In de stukken was het voorbehoud twee weken onvindbaar; EU-voorzitterschap onder schaduw drugs

Een ambtelijk concept voor de harmonisatie van het drugsbeleid binnen de Europese Unie plaatst Nederland voor een dilemma: instemmen met een aanval op het gedoogbeleid, of geïsoleerd aan het voorzitterschap van de Unie beginnen.

DEN HAAG, 22 NOV. Tussen de duivel en de blauwe zee, tussen het risico van een kabinetscrisis en een onpraktisch isolement als voorzitter van de Europese Unie dreigt Nederland binnenkort te raken wegens zijn drugsbeleid. Nog voor Nederland 1 januari aan dat voorzitterschap begint lijkt het in conflict te raken met een eigen uitgangspunt dat minister Van Mierlo (D66, Buitenlandse Zaken) pas eergisteren in een nota over het Nederlands voorzitterschap bekendmaakte: namelijk dat de Europese agenda, de Europese werkelijkheid, dadelijk absoluut voorrang moet hebben boven de “nationale agenda”.

Gebrekkige communicatie en ontijdig lawaai in de paarse coalitie hebben Nederland nog vóór zijn EU-voorzitterschap begint al een formidabel probleem bezorgd in de zogeheten derde pijler van de Intergouvernementele Conferentie (IGC). In die derde pijler moet de EU meer gemeenschappelijkheid bereiken op het gebied van justitie- en politiebeleid. IGC-akkoorden daarover moeten dan in juni 1997 worden vastgelegd in een Verdrag van Amsterdam.

De zwarte hand is ruim een maand geleden aan het werk gegaan. En wel met een Frans document over een gemeenschappelijke EU-drugspolitiek (action commune) waar ambtelijke vertegenwoordigers uit de vijftien lidstaten vervolgens over gingen onderhandelen. De Franse tekst, die natuurlijk op iets heel anders mikt dan de gereglementeerde praktijk van het Nederlandse gedoogbeleid, is door het huidige Ierse voorzitterschap overgenomen en moet op 13 en 14 december op de EU-top in Dublin in bespreking komen.

Tot de zesde versie van het Franse stuk had de Nederlandse ambtelijke vertegenwoordiger (directeur-generaal J. Demmink van minister Sorgdragers departement van Justitie) geen onraad geroken. Of hij had erop vertrouwd dat er uiteindelijk misschien wel mee viel te leven door er een eigen interpretatie aan te geven voor het Nederlandse gehoor. Op veel meer dan een 'poly-interpretabel' stuk mocht Den Haag immers niet hopen, moeten Demmink (en de Nederlandse ambassadeur bij de EU, B. Bot) lange tijd hebben gedacht. Een stuk dat, mits discreet en zonder veel politiek lawaai uit Den Haag behandeld, via een ruime uitleg zowel grondslag voor het behoud van het nationale drugsbeleid als voor één strictere EU-aanpak zou kunnen zijn.

Pas toen de overgrote meerderheid van de landen van de Europese Unie - zij het nog op ambtelijk en diplomatiek niveau - dat anders bleek te zien en tot de conclusie leek te zijn gekomen dat Den Haag op dit stuk overstag was gegaan, meldde Nederland een 'algemeen studievoorbehoud' aan op de tekst. Dat gebeurde op 4 november. De bedoeling daarvan was, zei minister Sorgdrager (D66) gisteren in de Tweede Kamer, duidelijk te maken Nederland in geen geval akkoord wilde gaan met de toen voorliggende versie van het met Franse pen geschreven document, en naar een tekst wilde die meer ruimte liet voor het eigen Nederlandse drugsbeleid.

Maar met dat Nederlandse voorbehoud, dat gezien de pertinente opvattingen van (vooral) de paarse coalitiepartners PvdA en D66 over de handhaving van het nationale drugsbeleid van groot belang was en is, is iets vreemds gebeurd. In de officiële stukken is dat voorbehoud namelijk twee weken lang onvindbaar gebleven. Sorgdrager had er gisteren geen verklaring voor dat pas in een Franse versie van 19 november het Nederlandse voorbehoud voor het eerst schriftelijk werd vermeld. Voorbehouden van Oostenrijk en Denemarken lagen er al in oktober, overigens om minder ingrijpende redenen dan de Nederlandse.

Opvallend is dat noch premier Kok, minister Van Mierlo of minister Borst (D66, Volksgezondheid) de afgelopen dagen op de hoogte leek te zijn van dit voorbehoud. Dat viel op te maken uit toespraken die zij deze week over de EU en het Nederlandse drugsbeleid hielden (Borst op een bijeenkomst van D66, Van Mierlo bij de presentatie van zijn nota over het aanstaande EU-voorzitterschap). Sorgdrager zelf verbleef ruim een week op Curaçao en Aruba. De communicatie tussen de betrokken departementen en bewindslieden moet gebrekkig zijn geweest.

