Hond tussen de wolven; Theaterstuk en biografie van Leni Riefenstahl

Leni Riefenstahl, filmregisseur en diva in nazi-Duitsland, krijgt steeds meer waardering, en niet alleen vanwege haar aura van genialiteit. De Duitse regisseur Johann Kresnik, die in eerdere voorstellingen beroemde 'foute' kunstenaars hardhandig door het slijk haalde, is in zijn nieuwe produktie 'Riefenstahl' opvallend mild jegens de titelfiguur. En de Britse journaliste Audrey Salkeld maakt in haar biografie van Riefenstahl een engel.

Audrey Salkeld: A Portrait of Leni Riefenstahl Uitg. Jonathan Cape 312 pag. Prijs ƒ 67,50. 'Riefenstahl' is vanaf 14 februari weer te zien in het Schauspielhaus in Keulen; inl. 00-492212218282.

'Zelfs mijn vissen hebben ze fascistisch genoemd!' De oude dame zegt het vol verachting, terwijl op het filmdoek een eindeloze reeks vinnen en kieuwen voorbijglijdt. Lieflijke, onschuldige beelden zijn het - maar de bejaarde die hier haar eigen werk bekijkt heet Leni Riefenstahl en dat stelt alles in een ander daglicht. Niks lieflijke onschuld: eens een nazi, altijd een nazi. Of niet soms?

In Riefenstahl, een Keulse theaterproduktie, krijgt Leni ruimschoots de gelegenheid haar persoonlijke mening te ventileren over haar leven, de achterklap van haar vijanden en de films die zij vervaardigde, onder andere in opdracht van Hitler. Tekstschrijver Andreas Marber putte daarbij rijkelijk uit interviews en uit de memoires van de 94-jarige cineaste, die voor de première was uitgenodigd maar niet is komen opdagen. Heeft Marbers bijdrage dus weinig nieuws te bieden, de enscenering van Johann Kresnik daarentegen barst van de originaliteit. De sterk hellende speelvloer lijkt op een klif of een ijsschots en op de punt daarvan zit Leni Riefenstahl aan haar montagetafel. Tenminste, als ze niet aan het rondrennen is, zichtbaar in haar element op dit slecht begaanbare terrein.

Ook de echte Riefenstahl is en was dol op fysieke uitdagingen. Toen ze zeventig was leerde zij nog duiken en filmde ze de koraalriffen van de diepste wereldzeeën. SOS Eisberg, waarin een jonge Leni de hoofdrol speelde, kwam tot stand in het barre Groenland en voor haar eigen regiedebuut, de speelfilm Das blaue Licht (1932), beklom ze de hoogste toppen van de Dolomieten. In de nok van het Schauspielhaus Köln heeft Kresnik dan ook een touw gespannen waar een dirndlmeisje lenig tegenaan klimt, een jeugdige versie van La Riefenstahl. Gevaar, pijn, actie en de heroïsche overwinning op de rauwe natuur: wanneer zij zichzelf op de proef kon stellen had Riefenstahl het gevoel dat ze leefde.

Of actrice Barbara Petrisch eveneens van die beproevingen geniet is een andere kwestie. Steeds bonst zij, door de vaart die ze bij het afdalen maakt, tegen een wand die de laagste kant van de helling begrenst. Steeds loopt ze het risico van het metershoge platform af te rollen. Probeert men in Keulen soms Riefenstahls 'fascistische esthetiek' na te bootsen? Volgens de Amerikaanse essayiste Susan Sontag bestaat deze esthetiek in het werk van Leni Riefenstahl uit de verheerlijking van lichamelijke kracht en uit de bereidheid van de protagonisten hun leven op te offeren aan een vaag maar zeer verheven doel. Riefenstahls helden en heldinnen zijn inderdaad een soort supermensen - en voor de grauwe middelmaat zit er niets anders op dan deze giganten te volgen op weg naar hun definitieve triomf.

