Kamer eens met plan marktwerking sociale zekerheid

DEN HAAG, 22 NOV. De Tweede Kamer stemt in hoofdlijnen in met het wetsvoorstel van staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) waarmee geleidelijk marktwerking wordt geïntroduceerd in de organisatie van de sociale zekerheid. Dat bleek gisteren bij het Kamerdebat over de Organisatiewet Sociale Verzekeringen 1997 (OSV).

De fracties maakten ondanks hun instemming duidelijk dat het wetsvoorstel nog tal van onduidelijkheden bevat.

Met name de verhouding tussen de verschillende organisaties in de sociale zekerheid riep een groot aantal vragen op. Ook maakten enkele woordvoerders zich zorgen over de korte periode tot de invoeringsdatum van OSV, 1 januari volgend jaar.

Voor de uitvoering van de sociale zekerheid zorgen twee instellingen: het nieuw op te richten Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV) dat verantwoordelijk wordt voor werknemersverzekeringen zoals WAO, Ziektewet en WW. Het LISV sluit contracten met uitvoeringsinstellingen zoals het GAK, bij wie de werkgevers zijn aangesloten. De tweede instelling is de Sociale Verzekeringsbank die de ouderdomsvoorziening AOW, de Nabestaandenwet en de kinderbijslag uitvoert.

Het CTSV is in het voorstel van De Grave onafhankelijk toezichthouder van 'het veld' van sociale verzekeringen en staat daarmee op enige afstand tot het ministerie van Sociale Zaken. De Raad van State adviseerde tevergeefs om die afstand zo klein mogelijk te laten zijn door het college onderdeel uit te laten maken van het ministerie.

Gisteren schetsten de fractiewoordvoerders hun eigen intepretatie van het wetsvoorstel omdat het hen niet duidelijk was geworden welke rolverdeling tussen ministerie, CTSV, LISV en SVB de staatssecretaris voor ogen staat. Wat CDA, PvdA en VVD betreft moet het CTSV toezicht blijven houden op de naleving van de sociale verzekeringswetten. Volgens PvdA-woordvoerster Van Nieuwenhoven dient het CTSV “met een grote zelfstandigheid een signalerende en controlerende fuctie te hebben, onder de verantwoordelijkheid van de minister”.

Het is niet de bedoeling dat het CTSV zich met het sociale zekerheidsbeleid bezig gaat houden, maar slechts ingrijpt als uitvoerders zich niet aan de wet houden. In geval van problemen bij uitvoerders of toezichthouder kan de minister ingrijpen bij het CTSV en via dat college bij het LISV en SVB. Dat is nodig om de Kamer de mogelijkheid te bieden de minister ter verantwoording te roepen.

Het Kamerlid Schimmel (D66) vindt dat de minister rechtstreeks een aanwijzing moet kunnen geven aan het LISV en de SVB en de functie van het CTSV slechts beperkt moet zijn tot “informatieverzameling en oordeelsvorming” en niet langer een aanwijzingsbevoegdheid heeft.

De positie van het college heeft de aandacht van de Kamer nadat halverwege dit jaar het voltallige bestuur en de voorganger van De Grave, Linschoten, opstapten. Aanleiding was een conflict tussen bestuur en directie van het CTSV, waarna een parlementaire onderzoekscommissie concludeerde dat er weinig deugde van de relaties tussen college, ministerie en uitvoeringsorganisaties.