Ane Woudstra

De touwtrekker kan over nog zulke sterke benen beschikken, als de handen het niet doen is de strijd verloren. Grote handen, schoppen van handen met stevige vingers, krachtige spieren en veel eelt genieten de voorkeur.

Handen die geoefend zijn in het boerenleven, handen die smerig werk niet uit de weg gaan en handen die zich niet schamen voor vuile nagels. Maar zelfs de handen van een boerenjongen zijn niet bestand tegen overwerk. Intensief en tot bloedens toe aan een touw trekken is pijnlijk. Wie zijn handen heel wil houden, smeert ze in met hars of wikkelt ze - wanneer de vellen erbij hangen - in tape. Door de harslaag wordt de greep van de handen om het touw steviger. Dan hoeft er minder geknepen te worden en houden de handen langer stand. Hars is alleen 's zomers toegestaan wanneer op gras wordt touwgetrokken. 's Winters, wanneer binnen op matten wordt touwgetrokken, mag slechts magnesiumpoeder worden gebruikt. Hoe droger het vel, hoe sneller het loslaat. Touwtrekken is pure sport. Wie erop neerkijkt, kan beter dekking zoeken: boerenjongens zijn geoefend in hardhandig knijpen en langdurig trekken.