Volgens bronnen in Den Haag sloegen ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid vorige week alarm toen duidelijk werd dat 'de politiek' onrustig raakte omdat PvdA en D66 consequenties vreesden voor de praktijk van het Nederlandse drugsbeleid. Sorgdrager erkende gisteren in de Kamer dat de tekst 'multi-interpretabel' was en inderdaad zó kan worden uitgelegd dat drugsgebruik en drugshandel in Nederland harder moeten worden aangepakt. Dit zou de kern treffen van het Nederlanse beleid.

Het leek er zodoende op dat een meerderheid van de EU-partners, al dan niet op basis van een Frans masterplan, het Nederlandse drugsbeleid te lijf was gegaan op een ogenblik dat 'Den Haag' wegens het aanstaande EU-voorzitterschap politiek meer dan gemiddeld kwetsbaar is. Dat er in Den Haag daarover intussen niet alleen verwarring en verlegenheid is ontstaan maar ook woede bleek gisteren alleen al uit Sorgdragers opmerking dat Ierland zich als EU-voorzitter had “geleend” om het Franse voorstel te endosseren. Pas na kritiek van het Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA) nuanceerde zij die uitspraak door te erkennen dat Ierland, zoals andere EU-leden, eenvoudig de Franse opvattingen deelt.

De voormalig diplomaat De Hoop Scheffer speelde gisteren een belangrijke rol. Niet alleen met zijn opmerking dat hij weliswaar op hoofdzaken het nationale drugsbeleid blijft steunen maar zich toch ook kan voorstellen dat er in de EU kritiek is “als Nederland zich in zijn gedoogbeleid niet aan zijn eigen regels houdt”. Maar ook trok hij aandacht met zijn analyse van het nu gerezen probleem. Tableau: 1) op echte steun uit de EU voor Nederlandse amendementen op het Franse stuk valt niet te rekenen; 2) over het drugsbeleid beslist de Raad van EU-ministers van Justitie weliswaar 'intergouvernementeel', zodat Nederland aanvaarding van het gewraakte document daar kan verhinderen; 3) maar Den Haag kan niet verhinderen dat het document op de EU-top in Dublin voor discussie en een politiek oordeel op de agenda wordt gezet, zoals al praktisch vaststaat; 4) dáár, in Dublin, komt premier Kok dan in grote problemen omdat hij zich er - om inhoudelijke én coalitiepolitieke redenen - zal moeten losmaken van de overgrote meerderheid van zijn EU-collega's. En dan in de buurt van een veto-achtige positie en een Nederlands isolement komt.

Dat wordt dan een schaduw over het Nederlandse EU-voorzitterschap nog voor het begint. Staatssecretaris Patijn (VVD, Buitenlandse Zaken) snelde Sorgdrager en Kok gisteren in de Kamer alvast te hulp door te verklaren dat de Europese Raad in Dublin op dit gebied geen formele besluiten neemt, maar slechts een politiek oordeel geeft over het dan voorliggende EU-drugsdocument.

Dat mag waar zijn, maar meer dan schamele troost lijkt het niet. Want ondanks alle raadsels rondom het Nederlandse voorbehoud en ondanks formele regels van besluitvorming dreigt het volgende maand in Dublin uit te lopen op een politiek bezegeld isolement van Nederland op een gebied (het drugsbeleid) dat zeer zwaar weegt voor de coalitie. En dat veel Nederlandse en Europese burgers méér interesseert dan allerlei andere EU-vraagstukken.

Misschien staat er nog vóór Dublin een grote staatsman op die zich realiseert dat op de een of andere manier beter een (desnoods tijdelijk) compromis kan worden gevonden omdat een kleine nieuwe EU-voorzitter als Nederland beter niet zó beschadigd aan de afronding van de IGC kan beginnen: een die Europese integratie nóg belangrijker vindt dan de snelle harmonisering van het drugsbeleid.

Maar wie moet die staatsman zijn? Chirac, de president van het land dat het 'anti-Nederlandse' initiatief nam? Premier Major, die op de top in Dublin soms moet doen alsof hij er eigenlijk niet is? Of kanselier Kohl die - met het Constitutionele Hof - zelf al zo zijn best moet doen om progressieve drugsplannen van enkele door SPD en Groenen geregeerde deelstaten in grondwettelijk en voor hem politiek aanvaardbare kaders te houden? Maar Kohl is 'supereuropeaan' en premier Kok kan het goed met hem vinden. Misschien moest de premier binnenkort maar weer eens naar Bonn.