Het einde der tijden is weer eens nabij; Korte metten

Damian Thompson: The End of Time. Faith and Fear in the Shadow of the Millenium. Sinclair-Stevenson, 366 blz. ƒ 57,45

Wat bewoog Chizuo Matsumoto, alias Shoko Asahara? Een gevoel van leegte, daar begon het mee, volgens de leider van de Japanse sekte Aum Shinrikyo zelf. Halverwege de jaren zeventig zakte hij voor het toelatingsexamen van de universiteit van Tokio, waarop een radicale ommekeer volgde. 'Voor het eerst hield ik pas op de plaats en dacht ik: waar leef ik voor? Wat moet ik doen om dit gevoel van leegte te overwinnen? In mij ontwaakte het verlangen op zoek te gaan naar het ultieme, het onveranderlijke, en ik deed mijn best een antwoord te vinden. Dat hield in dat ik alles overboord moest zetten.'

Hoe Asahara die leegte in zichzelf probeerde te vullen, staat inmiddels in ons geheugen gegrift. Na tal van esoterische omzwervingen stichtte hij in 1986 Aum Shinrikyo ('het geloof van de hoogste waarheid'), een geloofsgemeenschap die zich in een razendsnel tempo ontwikkelde tot een claustrofobische doemcultus. In tien jaar veranderde deze op boeddhistische leest geschoeide kring van yogabeoefenaars in een sekte van gedrogeerde fanatici, die in de greep raakte van almaar sterkere fantasieën over massavernietiging. Alvorens zich volledig aan hun meester te kunnen overgeven, moesten Asahara's volgelingen eerst de weg gaan die hijzelf had afgelegd, namelijk diep doordrongen raken van de zinloosheid van het leven. Daarna volgden eindeloze meditatie, een hersenspoeling aan videobeelden van de meester, drugs. Shoko Asahara's zoektocht naar de ultieme, onveranderlijke waarheid eindigde op 20 maart 1995 in de metro van Tokio: op die dag pleegden zijn volgelingen een zorgvuldig voorbereide aanslag met in eigen beheer vervaardigd sarin, het reukloze gifgas dat door de nazi's was ontwikkeld. Vijfeneenhalf duizend mensen moesten behandeld worden in het ziekenhuis, twaalf stierven. Toen hij eerder dit jaar werd voorgeleid, werden hem 23 moorden ten laste gelegd.

Goeroe, profeet, messias; foto's van Asahara laten een figuur zien die even vertrouwd als bizar is. Met zijn priestergewaden en mystiekerige haardos oogt de halfblinde Japanner als het prototype van de krankzinnige cultusleider, de zoveelste ontspoorde onheilsprofeet die de wereld wil redden door haar te vernietigen. Op afstand werkt zijn charisma niet: je ziet een gekneusde figuur die zich uit frustratie en wraakzucht heeft overgegeven aan apocalyptische fantasieën. Op een gegeven moment heeft hij geen onderscheid meer weten te maken tussen zijn groteske waangedachten en de werkelijkheid, met fatale gevolgen.

Toch was de Aum-sekte geen splintergroep, geen cultus ergens aan het uiteinde van het oneindig brede scala van geloofsgenootschappen, maar een strak georganiseerde en keurig geregistreerde beweging, uitgerust met de nieuwste high-tech communicatiemiddelen. Onder de meer dan tienduizend volgelingen bevonden zich tal van jonge wetenschappers, die in staat waren het technisch veeleisende armageddon van hun leider voor te bereiden.

De Engelsman Damian Thompson (1962), voormalig correspondent geloofszaken van The Daily Telegraph, wijdt een apart hoofdstuk aan Shoko Asahara in The End of Time, zijn studie over het apocalyptisch denken in de schaduw van het aanstaande Millenium. Begrijpelijk, want de Japanse sekteleider past in een lange traditie van millenaristische profeten. Met zijn verlangen de zuivere waarheid en de eeuwigdurende gelukzaligheid tot werkelijkheid te maken, zijn groeiende paranoia en almachtfantasieën, zou Asahara zo een plaatsje kunnen krijgen temidden van de uitzinnige persoonlijkheden die The Pursuit of the Millenium (1957, herzien in 1970) bevolken, het klassieke boek van Norman Cohn over de millenaristische bewegingen in de middeleeuwen. Tegelijk doet de figuur van Asahara angstwekkend modern aan. Een innerlijke leegte, vervreemding, paranoia, megalomanie, psychopathische moordlust, het zijn woorden die diep in ons moderne bewustzijn verankerd liggen.

