Politiek België zwijgt over crisis bestel

Geen dag gaat voorbij of België wordt geconfronteerd met een nieuw schandaal. Politici buigen zich echter nauwelijks over de vraag hoe het verder moet met het zwaar gehavende bestel. Een gemiste kans, vinden politicologen, sociologen en rechtsfilosofen.

BRUSSEL, 22 NOV. Sinds het begin van de affaire-Dutroux in augustus lijkt in België een lont te zijn aangestoken die een niet te stuiten kettingreactie veroorzaakt. Het gaat al lang niet meer alleen om het schandaal van de door de bende van Marc Dutroux ontvoerde en vermoorde kinderen. Lieven Dewinter, hoogleraar politicologie aan de Université Catholique van Louvain-la-Neuve, vergelijkt het met het effect van een vonk in een kist vuurwerk. “De ene klap zorgt voor de komst van de volgende”, zegt hij.

Al maanden worden worden in België vrijwel dagelijks grote en kleinere schandalen over justitie en politiek onthuld. Rechters voelen zich wegens hun falen bij vele justitiële onderzoeken aan de schandpaal genageld, de politie heeft hetzelfde gevoel. Dewinter heeft de indruk dat recente schandalen in de politiek te maken hebben met het verlangen van magistraten om terug te slaan. Magistratuur en politiek zijn jarenlang innig verstrengeld geweest. Als de politiek onder druk van de publieke opinie de banden losser maakt, staat justitie niets meer in de weg om boekjes open te doen.

Federaal vice-premier Di Rupo wordt beschuldigd van pedofilie, evenals de Waalse minister van Hoger Onderwijs Grafé. Federaal minister van Landbouw Pinxten wordt beschuldigd van belastingontduiking en Vlaams minister van Milieu Kelchtermans van corruptie. Hoogleraar sociologie Mark Elchardus van de Vrije Universiteit in Brussel vraagt zich met spanning af hoe lang dit nog doorgaat. “Voor sommigen lijkt dit het uitgelezen moment om oude rekeningen te vereffenen. Ik vind dat deze situatie een groot gevaar betekent voor de instituties en de democratie. Mensen weten niet meer wie ze moeten geloven. Of ze geloven niemand meer.”

René Foqué, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Katholieke Universiteit in Leuven, is nog somberder. “De legitimiteit van de justitie en de politiek is in het geding. In brede kring bestaat het gevoel dat alles wat overheid is, niet vertrouwd kan worden. Er is een grote kloof tussen de rechtsopvattingen van de magistratuur en de gevoelens van rechtvaardigheid in de samenleving”, zegt hij. “In een jarenlange praktijk is het recht tot een instrument in handen van de politiek geworden. Omdat de justitie veel grote schandalen de afgelopen tien jaar niet heeft weten op te lossen, hebben mensen het vertrouwen in justitie verloren.”

Op universiteiten wordt de Belgische crisis geanalyseerd en wordt er gedacht over manieren waarop het bestel hervormd kan worden. Maar het is opvallend dat een groot publiek debat daarover ontbreekt. De Belgische kranten zijn druk met de talloze lekken bij justitie om de laatste details van de schandalen te geven. De discussies hebben plaats in de universitaire binnenkamers.

De belangstelling van studenten gaat daar verder dan het gebrekkige functioneren van het justitieapparaat, dat gewoon is dossiers over belangrijke zaken op de plank te laten verstoffen. Zo bestaat voor het laatste nummer van het tijdschrift Res Publica een grote belangstelling. Politicologen uit België en Italië analyseren daarin de overeenkomsten tussen de twee landen, die beide veelvuldig schandalen voortbrengen.

“De democratie moet vitaliteit tonen door een permanent debat waarbij zoveel mogelijk mensen betrokken zijn. Het monopolie van de behoefte aan waarden en normen mag niet aan extreem-rechts of links gegeven worden. De Belgische rechtsstaat bevindt zich in een crisis. Intellectuelen moeten hun stem verheffen. Maar zij kunnen geen blauwdruk geven voor een nieuwe samenleving. Daarvoor is de politiek nodig”, zegt Foqué.

De Belgische politiek hult zich in een opvallend stilzwijgen over de crisis. Het parlement heeft tot nu toe geen debat gehouden over het gebrek aan vertrouwen in de rechtsstaat dat vorige maand zo duidelijk bleek tijdens de 'witte mars' van 300.000 demonstranten in Brussel. Premier Dehaene schrok van de omvang van dat protest, kondigde aan snel een eind te maken aan de politieke invloed op de benoemingen van magistraten en zegde toe zich te zullen inzetten voor de zaak van ontvoerde kinderen. Maar over de onrustbarende omvang van het Belgische wantrouwen in de overheid zweeg hij. Dehaene bleef dat doen toen hij in het parlement aangaf zijn vertrouwen vice-premier Di Rupo te behouden zolang diens schuld niet bewezen is. En hij waarschuwde het parlement vooral niet met beschuldigingen het eigen nest te bevuilen.

