Theo Sontrop

Op het interview met Theo Sontrop (CS 8-11) kwam Ary Langbroek in een brief in het CS van 15 november terug inzake enige door hem geconstateerde lasterlijke onwaarheden, die niet zonder zijn reactie mochten blijven.

In het kader van Sontrops kennelijke kruistocht tegen de Arbeiderspers blijk ik nu tot mijn verbazing onder Sontrops vijanden te vallen, al heb ik daar in de kleine twintig jaar dat ik met hem samenwerkte nooit iets van gemerkt. Ik verdien waarschijnlijk de strop omdat ik blééf waar hij verdwéén. Dat er in de vier en een half jaar na hem aardig wat kwaliteit overeind bleef - de herinneringen van Rousseau compleet in één Privé Domein, verzameld werk van Nietzsche op komst - staat evenzeer vast als dat er bij Sontrops 'ontdekkingen' vraagtekens kunnen worden geplaatst. Büch kwam - of hij het zich nu nog wil herinneren of niet - via Harry Prick bij mij binnen. Ik heb hier nog een stapel brieven van Büch uit die tijd aan mijn huisadres. Büch was de eerste die Sontrop in de rug stak, in 1991, bij de uittocht rond Emile Brugman. Weken achtereen was er zo'n brief, ze werden me aangekondigd door een gezellin die het calligrafische handschrift had weten te waarderen. En misschien kan Joost Zwagerman zélf het beste uitleggen hoe diens vroegste werk door mij voor de neus van een collega uit diens eigen tijdschrift werd weggekaapt uit Maatstaf. Pas zulks leidde tot het contract bij Sontrop. Etcetera!

En wat de oude AP vóór 1972 betreft: daar was al lang geen Omnibus meer te bekennen, boeken zoals Juf daar zit een weduwe in de boom maakten dat de uitgeverij met Privé Domein, Suetonius, Hoffmann, Burton, Thomas Mann, Edmund Wilson, Patrick Modiano etc. nog aardig overeind stond waar het moederconcern al was gesneuveld. Wat niet wegneemt dat met Theo Sontrop in 1972 het meest romantische tijdperk begon waarvan ik nu zelf - om geheel andere redenen - mede het knopje om- en misschien uitdraai.

Naschrift Reinjan Mulder: De 'ontdekkingen' van Theo Sontrop zijn niet uit zijn mond opgetekend, maar door mij verzameld. Ik ben er daarbij van uitgegaan dat een uitgever-directeur niet alles in zijn eentje ontdekt. Soms is hij alleen degeen die het besluit tot een nieuwe uitgave neemt.

    • Martin Ros