In The End of Time benadrukt Thompson dan ook in de eerste plaats die continuïteit. In de mens wortelt een onuitroeibaar verlangen om korte metten te maken met de geschiedenis; de werkelijkheid dient in één klap ongedaan gemaakt te worden, ontsnapt moet worden aan de tijd zelf. Min of meer tegen de officiële leer van de kerk in, die de profetieën over het einde der tijden en de terugkeer van Christus nooit al te letterlijk heeft willen nemen, heeft er binnen het christendom eeuwenlang een hardnekkige traditie bestaan die zich heeft gevoed met voorspellingen in de Bijbel. Die aankondigingen over de ondergang van de wereld duiken in zowel het Oude als het Nieuwe Testament op, met name in het Boek Daniël, de evangelieën en last but not least in de Openbaring van Johannes, die eschatologische cocktail met zijn angstaanjagende engelen, ruiters, zegels en gehoornde beesten.

De bijbelse profetieën zijn vaak duister en onderling tegenstrijdig, zodat ze elk wat wils bieden. Pre-millenaristen geloven in de wederkomst van Christus vóór de duizendjarige periode van de hemel op aarde, de post-millenaristen voorzien eerst de val van de antichrist na een tijd van terreur, vervolgens het Millenium en dan komt daar nog eens het Laatste Oordeel overheen. Juist omdat het apocalyptisch denken zich traditioneel in marge van het Christendom afspeelde, heeft het in de loop van de geschiedenis zoveel verscheidene en eigenaardige vormen kunnen aannemen.

In The End of Time trekt Thompson op een overtuigende manier de lijn door, van de periode die de studie van Cohn bestreek naar het heden; bovendien beperkt hij zich niet zoals zijn voorganger tot een deel van Europa, maar probeert hij de millenaristische tendensen over de gehele wereld in kaart te brengen, van het fundamentalistische christendom en apocalyptische sektes zoals die van de mislukte rockgitarist David Koresh, tot de grote charismatische bewegingen in Zuid-Amerika en Korea. Een van de vele hilarische details in Thompsons boek zijn de rode neonkruisen die 's nachts op de skyline van Seoel als een soort landingsbaan voor de wederkerende Christus moeten dienen. Wonderbaarlijk en toch vaak ook ontroerend is die absurde letterlijkheid van alle apocalyptische gedrevenen. Hun wilde eschatologische fantasieën gaan hand in hand met hun onvermogen om metaforen als beeldspraak te herkennen.

Zoals de bovenmenselijke aantrekkingskracht van sekteleiders als Asahara aan je voorbij gaat wanneer je zijn theorieën en geloofsartikelen gaat analyseren, zo blijven ook de meeste uiterlijke verschijningsvormen van het millenaristisch denken niet invoelbaar, juist ook omdat het zo'n losse traditie is. In iedere tijd en op elke plaats kan het een andere vorm aannemen, gekneed door de hoogst particuliere obsessies en visioenen van de messiaanse profeten die de bewegingen op gang brengen. Het is nog steeds niet duidelijk waarom Asahara besloot sarin in de metro los te laten. Ook de precieze toedracht van de gruwelijke brand in Waco, Texas, die een einde maakte aan de belegering van de Branch Davidians (een groep geestelijk op drift geraakte Zevende Dag Adventisten, die onder leiding van Koresh in een apocalyptische nachtmerrie belandde) blijft onopgehelderd. Maar Thompson benadrukt, net als Cohn vóór hem, dat het in wezen steeds om hetzelfde proces gaat: een gevoel van ontworteling en onbehagen, een heftig pessimisme over de toestand van de wereld, en een verlangen naar een grote schoonmaak, zowel innerlijk als in de buitenwereld, waarna een tijdloos tijdperk van onwereldse harmonie aanbreekt.

Een volmaakte wereld na een periode van beproeving - die vurige verwachting verbindt de laat-middeleeuwse wederdoper met de hedendaagse New Age-adept, de Amerikaanse fundamentalistische christen die van het armageddon droomt met de Japanner die de profetieën van Nostradamus in zijn achterzak draagt en daarom zeker weet dat de wereld in 1999 zal vergaan (hoewel de middeleeuwse ziener uit de Provence de toekomst voorspelt tot aan het jaar 3797).

Het is het scenario van de persoonlijke verlossing, bewerkstelligd door een intens, direct contact met God en de kosmos. Maar millenaristen zijn geen kluizenaars, ze houden hun visioenen niet voor zichzelf. De schaduwen die rondspoken in hun geest worden door hen op een nietsontziende manier op de wereld geprojecteerd: hun woord moet en zal vlees worden.

