D66: koopkracht iedereen omhoog

DEN HAAG, 23 NOV. D66 wil dat iedereen er in 1998 in koopkracht op vooruit gaat. Dat stelt de Tweede Kamerfractie van de partij in de nota Niet bij brood alleen, die vandaag op een congres over sociale samenhang en veiligheid in Almelo wordt gepresenteerd. De nota heeft dezelfde titel als het CDA-verkiezingsprogramma uit 1977.

De koopkrachtstijging maakt onderdeel uit van een plan de armoede te bestrijden. De koopkracht van de minima, zo stelt D66, is tussen 1982 en 1995 voortdurend gedaald. Vorig jaar en ook dit jaar blijft ze nagenoeg gelijk. Ook de begroting voor volgend jaar voorziet in stabilisatie van de koopkracht voor de minima. “Dat is niet genoeg”, aldus de D66-fractie in de nota. Daarom streeft de partij voor 1998 naar “een plus voor iedereen”.

De schrijver van de nota, het Kamerlid B. Bakker, meent dat iedereen “eindelijk moet kunnen meeprofiteren van economische groei”. Om koopkrachtstijging voor iedereen te bereiken moeten in elk geval de uitkeringen omhoog, overeenkomstig de gemiddelde stijging van de CAO-lonen.

Het anti-armoedeplan van D66 bestaat uit zeventien voorstellen, die een aanvulling vormen op de armoedenota van minister Melkert (Sociale Zaken). D66 wil de sollicitatieplicht voor jonge, alleenstaande moeders met kinderen vanaf vijf jaar handhaven. Bijstandsgerechtigden boven 27 jaar moeten toestemming kunnen krijgen om met behoud van uitkering te studeren op hbo- of universitair niveau. Gemeenten moeten voor een bepaalde periode (zes maanden, of een jaar) ontheffing van de sollicitatieplicht kunnen verlenen aan mensen die vrijwilligerswerk doen of anderszins een nuttige tijdsbesteding hebben gevonden.

Verder bepleit D66 vrijlating van bijverdiensten voor bijstandsgerechtigden tot een bedrag van 150 gulden netto per maand en vijftig procent van het meerdere, tot een maximum van 275 gulden. Voor de langere temijn wil D66 de discussie aangaan over het structureel verruimen van uitkering of kinderbijslag voor mensen met kinderen en een laag inkomen.