Politicoloog Dewinter verklaart het zwijgen van Dehaene uit diens beperkte manoevreerruimte. Deze wordt bepaald door de vier coalitiepartijen (twee Vlaamse en twee Waalse) van zijn regering. De Belgische premier kan geen stap zetten die uitgelegd zou kunnen worden als 'verraad'. Die partijen zitten - door hun traditie van het onderling verdelen van banen en macht - aan elkaar geklonken. Niemand wil bovendien een regeringscrisis riskeren. De regering wil in rust het economische programma afmaken waarmee België de Europese Monetaire Unie binnengeloodst moet worden. “Bovendien, als er nu verkiezingen zouden komen, is het risico groot dat veel mensen uit protest stemmen op een partij als het Vlaams Blok, dat racistisch is maar vooral een protestimago heeft. Protesteren door thuis te blijven kan niet, omdat België stemplicht heeft”, zegt Dewinter.

Met hun zwijgen dragen de Belgische politici volgens de Brusselse socioloog Elchardus belangrijk bij aan de verslechtering van het klimaat. Ze hebben de 'witte mars' in Brussel bijna verlamd aangezien en ondernamen tot nu toe geen poging om er een politiek 'project' van te maken. “Een gemiste kans”, zegt Elchardus. “De politieke en intellectuele elite van dit land had de energie van het massale protest moeten kanaliseren in de richting van hervorming van de overheidsinstellingen.”

Het ziet er ook niet naar uit dat de politiek de grote problemen snel zal aanpakken omdat deze zelf een belangrijke oorzaak is van de crisis. Volgens politicoloog Dewinter functioneert het traditionele Belgische cliëntelisme niet meer. De traditie dat politici kiezers aan zich konden binden door banen en overheidsopdrachten te schenken, is voorbij. Tijdens de economische crisis van begin jaren tachtig deden de politici nog alsof er niets aan de hand was. Ze bleven gunsten uitdelen tot de overheidsschuld was gestegen tot bijna 130 procent van het bruto binnenlands produkt. Maar nu wordt de broekriem aangehaald. Dewinter ziet een overeenkomst met Italië, waar begin van de jaren negentig de politici ook van hun voetstuk vielen toen ze niets meer hadden om uit te delen.

Het emotionele protest tijdens de 'witte mars' moet ook worden gezien in het kader van andere massale emotionele uitingen van de afgelopen jaren, vindt Elchardus. Ook daar wisten de traditionele Belgische politieke partijen niets mee te doen. In 1991 werd er gedemonstreerd toen het racistische Vlaams Blok bij verkiezingen meer dan tien procent van de stemmen kreeg. Bij het overlijden van koning Boudewijn reageerde Wallonië en Vlaanderen eensgezind emotioneel. Tenslotte kwam de affaire-Dutroux, die lange tijd maar weinig aandacht kreeg van de Belgische regering, die druk bezig was met een moeilijke begrotingsoperatie.“Ik ben ook ontgoocheld door de houding van de intellectuelen”, zegt Elchardus. “Ze hebben te lang alleen maar laten zien dat ze de verontwaardiging van de ouders van vermoorde kinderen over de laksheid van de justitie delen. Maar er moet geprobeerd worden om die verontwaardiging te gebruiken om daadwerkelijk iets te kunnen doen.”

Rechtsfilosoof Joqué zegt dat bij het verouderde, inefficiënte justitieapparaat dringend veranderingen nodig zijn. “Maar het is vooral belangrijk om aan hervormingen op lange termijn te denken. Aan de vorming van juristen. Aan het evenwicht tussen politiek en magistratuur dat bereikt moet worden. Er is veel te weinig debat onder magistraten. Velen in de juristenwereld leven in vermolmde verhoudingen. Rechters denken hun onafhankelijkheid prijs te geven als zij zich in de samenleving laten zien. Maar een rechter is in een democratie een symbolische figuur die naar buiten toe gerechtigheid moet uitdragen.”

Niemand durft te voorspellen hoe het zal aflopen. Misschien gaan politieke partijen, juist als enkele jaren geleden in Italië, hun ondergang tegemoet, misschien komt er een vernieuwing van de politiek en het justitiële apparaat. Maar het gebrek aan debat in de Belgische samenleving - tussen Wallonië en Vlaanderen is wat dat betreft geen enkel verschil - stemt socioloog, politicoloog en rechtsfilosoof somber.