Hoogwater met gezang bezworen

De eerste fase van het Deltaplan Grote Rivieren - de dijkverzwaringen- met-spoed - werd gisteren afgerond. Reden voor feest én bezinning, want zware dijken zijn niet genoeg om het water te temmen.

NIJMEGEN, 22 NOV. Begeleid door een rockband zingt de zanger een liedje van zijn vader over het land van Maas en Waal. Dan verschijnt de minister close-up in beeld. Met een glas in de hand zingt ze het refrein mee. Ze staat op het podium midden in de arena van de circustent aan de Waalkade in Nijmegen en geniet. Maar het is vandaag dan ook een feestdag, heeft ze even eerder met zoveel woorden gezegd.

Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) was gisteren naar Nijmegen gekomen om een toespraak te houden bij de officiële afsluiting van de eerste fase van het Deltaplan Grote Rivieren. Het plan maakte het begin 1995, na het hoogwater in Zuid- en Midden-Nederland, mogelijk 148 kilometer zwakke dijkdelen versneld te versterken en 143 kilometer nieuwe kademuren aan te leggen. Jorritsma vindt het een “schitterende prestatie” dat het gelukt is de zwakste dijken voor het einde van het jaar te versterken, zoals dat in februari 1995 ook was afgesproken.

De minister - aanwezig als voorzitter van de Stuurgroep Deltaplan Grote Rivieren, die de bijeenkomst organiseerde - is van mening dat van het hoogwater geleerd kan worden dat de rivier meer ruimte nodig heeft. En net zoals de Duitse autoriteiten grote spaarbekkens langs de Rijn willen aanleggen die als overloop kunnen dienen voor hoog water, wil ook de Nederlandse overheid de rivier meer ruimte geven. Alleen op die manier, aldus Jorritsma, is het mogelijk het “watergevaar op termijn het hoofd te bieden”.

Duidelijk werd gisteren dat er geen nieuwe serie dijkverhogingen zal plaatsvinden, ondanks het feit dat er de komende jaren meer hoge waterstanden verwacht mogen worden. In het jaar 2000, als de resterende 450 kilometers dijk zijn versterkt, is het gedaan met de verhogingen. Voorzitter A. Segers van de Unie van Waterschappen, ook in de circustent aanwezig, liet maandag al weten dat een nieuwe ronde van dijkverzwaring niet aan het publiek is uit te leggen, en daar bleken alle partijen het gisteren mee eens. “We moeten ons tegen hoogwater beschermen door de sponswerking tot in de haarvaten van het stroomgebied te vergroten, retentiebekkens aan te leggen en ruimte voor de rivier te maken”, aldus Jorritsma.

De officiële afsluiting van de eerste fase werd gisteren gepresenteerd als een show, met rookwolken, laserlichten, optredens van zanger Marcel de Groot, die ter afsluiting Het Land van Maas en Waal van zijn vader Boudewijn de Groot zong, en met grote videobeeldschermen, waarop een drietal films over het hoge water werd gedraaid. Vice-premier Dijkstal bood een taart aan Unie-voorzitter Segers aan bij wijze van felicitatie. “Dit is een moment om met z'n allen trots te zijn”, aldus Dijkstal.

Hij was, zo zei hij, vooral te spreken over de wijze waarop de bestuurslagen ten tijde van de crisis rond het hoogwater met elkaar samenwerkten, maar liet achterwege te zeggen dat er in die tijd ook nogal wat gekrakeel was geweest tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en hemzelf.

Het was al de tweede dag dat in Nijmegen de gebeurtenissen rond het hoogwater nog eens werden besproken. Een dag eerder spraken in het Triavium, de gloednieuwe ijsbaan annex congrescentrum, deskundigen uit binnen- en buitenland over de problemen van grensoverschrijdend hoogwater. En daar werd vooral duidelijk dat het voor de meeste partijen onduidelijk is wie er allemaal bij de problematiek betrokken is. En dat, aldus de Duitse minister B. Höhn (milieu) van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, terwijl er alleen oplossingen bereikt kunnen worden als iedereen goed met elkaar samenwerkt. Volgens Nijmeegs burgemeester d'Hondt, ten tijde van het hoogwater in 1995 eindverantwoordelijke voor de gang van zaken in de regio Nijmegen, is er dringend een overzicht nodig van alle organisaties die zich met het hoogwater bezighouden en van de status die dergelijke organisaties hebben.

De burgemeester sprak zich ervoor uit dat het al bestaande samenwerkingsverband Euregio een schakelfunctie gaat vervullen tussen alle betrokken partijen in Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. “Het ontbreekt ons gezamenlijk aan slagkracht en duidelijkheid, en dat zorgt voor tijdverlies. Er zijn tal van organisaties en instellingen, maar integraal gebeurt er niets. Daardoor kunnen de concrete maatregelen in het gedrang komen.”

    • André Ritsema