Leiders Iran, Duitsland uiten zich verzoenend

BONN/ TEHERAN, 22 NOV. De leiders van Duitsland en Iran hebben gisteren en vandaag geprobeerd de angel te halen uit de crisis tussen de twee landen na beschuldigingen van een Duitse aanklager dat het Iraanse leiderschap opdracht heeft gegeven tot de moorden op drie Iraans-Koerdische leiders en hun tolk in Berlijn in 1992.

De Duitse bondskanselier Helmut Kohl verzekerde gisteren dat de Duitse autoriteiten er niet op uit zijn “de religieuze gevoelens te kwetsen” van het Iraanse volk. De Iraanse president Rafsanjani antwoordde vanochtend dat zijn land de goede relaties met Duitsland wil handhaven.

De Iraanse media zwegen gisteren over een in Duitsland hoog opgenomen dreigement van geestelijken in Qom een fatwa, religieus decreet, zoals het doodvonnis tegen de Britse schrijver Salman Rushdie, uit te vaardigen tegen de Duitse aanklagers. In plaats daarvan gaven ze veel aandacht aan een rede van Opperste leider ayatollah Ali Khamenei waarin hij onderstreepte dat “de belangrijkste vijanden” van Iran de Verenigde Staten en Israel bleven. De vice-voorzitter van het Iraanse parlement, Hassan Rouhani, bagatelliseerde het dreigement met de uitspraak dat de “studenten” en “seminaristen” die het woensdag hadden geuit “niet het niveau hadden” om een fatwa uit te vaardigen.

In zijn twee pagina's tellende brief aan president Rafsanjani uitte bondskanselier Kohl gisteren zijn bezorgdheid over de verslechtering van de onderlinge relaties. Hij verzekerde dat het proces in Berlijn tegen de verdachten van de moorden op de Koerden waarop de aanklager vorige week zijn beschuldigingen tegen het Iraanse leiderschap heeft geuit, “geen politiek proces” is. Daarbij onderstreepte hij dat de rechtbanken in Duitsland onafhankelijk zijn.

Tijdens kabinetsberaad in Bonn besloten de ministers volgens een regeringswoordvoerder “het hoofd koel” te houden. Maar dat weerhield minister van Ontwikkelingszaken Carl-Dieter Spranger niet van een felle uitval naar Iran waarvan “het staatsterrorisme tegen diegenen die anders denken eens te meer zichtbaar is geworden als resultaat van dit proces”. “De dreigementen met de dood (uit Qom) tegen vertegenwoordigers van het Duitse justitieel systeem zijn niet te tolereren, en tonen hoe het regime in Teheran de mensenrechten vertrapt.” (AFP, Reuter)