Was het maar televisie!

Henne van der Kooy: Tieners. Atlas, 192 blz. ƒ 36,90

Sydney Lewis: A totally alien life form. Teenagers. The New Press

263 blz. ƒ 49,25

Tieners van Henne van der Kooy is ontstaan uit de fascinatie van de schrijver voor de literaire serie 'Een tien voor tieners', die in de jaren zestig jaarlijks werd samengesteld uit schoolkranten van middelbare scholen door heel Nederland. De schrijver vindt die boekjes na jaren terug en komt tot zijn verbazing een hoop bekende namen tegen, zowel uit zijn eigen omgeving als uit de hoek van 'bekende Nederlanders', zoals daar zijn: Wim de Bie, Kees van Kooten, Geert Mak, Sjoerd Kuyper, Hugo Heinen, Joost den Draaier en Annemarie Oster. Hij doet wat onderzoek, belt wat van die mensen en schrijft een boekje.

Henne van der Kooy vermeldt niet zelf ooit actief te zijn geweest bij een schoolkrant en is de boekjes alleen op het spoor gekomen doordat een bekende van hem (een aantrekkelijk meisje, hij had haar eens aangeraakt) op de omslag afgebeeld stond. De man is dan ook geen groot schrijver. Zijn boek is onsamenhangend: nu eens persoonlijk, dan weer gortdroge geschiedschrijving, afgewisseld met (meestal) stuntelige gedichtjes uit de oude reeks en een incidentele foto. De levens van de literaire tieners van weleer worden in kaart gebracht, en hoewel de schrijver ze zelf 'heel divers' noemt, krijg je toch bij allemaal hetzelfde gevoel. Eerst waren het, op enkele uitzonderingen na, verwaande gymnasiasten die in hun zwarte koltruitjes ontzettend interessant liepen te doen, daarna gingen ze studeren in Amsterdam, en vervolgens vonden ze goed betaalde banen. De twee ex-schoolkrant-auteurs waar de schrijver het meest mee op lijkt te hebben - Kees van Kooten en Wim de Bie - hadden geen zin om aan het boekje mee te werken. Het gedeelte over hen komt dan ook uit de knipselmap.

Tieners laat een stevig ons-kent-ons-smaakje na. Een bijna tegenovergesteld gevoel krijg je van A totally alien life form van Sydney Lewis, dat ook over tieners gaat, maar dan in het hedendaagse Amerika. Aan de orde komen de levensvisies van veertig tieners, opgetekend door een mevrouw die ook een boek heeft geschreven over een ziekenhuis. De kinderen komen uit diverse steden en dorpen, uit alle lagen van de bevolking, en hebben verschillende huidskleuren en geloofsovertuigingen. Wat ze bijna allemaal gemeen hebben, is dat het overbewuste heilige boontjes zijn waarvan je dacht dat ze alleen voorkwamen in tv-series als The Cosby Show. Ze weten allemaal moeiteloos hun vingertjes te leggen op hun problemen, die variëren van eenzaamheid tot eetstoornissen, verkrachting en gang-geweld, of ze nu in sociale-woningbouwprojecten wonen of in een villa op een heuvel.

Dat is allemaal best interessant vanuit een antropologisch standpunt, maar tijdens het lezen wens je toch meerdere malen dat dit geen boek zou zijn, maar een televisieprogramma. Ten eerste omdat je graag wil weten hoe die kinderen en hun omgeving er precies uitzien, ten tweede omdat het onderwerp gewoon niet boeiend genoeg is voor een dik boek. Van een feest der herkenning is in elk geval geen sprake, omdat de situatie van deze teenagers zo verschrikkelijk verschilt van die van Nederlandse pubers. Zo hebben wij weinig last van gangs, hebben we geen private of public schools en is voor ons studeren in een andere stad niet erg dramatisch omdat het nooit verder is dan een paar honderd kilometer van huis, in plaats van een paar duizend.

Hoewel pubers in Nederland eindeloos worden geconfronteerd met Amerikaanse jeugdcultuur, zijn de verschillen toch groter dan de overeenkomsten. Wie dit boek wil gebruiken om zijn eigen tiener (klein)kinderen of broertjes en zusjes beter te begrijpen, komt dan ook van een koude kermis thuis. Tieners zijn niet buitenaards, Amerikanen wel.

    • Cindy Hoetmer