Meestal gaat het, zo blijkt uit de boeken van Cohn en Thompson, om marginale figuren, maatschappelijke kneuzen (zoals Shoko Asahara, wiens achtergrond sterk lijkt op die van Adolf Hitler) of uitgestoten priesters, die juist hier op aarde nog wat rekeningen te vereffenen hebben. En doordat ze God als zo'n sterke aanwezigheid in henzelf ervaren, valt uiteindelijk alles samen en voelen ze zich God zelf. De messiaanse ambitie van zoveel profeten en sekteleiders zorgt ervoor dat in hun handelingen en gedachten de angst voor de totale vernietiging al te vaak hand in hand gaat met vernietigingsdrang.

Hun verlangen om de mensheid te verlossen keert zich in de praktijk keer op keer tegen degenen die in hun ogen onzuiver zijn, de onverlichten en de ongelovigen. In de middeleeuwen werden iedere keer dat men het nieuwe Jeruzalem uit de hemel verwachtte weer een paar honderd ongelovigen, meestal joden, en verloederde priesters afgeslacht. Hedendaagse bewegingen die doortrokken zijn van het apocalyptische denken, zoals de Amerikaanse fundamentalisten en de ultra-rechtse militia, zien ook overal verdorvenen en afvalligen die tussen henzelf en de komst van het Millenium instaan. Net als in het geval van de joden in vroeger tijden, verkondigen ook zij dreigend dat een radicale bekering de enige oplossing is, dat wil zeggen, de enige prettige - en als het even kan nog vóór het jaar 2000. In extreme, claustrofobische gevallen zoeken cultusleiders en hun volgelingen de verlossing in de zelfmoord.

De verlichte gedachte dat millenarisme niet los te denken is van de eschatologie is een tragische vergissing gebleken. Voor de radicale verlossing die het millenarisme belooft, heb je God niet echt nodig. Al bijna veertig jaar geleden, in de eerste editie van The Pursuit of the Millenium, wees Norman Cohn het communisme en het nazisme aan als de twee grote millenaristische bewegingen van deze eeuw. Beide verkeerden in de greep van een verpletterende heilsverwachting en waren doortrokken van apocalyptische voorstellingen. Achter de wereldse taal van de Verlichting bleken irrationele en uiterst destructieve fantasieën schuil te gaan. Beide ideologieën stichtten hun Nieuw Jeruzalem op torenhoge stapels lijken.

Juist die hysterisch-religieuze component in zowel het nazisme als het communisme heeft ervoor gezorgd dat de volgelingen achteraf zo moeilijk te begrijpen zijn (en ook dat ze later vaak genoeg hun eigen handelingen niet meer kunnen begrijpen). Pogingen om de massale bevlogenheid, die zulke ideologieën bewerkstelligden, te verklaren met zuiver rationele argumenten lopen meestal uit op een groot vraagteken, zodat historici al snel de neiging hebben de volgelingen dan maar als slachtoffers van omstandigheden te zien. Hetzelfde zie je bij sekten: omdat buitenstaanders niet kunnen bevatten wat de sekteleden bezielt, nemen ze maar aan dat de volgelingen van de cultusleider tegen hun zin gehersenspoeld zijn. In letterlijke zin is dat misschien wel zo, maar de boodschap van de leider appelleert wel degelijk aan heftige, authentieke verlangens in henzelf.

Dat onmogelijke verlangen naar een instant-verlossing, een bevrijding van de wereld en van jezelf, naar, kortom, de hemel op aarde, houdt niet op bij een letterlijk geloof in de terugkeer van Christus op aarde. Het zal ook nooit kunnen worden uitgeroeid: zolang mensen bang zijn, zullen ze het einde der tijden voorvoelen. En mensen zijn altijd bang, omdat ze moeten sterven. In The End of Time concentreert Thompson zich op de religieuze verbeelding van dat onbehagen, maar in de westerse wereld hebben typisch apocalyptische angsten de afgelopen decennia vooral de vorm aangenomen van doemscenario's. Wie opgegroeid is in het Nederland van de jaren zeventig en tachtig, zag zijn apocalyptische angsten en millenaristische verlangens vertaald in het verzet tegen kernenergie en kruisraketten, de onheilspellende rapporten van de Club van Rome en in de heilsgedachte van een wereld zonder armoede. Vrede was het woord dat uitdrukking gaf aan de idee van de hemel op aarde (in die betekenis kom je het tegenwoordig alleen nog maar tegen bij Michael Jackson). Het is dus al te gemakkelijk om de recente heropleving van religieuze gevoelens of quasi-religieuze gevoelens op te vatten als een plotselinge, perverse dwaling op de kaarsrechte weg van de reden; het is op die weg nooit erg druk geweest.