Stunts

De vele gymnastische stunts in Kresniks enscenering symboliseren echter niet zozeer Riefenstahls droom van het recht van de sterkste, nee, zij dienen nauwelijks een hoger doel dan het amuseren van de toeschouwer. Overweldigende heroïek is verworden tot acrobatiek en de stralende belichting is door een obscure blauwtint vervangen. Je zou haast wensen dat regisseur Kresnik dezelfde demagogische effecten op het publiek losliet als regisseur Riefenstahl deed in haar propagandafilms voor de nazi's. Dan zouden we hebben gegriezeld, dan zou de grootsheid ons hebben beklemd. Nu hoeven we nergens bang voor te zijn. Niet voor de in een zijden mantelpakje gestoken vertelster in ieder geval.

Zij heeft weliswaar heerszuchtige trekjes (zo gebruikt ze haar assistent als lastdier voor haarzelf plus haar loodzware camera's), maar echte macht lijkt ze niet te bezitten: meer dan eens kruipt ze over de vloer, aangelijnd als een dom-slaafse hond. Alsof Kresnik wil zeggen dat zij een slachtoffer van de nazi's was. Alsof zij voor het karretje van Hitler gespannen werd zonder dat zelf te willen. Alsof zich achter haar imposante generaalsverschijning een vernederde vrouw zou hebben verborgen.

Waar komt het eigentijdse medeleven met deze geestverwante en goede vriendin van Adolf Hitler toch vandaan? Tracht de 56-jarige Kresnik heel jeugdig tegen de schenen te schoppen van alle brave burgers die Riefenstahl, persoon en werk, keurig netjes antifascistisch verwerpen? De Amerikanen die haar na de oorlog over haar medeschuld ondervraagden zet hij neer als perverse geilaards. Slechts één ding willen zij weten: waren de afmetingen van Hitlers geslachtsdeel normaal? In de slotscène gaan twee vrouwen elkaar verbaal te lijf: Leni Riefenstahl en Susan Sontag, de laatste voorzien van een karakteristieke witte lok. Opgeschrikt door Sontags scherpzinnige woorden loopt de filmmaakster een Spielbergiaanse nachtmerrie binnen. Wolven omsingelen haar, ze kan niet meer ontsnappen, ze kan alleen nog wolf zijn temidden van de andere wolven. Arme, arme Leni.

Gezien de extremiteit van de hoofdpersoon valt het oordeel van de eveneens als extreem bekend staande Johann Kresnik verbazingwekkend mild en genuanceerd uit. De regisseur, die eerder voor de ultralinkse terroriste Ulrike Meinhof een requiem choreografeerde en die in een andere voorstelling de Derde Rijk-toneelspeler Gustaf Gründgens naar de hel verwees, nagelt Riefenstahl niet aan de schandpaal. Maar hij gaat ook weer niet zover haar te vergoddelijken. Er zijn momenten waarop de dame weerzin wekt: als ze bedolven wordt onder een berg kledingstukken van vermoorde concentratiekampbewoners bijvoorbeeld, en zij in die berg onverstoorbaar doorgaat met haar zelfgenoegzame praatjes.

Bergfilm

Voor dat soort minder fraaie kanten is geen plaats in de biografie die de Britse journaliste Audrey Salkeld over Riefenstahl schreef. De auteur van A Portrait of Leni Riefenstahl heeft, nog veel sterker dan Kresnik, de neiging haar onderwerp in bescherming te nemen. Omdat Salkeld net als haar onderzoeksobject een fervent liefhebster van de bergfilm is, krijgt Leni haar onvoorwaardelijke krediet. Voor de vraag waar Riefenstahls grootheidswaan door is ontstaan interesseert zij zich niet: zoals wel meer stoere feministes ziet zij deze eigenschap niet als een afwijking maar als een kwaliteit.

Over Adolf Hitler weten wij dat zijn machtshonger uit frustraties voortkwam, uit een geblutst en gedeukt ego. Zo laat de Hongaars-Oostenrijkse toneelschrijver George Tabori in zijn stuk Mein Kampf een jonge Hitler zien die zijn vernietigingsfantasieën pas goed begon te ontwikkelen nadat hij met zijn olieverfschilderijtjes was afgewezen aan de kunstacademie van Wenen. Maar Audrey Salkeld heeft geen gevoel voor drama, dus ook niet voor het menselijk tekort. Haar Leni is gehouwen uit marmer, precies zoals de regisseuse zichzelf graag ensceneerde. Zij had dan wel, in de woorden van haar biografe, tot dusver een 'zeer tragisch leven', maar dat kwam alleen door de boze buitenwereld.

