Blijf af van lijfrente

Lijfrenteverzekeringen voor de oude dag, zoals de koopsompolis, horen tot de heilige koeien van de financiële wereld. Wie er kritiek op uit, krijgt reacties van lijfrentetrekkers en assurantietussenpersonen.

Een reactie van bemiddelaars ligt voor de hand: koopsompolissen zijn dik fiscaal belegde warme broodjes waar veel hongerige verzekerden op af komen. En lijfrentetrekkers horen niet graag dat er andere oplossingen voor een pensioenprobleem zijn: bijvoorbeeld in eigen beheer sparen en beleggen, als aanvulling op een pensioen met AOW. De verzekeringswereld komt niet uit zichzelf met dit alternatief, want aan een eigenheimer is niets te verdienen. Tenzij hij spaart en belegt via een verzekering.

Een behulpzame, gehuwde 70-plusser uit Rotterdam beschrijft zijn goede ervaringen met koopsompolissen. “Ik kocht altijd spaarcertificaten en zette de vervallen certificaten tussen 1986 en 1993 ieder jaar om in een polis met een vast (gegarandeerd) eindbedrag op mijn zeventigste verjaardag, in december 1993. Daarmee kon ik mijn pensioen ophogen en de inflatie compenseren.” De briefschrijver kocht de polissen zonder hulp van tussenpersonen en adviseurs. Hij winkelde langs allerlei aanbieders. Ook bij het omzetten van de acht eindkapitalen in lijfrenten ging hij zelf op pad. “Ik was stomverbaasd over de schamele aanbiedingen van sommige maatschappijen. Kosten, welke dan ook, heb ik nooit hoeven te betalen. Naar mijn mening is dit gunstig verlopen.”

Eerst die kosten. Iedere maatschappij rekent kosten, maar de meesten laten dat niet aan hun verzekerde zien. Een nog jonge verzekeraar die werkt zonder tussenpersonen wijkt daar in zijn advertenties radicaal van af. “Veel verzekeraars doen over de kosten van hun koopsompolissen nogal vaag, maar wij hebben niets te verbergen. Per polis rekenen we 192 gulden administratiekosten en 4 procent van uw inleg. Andere verzekeraars berekenen 15 tot 20 procent,soms nog meer, aan kosten.”

Op een storting van zeg 10.000 gulden bedragen de kosten hier 400 plus 192 is 592 gulden of 5,92 procent; op 5.000 gulden 392 gulden of 7,8 procent en op 1.000 gulden 232 gulden of 23,2 procent. Die kosten verminderen de storting van 10.000 tot 9.408 gulden en dat bedrag belegt de maatschappij. De Rotterdammer heeft natuurlijk ook kosten betaald, zonder het te merken.

Om zijn tevredenheid kracht bij te zetten heeft de lezer alle cijfers bijgesloten. Tussen 1986 en 1993 kocht hij zeven polissen voor totaal 116.348 gulden. In december 1993 bedroeg het kapitaal om een lijfrente van te kopen 150.000 gulden. Dat betekent, uitgaande van jaarlijks gelijke stortingen van 16.621 gulden, een cumulatief jaarrendement van (gegarandeerd) 6,5 procent, vrij van inkomsten- en vermogensbelasting, maar helaas inclusief het risico van overlijden.

Een verzekerde moet echter uitgaan van netto koopsommen. Dus: 16.621 minus (hier) 50 procent belastingvoordeel is 8.311 gulden. Wat staat daar tegenover? Niet de voornoemde 150.000 gulden, want die krijgt de verzekerde nooit in handen: er rust een belastingclaim op als gevolg van die 50 procent aftrek voor de zeven koopsommen. De briefschrijver koos voor een levenslange maandelijkse (dit is qua kosten duurder dan jaarlijks of per kwartaal) lijfrente van bruto 1.100 gulden (netto 931) op zijn leven en dat van zijn echtgenote en berekent zijn rendement op 18,1 procent bruto per jaar, zolang een van beiden leeft. Vandaar zijn tevredenheid. Hij had, anders berekend, zelfs uit kunnen komen op 23,3 procent.

Welke rendement behaalt meneer in werkelijkheid op zijn investering van 58.177 gulden; 7 maal 8.311 gemiddeld? Dat is lastig te bepalen, omdat een lijfrenteverzekering sterk afwijkt van een belegging. Normaal stop je geld in aandelen, obligaties of een huis en dat levert rendement in de vorm van dividend, rente, woongenot, koerswinst (of verlies) of een hogere huisprijs op. Maar je blijft baas over de investering. Wie geld in een lijfrenteverzekering stopt, krijgt het later mondjesmaat terug, na aftrek van inkomstenbelasting, en alleen zolang hij leeft.

Bekijk het eens zo. Je koopt voor 58.177 gulden aandelen Koninklijke Olie, de bank neemt die stukken in en geeft in ruil daarvoor ieder jaar het dividend, zolang je leeft, ook al word je 120 jaar. Maar het geld ben je kwijt. Zo werkt een koopsompolis, in grote lijnen.

Waarop komt meneer uit bij zeven jaar zelf beleggen van 8.311 gulden tegen bijvoorbeeld 8 procent netto? Op circa 80.000 gulden. Die kan hij naar keuze in aandelen laten of in obligaties stoppen. Obligaties leveren, nu, ten hoogste 6,5 procent of 5.200 gulden rente per jaar op. De aandelen, tegen 8 procent belastingvrij, 6.400 gulden of 533 per maand, zonder in te teren op de hoofdsom.

Zelf beleggen, althans zonder interen, levert minder op dan verzekeren. Verzekeren dekt bovendien het risico van een zeer lang leven. Een ieder is vrij om te kiezen voor het ene of het andere traject.

    • Adriaan Hiele