Kou vatten

Hoe komt het dat we in de herfst en winter vaak verkouden zijn? Vroeger dacht iedereen dat het van de kou kwam. Dat je kou vat als je zonder dikke jas en das buiten in de kou loopt. Dan ga je niezen en hoesten en je bent verkouden. Vroeger wisten de mensen zo zeker dat je ziek werd van de herfstkou dat er zelfs woorden voor kwamen: kouvatten en verkouden.

Maar toen ontdekten onderzoekers dat we verkouden worden van virussen. Virussen zijn onzichtbaar kleine bolletjes die op stof en waterdampdruppeltjes door de lucht kunnen zweven. Ze groeien in ons lichaam en maken ons ziek. Verkoudheidsvirussen groeien in kelen en neuzen en laten ons hoesten en niezen. Virussen, ontdekten de onderzoekers ook, houden helemaal niet van kou. Buiten in de koude en droge winterlucht gaan ze kapot en van kapotte virussen word je niet ziek. Dus toen vroegen de onderzoekers zich af of je wel echt verkouden wordt van de kou. Zou kouvatten wel bestaan? Dat wilden de onderzoekers zelf ook wel eens weten.

Ze vroegen aan Amerikaanse generaals of ze een proefje met de soldaten mochten doen. Dat was goed. Een stel soldaten moest een tijd in de kou buiten gaan staan, met alleen een broek en T-shirtje aan. Evenveel soldaten moesten binnen bij de kachel blijven. Daarna kregen ze allemaal een verkoudheidsvirus in hun neus gedruppeld. Als je kou kan vatten, zouden er veel meer koude dan warme soldaten ziek moet worden.

Maar het maakte niets uit! Van de soldaten die rillend in de kou hadden gestaan werden er net zoveel ziek als van de soldaten die binnen moesten blijven. Kouvatten bestaat dus helemaal niet, zeiden de onderzoekers.

Andere onderzoekers geloofden dat niet en bedachten een nieuw experiment. Dit keer moesten sommige mensen in een bad met koud water en anderen in een warm bad. Ze werden ook weer besmet met virus en weer maakte het niet uit of je in warm of koud water had gezeten. Kouvatten bestaat dus niet en iedere dag een koude douche hoeft ook niet om gezond te blijven.

Maar hoe kan het dan dat je vaak een snotneus krijgt als je plotseling buiten in de kou loopt? Of als je uit de kou in een lekker verwarmde kamer komt? Dan ben je toch verkouden?

Daar moesten de onderzoekers weer een tijdje over nadenken. Nee, je bent dan niet verkouden, zeiden ze, maar allergisch. Als je in het voorjaar van plantenstuifmeel en van stof een snotneus krijgt ben je ook niet verkouden maar allergisch. Een snotneus kan ook door plotselinge kou komen. En als je in een warme kamer een loopneus krijgt, is dat net zo goed allergie, want in een kamer, waar net de verwarming voor het eerst brandt, begint de huisstofmijt flink te groeien en daar zijn veel mensen allergisch voor. Toen was er nog één vraag over. Hoe kan het dan dat alle mensen in de herfst en winter wel eens flink verkouden en grieperig zijn en in de zomer veel minder? Dat komt toch zeker van de kou?

Ja, dat komt van de kou, maar niet van het kouvatten. Verkouden worden we niet in de kou, maar in de warmte. In de herfst houden we de deuren en ramen dicht en zitten we met zijn allen binnen. Daar is altijd wel iemand met een virus in zijn keel. Als hij hoest of niest vliegt er een stroom luchtdruppeltjes met virus er op de kamer in. Iemand anders ademt die druppeltjes met virus in. Het virus nestelt zich in een verse keel en begint lekker te groeien. En besmetten hoeft niet alleen via de lucht, het kan ook door kussen of van elkaars lepel eten of uit dezelfde beker drinken. Verkoudheidsvirussen blijven daar altijd wel een tijdje levend aan vast zitten. Virussen vinden het lekker als mensen op een kluitje in de warmte bij elkaar zitten, elkaars lucht inademen en aan elkaar en elkaars spullen zitten. Dan kunnen ze veel mensen besmetten en zelf flink groeien.

Verkouden worden gebeurt dus binnen in de warmte, als het buiten koud is. Dus je kunt eigenlijk niet kouvatten maar wel warmvatten. En als je hoest en niest kun je beter zeggen dat je verwarmen bent in plaats van verkouden.

    • Wim Köhler