Overlopend van begrip vertelt Salkeld over Riefenstahls leed, vooral over de tegenwerking van haar antagonisten, waardoor (en natuurlijk niet door eigen falen!) vrijwel al haar naoorlogse filmprojecten mislukten. Een schande vindt Audrey Salkeld het dat de maakster van Tag der Freiheit - unsere Wehrmacht na de ondergang van het Derde Rijk niet net zo vorstelijk werd behandeld als daarvoor; alleen de door Riefenstahl in twee fotoboeken vereeuwigde Nuba, de Afrikaanse krijgers ver weg van de verrotte moderne tijd, zouden haar bejegend hebben met het respect dat haar toekomt. In 1934 werkte Leni Riefenstahl als een bezetene aan Triumph des Willens, haar geraffineerde registratie van een nazi-partijcongres in Neurenberg. Maar hoe kon Leni toen, zo praat Audrey haar heldin na, al weten wat voor catastrofes Duitsland later in de wereld zou aanrichten? 'We moeten niet vergeten', schrijft Salkeld, 'dat 1934 een optimistisch jaar was. Men geloofde nog dat Hitler werk en vrede zou brengen.' Precies zo, als Verlosser, heeft Riefenstahl de Führer geportretteerd in Triumph des Willens. Roemrucht is het openingsbeeld, waarin Hitler in zijn vliegtuig vanuit de hemel afdaalt naar de aardse stervelingen.

Rokkenjager

Hier begint Salkeld toch een tikkeltje inconsequent te worden. Enerzijds prijst zij de moed die Riefenstahl opbracht om na de oorlog vast te houden aan de allang niet meer populaire uitspraak dat ze in Hitler geloofd had, anderzijds citeert ze gretig Riefenstahls bewering dat zij voor willekeurige opdrachtgevers net zo goed groenten had kunnen filmen als vlaggen met hakenkruisen erop. Ineens doet de inhoud van het gefilmde, de propagandistische boodschap, er helemaal niets meer toe. Riefenstahls relatie met propagandaminister Joseph Goebbels was volgens Salkeld heus niet gemakkelijk. Leni, die dappere meid, had het lef de avances van rokkenjager Joseph te weerstaan, ze wees hem zelfs eens de deur! En o, wat pestte de beledigde tiran haar vervolgens! Salkeld is ervan overtuigd dat Riefenstahl niet aan seks met Hitler of Goebbels moest dènken.

'Een kunstenaar heeft geen tijd voor seks', zegt de heldin in Kresniks theaterproduktie, en even later poneert zij de variant: 'Een ware kunstenaar heeft geen tijd voor politieke verantwoordelijkheid.' Een ware kunstenaar moet zijn geniale gang kunnen gaan zonder zijn voor het creatieve proces zo waardevolle euforische stemming door politieke onzin te laten bederven. Dus transcendeerde de historische Leni Riefenstahl Hitlers bloeddorstigheid, die zij via zijn pamflet Mein Kampf had ingedronken, tot iets prachtigs en nastrevenswaardigs. Audrey Salkeld heeft zich door deze euforie laten meeslepen en de Britse kritiek liet zich op zijn beurt door Salkeld betoveren: 'Ik moet toegeven dat ik uiteindelijk iets voelde waarvan ik nooit had durven dromen. Ik voelde sympathie voor Leni Riefenstahl' schrijft Gilbert Adair in The Independent ontroerd.

Dan zijn de reacties op de Keulse voorstelling heel wat minder gevoelig. Zowel de Frankfurter Allgemeine Zeitung als Der Spiegel meent dat de 'met veel bruine glamour omgeven' Riefenstahl in Riefenstahl niet hard genoeg is aangepakt. Kresnik heeft een deel van zijn landgenoten dus toch tegen zich in het harnas weten te jagen. Zij lusten Riefenstahls vissen nog steeds niet. Verstandige lui, deze Duitsers.