Markt

Zo'n overdekte markt heb je vast wel eens gezien. Een markt met een dak, het ruikt daar zo lekker, van alles door elkaar heen. Even denk je peper of die geur wordt al weer door sinaasappelen verdrongen. Drie, vier stappen verder zijn die vruchten achter je en loop je door de lucht van misschien wel zes, zeven verschillende soorten kaas. Nu versnel je je pas, je houdt niet van kaas, veel te sterk die geuren.

Wat een rare stem, daar in de verte, het lijkt wel een sprekende vogel. Je loopt er vlug naartoe en het is nog waar ook. Een speelgoedpapegaai herhaalt wat de klanten tegen hem zeggen: 'hallo', 'ja, ja', 'kom nou, kom nou...' en veel vloeken, iedereen lacht.

Geuren, geluiden en dan nog alles wat er is te zien. Treurig soms, zo'n dikke varkenskop aan een lijn boven de toonbank van de slagerij. Maar ook grappig, een reusachtige spijkerbroek is met een touw aan een kraampje vastgemaakt. Hij raakt de zoldering van de markt, zo ver is hij omhoog gevlogen, een ballon in de vorm van een broek.

Dan kun je je ogen niet geloven. Wat je nu ziet, het hoort hier niet thuis. Die pratende papegaai en die vliegende spijkerbroek zou je ook niet zo gauw op een markt verwachten. Maar dit...

Hoeveel violen zijn het? Je kunt ze niet eens zo gauw tellen. Achttien, twintig of zijn het er nog meer? Als je het juiste aantal te pakken hebt, weet je dat je je hebt vergist. Ze liggen in rijen op roodfluwelen doeken achter elkaar.

Zou iemand op een markt een viool kopen? Onmogelijk en toch liggen ze hier, net of een klant na een brood of een moot ham vlug een muziekinstrument bestelt. Waar is de koopman?

Hij zit niet achter de violen. Je vraagt het aan de vrouw die naast het prachtig bruin gewreven hout schoenen verkoopt. Ze zegt dat hij zo terugkomt en besteedt verder geen aandacht aan je. Ze heeft al weer een nieuwe klant.

Je wacht tien minuten en dan ga je weg. Het is zo'n prettig gevoel in je hoofd, al die violen die tot niets dienen, wat een gek gezicht. Je neemt ze mee naar huis, je gaat er straks over vertellen en niemand zal er iets van begrijpen.

Dan zie je een meisje met een vioolkist een gebouw ingaan. Er begint je iets te dagen. Je loopt naar de deur en je leest wat erboven staat. Was je maar een andere kant opgelopen. Het raadsel bestaat niet meer. Dit is een muziekschool. Je kijkt om. De markt is hier niet ver vandaan.