Je kunt je ook afvragen of het verwaterde erfgoed van de New Age-beweging uit de vroege jaren tachtig zo'n gevaarlijke zaak is als zoveel hedendaagse cultuurcritici ons willen doen geloven. Hoe wezenloos dit soort geloven ook is, met zijn helende kristallen, quasi-openbaringen over de Egyptische piramidebouwers en kosmische predestinatie, hoe egoïstisch ook, ik kan er weinig anders in zien dan nieuwe vormen van een oude behoefte, namelijk het verlangen naar een openbaring die laat zien dat achter deze zichtbare wereld nog een onzichtbare wereld schuilgaat, waarmee direct contact mogelijk is. Juist omdat het in de meeste gevallen om sterk ik-gerichte religieuze zelfontplooiïng gaat, is het millenaristische karakter dat de New-Age beweging aanvankelijk droeg, volledig op de achtergrond geraakt. Zulke openbaringen zijn potsierlijk en vals en in werkelijkheid allesbehalve spiritueel, maar of ze veel kwaad kunnen? Eerlijk gezegd zit ik liever aan één tafel met een huisvrouw die oprecht gelooft drie dagen lang door een UFO te zijn ontvoerd, dan met een gestaalde kadercommunist.

Millenarisme, met of zonder God, keert zich uiteindelijk altijd tegen de gelovigen, omdat zulke bewegingen onherroepelijk eindigen in desillusie. Het Millennium blijft uit, Jezus komt niet terug. Hartverscheurend in Thompsons boek is zijn beschrijving van de profetische Amerikaanse boer William Miller, die in 1822 zeker wist dat Christus in 1843 terug zou keren op aarde. Christus kwam niet en Millers vele volgelingen prikten een nieuwe datum, waarmee de ziener schoorvoetend instemde. Aan de vooravond van de grote dag verzamelden de 'Millerites' zich op heuvels. Weer gebeurde er niets. De verslagenheid was zo groot, dat de desillusie The Great Disappointment wordt genoemd. Thompson citeert een van de discipelen: 'Onze vurigste hoop en verwachtingen werden teniet gedaan, en over ons kwam een aandrang om te huilen zoals ik die nooit ervaren had. Het verlies van alle aardse vrienden zou er niet mee te vergelijken zijn geweest, zo leek het. We huilden en huilden tot de morgen aanbrak.' Geen wonder dat de slimsten onder de millenaristen, die ook het gevaarlijkst zijn, nooit een vaste datum kiezen voor het einde der tijden, maar hun nerveuze volgelingen in een voortdurende staat van verwachtingsvolle spanning houden.

Maar de teleurstelling is onvermijdelijk. Ieder mens is gekluisterd aan de wereld en in die wereld is verlossing onmogelijk. Damian Thompson voorziet grote spanningen wanneer de millenaristische verwachtingen in het jaar 2000 onherroepelijk de bodem zullen worden ingeslagen. Hoewel het lang niet alle gevallen wordt uitgesproken, bestaat in vele geloofsgemeenschappen de stille verwachting dat het ene Millenium met het andere zal samenvallen, Gods hemel op aarde met het derde duizendtal jaren na de geboorte van Zijn Zoon. Thompson zegt het niet in zoveel woorden, maar uit zijn boek kun je opmaken dat het meeste te vrezen valt van de bewegingen die zich het meest met de wereld hebben ingelaten, zoals de Amerikaanse christelijke fundamentalisten. De sekte, de doemcultus, de onheilsprofeet, het blijven fenomenen in de marge van het geloof, maar de grote charismatische bewegingen hebben die marge allang verlaten en hun religieuze, apocalyptische verwachtingen met hun politieke ideeën gemengd tot een explosieve cocktail. Hun bekeerlust richt zich op het magische getal 2000.

Wat gebeurt er in dat jaar? Hoe magisch is dat getal? Historici doen hun uiterste best dat beladen getal te demystificeren, door er op te wijzen dat Christus helemaal niet tweeduizend jaar daarvoor werd geboren, dat het derde millenium eigenlijk pas in 2001 begint. Uiteindelijk, zeggen ze, is het gewoon een getal, willekeurig en zonder betekenis, zoals alle andere. Maar juist historici zouden moeten weten dat gewone getallen niet bestaan.