Modern bikkelen; Straatspelletjes van vroeger en nu

Judith Eiselin: Iene miene mutte, Over knikkeren, bokspringen en andere straatspelletjes, Uitg. Prometheus 1996, 151 blz., Prijs ƒ 16,90.

Op sommige scholen in Engeland krijgen kinderen sinds kort in hun speelkwartier verplicht vijf minuten les in straatspelletjes. Oude straatspelletjes wel te verstaan, spelletjes die de ouders en grootouders van de schoolkinderen al speelden, zoals touwtje springen, elastieken, tikkertje spelen en ga zo maar door.

Want, zo zeggen ze op Engelse scholen, omdat kinderen steeds meer computerspelletjes spelen vergeten ze al die oude straatspelletjes. En dat vinden de volwassen Engelsen jammer. Hoewel, in een van de Engelse kranten schreef een spelletjesdeskundige dat zij er geen moeite mee had. Zij vindt computerspelletjes net zo goed als straatspelletjes, en vindt dat kinderen zelf moeten uitmaken wat ze spelen. 'Wat een onzin om kinderen in hun korte vrije speeltijd op school ook nog weer les te geven,' zei ze. De meeste computerspelletjes zijn volgens haar spelletjes waarbij je heel snel met je handen moet reageren op wat je ziet - net zoals bij oude spelletjes als bikkelen. Spelen op de computer is gewoon modern bikkelen.

Bikkelen, bikkelen? Wat is bikkelen? Bikkelen is een spel dat voor de oorlog nog op straat werd gespeeld, maar nu is verdwenen. Een bikkel is een botje uit de hiel van een geitenpoot (of schapenpoot), dat glad en hard is - vandaar: bikkelhard. Het botje, een kootje, of een ijzeren bikkel heeft de vorm van een halve maan, met een bolle en een holle kant en twee platte kanten. Om te bikkelen had je vier bikkels nodig en een bal of knikker. Als je de bal opgooide moest je voor hij neerkwam zo snel mogelijk met één hand zoveel mogelijk bikkels omdraaien. Wie als eerste alle bikkels met dezelfde kant naar boven wist te leggen, had gewonnen.

Annie M.G. Schmidt, de schrijfster van Dikkertje Dap en Pluk van de Petteflet beschrijft dat ze het nog gespeeld heeft. Ze werd op de dorpsschool in Zeeland waar ze naar toe moest altijd gepest en uitgelachen. “Maar gelukkig kon ik goed bikkelen. Elke dag, op iedere gladde stoep zaten meisjes twee aan twee hartsochtelijk te bikkelen, met bikkels van been en een bal.”

Bikkelaars, meestal meisjes, zongen ook bij hun spel, bijvoorbeeld 'Moeder de vlo, / die bijt me zo, / die bijt me zeer. / Gooi er maar een bikkeltje neer.'

Dit liedje en een heleboel andere liedjes en straatspelletjes van vroeger en nu plus citaten van schrijvers daarover, zoals die van Annie M.G. Schmidt, staan in het boek Iene Miene Mutte, Over knikkeren, bokspringen en andere straatspelletjes van Judith Eiselin. Voor degene die noten kan lezen is het extra leuk: er staat muziek van de meeste liedjes bij. Zo krijg je een aardig overzicht van de spelletjes die op straat gespeeld werden van de tijd van je opa en oma tot nu: van bikkelen tot flippoën.

Er staan leuke spelletjes in die ik alweer helemaal vergeten was, bijvoorbeeld 'spiegeltjes maken' of 'toverspiegeltje': met een gebogen takje zoveel mogelijk natte spinnewebben in de herfst verzamelen, zodat zich een soort spiegeltje in het rondgebogen takje vormt. Er staan meer spelletjes in het boek die nog steeds gespeeld worden, zoals tikkertje of touwtjespringen, en pestspelletjes van de jongens tegen de meisjes ('Hup, meisjes zijn niks, hup, meisjes zijn niks, ze weten niet eens wat voetballen is') of de meisjes tegen de jongens ('Hup, jongens zijn niks, hup, jongens zijn niks, ze weten niet eens wat afwassen is'). Ik kan me wel herinneren dat wij als jongens dat liedje over de meisjes zongen, maar ik kan me niet herinneren dat de meisjes zongen dat jongens niks van 'afwassen' wisten. Het leukste vind ik nog altijd de onzinrijmpjes, die bij het aftellen (jij bent 'm) of klapspelletjes gebruikt worden. Mijn favoriete onzin-klapspelvers, dat steeds sneller gezongen dient te worden, is: 'O monnie monnie ma, akademie viese va, viese va va va, akademia, onnie eppe eppe eppe, onnie steppe steppe step, onnie au au au, mikkie mau mau mau.'

    • Paul Steenhuis