgeven een creatief beroep is, dat zij 'kunstenaars' zijn en zij zich onafhankelijk moeten opstellen ten opzichte van de methodiek. En dat is - paradoxaal genoeg - precies de reden waarom zijn lesprogramma Het volle leven over het zaakonderwijs zo snel in de vergetelheid raakte, concludeert Barbara de Jong. “Onderwijzers houden niet van geïntegreerd onderwijs, ze willen vakken.” Ligtharts gedachtengoed is echter nog tot ver in de zestiger jaren een inspiratiebron geweest op de kweekscholen, en de huidige basisvorming voor de eerste klassen van het voortgezet onderwijs past met de drie principes van toepassing, vaardigheden en samenhang weer helemaal in de geest van Ligthart.

    • Michaja Langelaan