Nihilisme en de hoop op genade

Emil Tode: Grensgebied. Uit het Ests vertaald door Marianne Vogel en Cornelius Hasselblatt. Meulenhoff, 144 blz. ƒ 34,90.

Een 'bekentenis van mijn leven als mens', zo omschrijft de ik-figuur de verzameling brieven waaruit de roman Grensgebied bestaat. 'Ach Angelo, waarom stak ik mijn neus toch in de wereld van de mensen, ik had op mijn eigen plek moeten blijven, in het plantenrijk, in de waarschijnlijkheid, in Oost-Europa...'

Of de brieven aan de aanbeden Angelo werkelijk verstuurd of zelfs maar geschreven worden, blijft in het ongewisse. Zoals veel in Grensgebied van het begin af aan op losse schroeven staat. Zijn brieven richt de ik-figuur, een naamloze jongeman uit Estland, met opzet aan iemand die hij nauwelijks kent en die niets weet van de wereld waaruit hijzelf afkomstig is: zo kan hij liegen zoveel hij wil. Maar waarom wil hij eigenlijk praten, als hij tegelijkertijd beweert geen verhaal te hebben? Om de stilte te vullen, zoals hij ergens zegt? Of om de dingen door ze te noemen te ontmantelen en zich zo, stukje bij beetje, uit de wereld van de mensen te verwijderen? Of om, ondanks zijn weerzin tegen die mensenwereld, er toch een spoor in na te laten?

Om de gecompliceerde verhouding van de ik-figuur tot het leven en vooral tot het westerse leven, draait Grensgebied. In de geest van de jongeman dwarrelen herinneringen, dromen, fantasieën en hallucinaties door elkaar. In flarden verschijnt het voormalige sovjet-Estland, waar hij opgroeide in de bedompte flat van zijn oma die niet zijn echte oma was. Zijn jeugd, die zich afspeelde in vochtige, mistige somberheid, 'in een voorbije eeuw, in een verzonken land'. Zijn verlangen - toen - naar de zon, naar schoonheid, naar Parijs. En zijn leven nu, in Parijs, zijn huidige wereld waarvan de kracht en schoonheid in hem het verlangen oproepen om te vernietigen. Belichaming van die schoonheid en zelfverzekerdheid is zijn geliefde Franz, een hoogleraar filosofie die hem tegelijkertijd afkeer inboezemt omdat hij uiteindelijk net zo'n erbarmelijk schepsel is als iedereen. Zijn drang om alles te ontwijken wat heilig is, leidt de ik-figuur uiteindelijk tot moord op zijn minnaar, zijn 'futiele misdaad op deze wereld' die de roman tot een bekentenis in de letterlijke zin maakt.

Grensgebied speelt zich af in de schimmige sferen van de menselijke geest, op het breukvlak van realiteit en droom. Als een schaduw glijdt de jongeman door het leven, door zijn 'lege, witte dagen'. Slenterend door Parijs, dommelend op zijn bed, rondhangend in musea, dromend over de kleren die hij zou willen kopen en over de minnaars die hij ooit gehad en niet gehad heeft, legt hij geleidelijk zijn psyche bloot. Hunkering naar harmonie en volmaaktheid bestaat daar naast het verlangen naar modder en drek, de wens om niet te bestaan naast de drang om iets na te laten, extreem nihilisme naast hoop op genade. Met zijn fragmentarische en associatieve schrijftrant roept Tode dit schemergebied op in al zijn ongrijpbaarheid en onbegrijpelijkheid. De verrassende beelden en de suggestieve beschrijvingen van steden en landschappen bieden daarbij enig tegenwicht voor de drukkende sfeer van uitzichtloosheid. Grensgebied is een sombere, maar prachtige roman. Wie eraan begint, wordt opgezogen.

    • Helen Saelman