Waar idealisme toe kan leiden

'De maatschappij is beter af zonder extremisten, maar er zijn wel mensen met idealisme nodig'', zei iemand gisteravond in De ronde van Witteman. Wie zou dat na deze boeiende uitzending willen ontkennen?

Er zaten mensen in die de daad bij het goede voornemen hadden gevoegd en de wijde wereld in waren getrokken om hulp en troost te bieden. Wie aanleg had voor schuldgevoelens moest niet te lang naar dit programma kijken, want het gevaar bestond dat hij zichzelf na afloop terugvond als een slappe egoïst-in-een-leunstoel.

Gelukkig waren sommige gasten best bereid toe te geven dat het niet allemaal altruïsme was wat de klok sloeg. Zo was daar die indrukwekkende mevrouw die haar leven wijdde aan verwaarloosde kinderen en dieren. Het klonk larmoyanter dan het was. Die kinderen en dieren bracht ze onder haar dak samen met een bepaald doel: een kind kan zijn trauma beter overwinnen via de zorg voor het dier.

Deze mevrouw (waarom worden de namen trouwens niet even in beeld gebracht?) kon zonder zelfverheerlijking over haar motieven praten. “Ik voel me solidair met alles wat kwetsbaar is, en ik bescherm het kwetsbare in mezelf. Er zit dus ook een egoïstische kant aan.”

Er waren ook twee vrouwen bij die stukgelopen waren op hun idealisme. Een mevrouw had als vrijwilliger jarenlang dominee Hans Visser geholpen bij zijn hulpverlening aan junks in de Rotterdamse Pauluskerk. Ze had vertrouwen gehad in de junks, en telkens was ze er bedrogen en belogen afgekomen. Maar dat scheen haar niet het meest te hinderen, ze was er uiteindelijk om een andere reden mee opgehouden. Ze zag te veel jonge mensen kapotgaan, ze kon er niet meer van slapen. “De ergste groep waren de meisjes die ik stond op te maken voor ze gingen tippelen. Dan jankte ik: hoe kan ik het doen?”

De andere vrouw was verstrikt geraakt in het communistische geloof. Afkomstig uit een academisch milieu, was ze eerst in een fabriek gaan werken (“ik was al blij als ik er één politieke discussie in de week kon voeren”) en vervolgens naar Nicaragua gegaan. Daar doofde het revolutionaire vuur voorgoed, toen ze zag hoe de Sandinisten hun tegenstanders monddood maakten.

Twintig jaar later, en eindelijk afgestudeerd, praatte ze tegen haar omgeving nog steeds niet graag over haar verleden. “Dus dit is een openbare biecht?” vroeg Witteman. Ze knikte: “Ik dacht: misschien moet ik maar eens met de billen bloot.”

Hier werd treffend de therapeutische functie tot uitdrukking gebracht die dergelijke praatprogramma's voor hun gasten kunnnen hebben. De enige arts in het gezelschap, een gepensioneerde chirurg die in de Derde Wereld werkte, leek dat niet nodig te hebben. Hij praatte nuchter en terughoudend over zijn werk. “Rwanda heeft mij het meest getroffen. Wat mensen elkaar kunnen aandoen, hoe ze elkaar doelgericht mismaken voor het leven.”

Zijn artsen die euthanasie plegen, eventueel zonder melding aan justitie, ook idealisten? Of zijn het roekelozen? Ach, misschien is de idealist wel per definitie roekeloos. Zembla nam een voorschot op het volgende week weer oplaaiende publieke debat over euthanasie.

Mirjam Bartelsman bracht enkele artsen tot interessante bekentenissen. Zij gaven toe dat zij soms in acute noodsituaties euthanasie hadden gepleegd, zonder de verplichte raadpleging van een tweede arts en zonder melding aan justitie. Ze hadden later een natuurlijke doodsoorzaak opgegeven. Valsheid in geschrifte dus.

“Justitie kan beter boeven vangen, ik heb geen trek in dat gezeur en die toetsing”, zei huisarts W. van Oijen onomwonden. Hij kreeg eerder internationale bekendheid als de huisarts die in de tv-documentaire Dood op verzoek openlijk euthanasie bedreef. Van Oijen beschikte in één geval zelfs niet over een op schrift gestelde doodswens van de patiënt. Mevrouw Hemmes, officier van justitie, reageerde geschokt. “Dit is heel slecht, de verklaring van de patiënt is essentieel. Dit is het ergste wat kan gebeuren (...) Het is arrogantie.”

Maar Van Oijen bleek niet alleen te staan. De huisarts Ph. Sutorius zei over de valsheid in geschrifte: “Daar zit ik niet zo mee. Dat doet 55 procent van de huisartsen (...) Alles moet gemeld worden, maar de wet kan me ook in de weg zitten.”

Het zou me niets verbazen als deze uitspraken de komende weken de olie op het vuur van de nationale discussie zullen zijn. Zembla bedreef zelf geen euthanasie, maar wel goede televisie.