Pvc-buizen zorgen voor stevigheid bij uniek fluitorkest

Concert: Nederlands Fluitorkest en Orchestre Français de Flutes o.l.v. Jorge Caryevschi en Pierre-Alain Biget m.m.v. Pierre-Yves Artaud, fluit. Werken van Medek, Raxach, Downey, Mennesson, Rotaru en Taira. Gehoord 21/11, Philipszaal Den Haag.

Parelmoer, die sprookjesachtige kleur in een geheimzinnige flonkering, omfloerst en toch helder, mild glanzend, alleen daarmee viel het musiceren van het Nederlands Fluitorkest donderdag in de Philipszaal in Den Haag te vergelijken. Het Nederlands Fluitorkest heeft een unieke samenstelling van contrabasfluit tot en met piccolo in meer dan zes octaven omvang. Het spectaculairst waren in Enrique Raxach's Nocturnal stroll (1996) de lage lijnen van de vijf basfluiten en vooral die ene contrabasfluit, geconstrueerd uit pvc-buizen, die ervoor zorgden dat het te eenzijdig zwevend etherische karakter van een gebruikelijk fluitenensemble stevigheid kreeg.

Raxach past verschillen in dynamiek alleen heel plotseling toe, er zijn nauwelijks crescendi en diminuendi. Spanningen komen van versnellingen dan wel verdichtingen. Het gehele 32-koppige ensemble wordt spaarzaam en geraffineerd ingezet, zodat die ene grote climax-opbouw naar het slot toe ook werkelijk effectief kan zijn. Zijn kracht ontleent het werk aan de evocatieve sfeer, zoals in het uitzonderlijk welluidende begin. De wrijving van tonale en atonale elementen in over elkaar heen geplaatste, licht schurende klankvelden gaat een werkelijke confrontatie uit de weg, veeleer is sprake van een synthese. Qua klankkleur zijn de lage lijnen, naast hoge langere, het meest intrigerend, het is alsof er een 'midden' ontbreekt.

De andere wereldpremière, Florilegium voor solofluit en fluitorkest van de Roemeense Doina Rotaru herinnerde sterk aan de melancholieke fluitepisode uit Enescu's opera Oedipe: folkloristische klaagzangen gevat in grote spanningsbogen, bezwerend archaïsch en van een betoverende schoonheid. Wel was de inkleuring met zang en slagwerk tegen het randje aan en te illustratief beeldend. Solist Pierre-Yves Artaud had geen moeite om zich te handhaven tegen de zestig fluiten en dat krachtige geluid was tevens typerend voor het Orchestre Français de Flutes.

De ensembles speelden niet alleen afzonderlijk hun eigen repertoire, maar voegden zich ook samen in een soort van Europees orkest. De Nederlanders komen sinds 1993 bijeen. Eerst presenteerde Jorge Caryevschi de fluiten in de provincies Overijssel en Gelderland, in '95 werd de Randstad 'genomen', waarna de vleugels naar het buitenland werden uitgeslagen. In augustus musiceerde men in Chicago, het volgende seizoen onder meer in de Parijse Cité de la Musique. Het Franse orkest wordt al sinds 1988 gedirigeerd door Pierre-Alain Biget. Kracht spreekt bij dit orkest vooral uit de bijna koperachtige klank van de altfluiten.

De omraming van het programma met Tilo Medeks imitatie van Honeggers Pacific en Yoshihisa Taira's Flautissimo was in feite pretentieloos, vooral geschikt om de virtuoze kwaliteiten van de uitstekend getrainde ensembles goed te laten uitkomen. Het publiek raakte in extase, het was dan ook een zeldzame ervaring vooral door die geheimzinnige en wonderbaarlijke kleurenpracht!