Late-avond loomheid uit Bristol

Phil Johnson: Straight outa bristol. Massive Attack, Portishead, Tricky and the roots of trip hop. Hodder and Stoughton, 205 blz. ƒ 33,50

Toen de Britse geluidstovenaar Tricky bij een van zijn optredens vorig jaar het publiek vroeg 'willen jullie trip hop?', steeg er onmiddellijk een massaal gejuich op. 'Krijg dan allemaal maar de klere', bitste de ster. En stortte zich in een volgend hels claustrofobisch nummer.

Trip hop, waartoe ook de excentrieke Tricky gemakshalve vaak wordt gerekend, is een van de populairste muziekstromingen van het moment. Begonnen in de underground van Bristol, is het genre met het succes van Massive Attack, Portishead en Tricky al behoorlijk mainstream geworden. Het wachten is op een leuke trip hop-jingle voor op de roltrap, in Alexandrium IV of in de kantoorlift. Hoewel de muziek zich daar waarschijnlijk niet zo goed voor leent: trip hop of 'Bristol-sound' is het ritmisch sterk vertraagde, en met samples bewerkte Britse stiefzusje van de Amerikaanse hip hop. De songs zijn eerder loom en broeierig dan prikkelend of opzwepend - al bewijst Tricky met zijn elektronische soundscapes dat deze muziek ook ongepolijst, vervreemdend en onrustbarend kan zijn.

Met trip hop heeft de elektronische dance-muziek die sinds de late jaren tachtig de avantgardistische jeugdcultuur domineert eigenlijk voor het eerst ook een brug geslagen naar de ouderwetse pop- en rockwereld: de Bristol-sound is, eerlijk gezegd, te langzaam om op te dansen (de leden van Massive Attack gaan er zelfs prat op dat ze niet kúnnen dansen) en de artiesten werken weer met 'liedjes', die meestal ook nog ergens over gáán. Zo is de elektronische pop (Bristol-sound wordt, evenals andere 'dance', eerder gemaakt door dj's en computer-samplers dan door 'muzikanten' in traditionele zin) een verrassende nieuwe richting ingeslagen, alle standaard-klaagzangen over 'zielloze' computermuziek ten spijt.

Tot die conclusie komt ook de de Britse muziekjournalist Phil Johnson in Straight outa bristol, het eerste boekje over opkomst en succes van het genre. Johnson brengt in kaart hoe de muziekscene in Bristol zich ontwikkelde na de rassenrellen van 1980, toen de zwarte jeugd meer ruimte ging opeisen en de invloeden van de Amerikaanse hip hop voelbaar werden. In de legendarische club The Dug Out werd de 'Bristol sound' ontwikkeld door de dj's van The Wild Bunch. Johnson beschrijft dat prille begin, behandelt de diverse latere groepen en artiesten, en doet dat niet onverdienstelijk. Maar gek genoeg komt hij eigenlijk pas in het nawoord aan de hamvraag toe: waarom de hip hop nu juist in het suffige Bristol werd omgesmeed tot trip hop. Dat komt, zegt hij, omdat Bristol een aantal gunstige elementen voor het ontstaan van een oorspronkelijk nieuw genre combineerde: de havenstad kende een multi-etnische bevolking, er bestond al een zwarte muziekscene (vooral reggae), géén commerciële muziekindustrie, en ten slotte was de jeugdcultuur er relaxter en minder 'hype'-gevoelig dan in Manchester of Londen. In The Dug Out werd ook eigenlijk niet gedanst, schrijft hij. Geblowed, dat wel - mede vandaar misschien de vertraagde late-avondsfeer van de muziek.

Als introductie op trip hop is dit een redelijk geslaagd boek, al is de toon nogal incrowd-achtig en valt de auteur de lezer te vaak lastig met zijn half-ironische klachten hoe moeilijk het is vooraanstaande leden van de Bristol-scene te spreken te krijgen (eentje belt hem kortstondig op, klaagt hij, uit bad). Een verdienste van Johnsons boek is ook dat het de vitaliteit onderstreept van de huidige Engelse muziekwereld. Naast trip hop heeft zich daar alweer een tijd 'jungle' ontwikkeld: muziek met juist sneller opgevoerde ritmes, tegen elkaar inwerkende 160 en 80 beats per minute. Ook dáár valt eigenlijk niet meer tegenop te dansen - maar meeslepend is het wèl.