Genuanceerde thriller over zwart en wit

Conny Braam: Zwavel. Meulenhoff, 288 blz. ƒ 39,90

'Laat ik je als oude man dit advies geven: koester de inzichten die je verwerft als een waardevolle ervaring. Zoek met overleg je pad in de jungle waarin je bent terechtgekomen. Wees terughoudend met oordelen. Zuid-Afrika bevindt zich op een breukvlak in zijn geschiedenis, dat heeft een groot effect op mensen. Het maakt angsten en onzekerheden los. Het kan het beste en het slechtste boven brengen.' Het is een wijze les die de Nederlandse politierechercheur Tess Minnaert, hoofdpersoon in Conny Braams debuutroman Zwavel, krijgt van een vriend op het moment dat zij, kort na de verkiezing van Mandela tot president, door Zuid-Afrika reist.

In Conny Braam, die 25 jaar lang voorzitster van de Anti Apartheids Beweging Nederland was, heeft het nieuwe Zuid-Afrika het beste naar boven gebracht. De strijd is wat haar betreft gestreden, ze schreef twee boeken over haar persoonlijke betrokkenheid bij de ontmanteling van het apartheidsregime (Operatie Vula en De bokkeslachter) en daarna was er tijd voor contemplatie. Braam heeft die tijd gebruikt om haar ervaringen, zowel de euforische als de deprimerende, in romanvorm te boek te stellen. Geen autobiografische roman, waarin zijzelf, als een hedendaagse Hannie Schaft, schittert als verzetsheldin, maar een fictief verhaal, met een even fictieve hoofdpersoon die tijdens een vakantie in Zuid-Afrika angstaanjagende en politiek verbijsterende ervaringen opdoet.

De schrijfster gebruikt in haar boek de schat aan kennis die ze in de loop der jaren verworven heeft over het land dat haar zo na aan het hart ligt en waar ze talrijke vrienden heeft. Maar hoe politiek geladen en hoe geëngageerd opgeschreven ook, Zwavel leest van de eerste tot de laatste bladzijde als een psychologische thriller, waarin grote thema's als collaboratie en verzet met haast vanzelfsprekend gemak worden uitgewerkt.

Huiveringwekkend is de suggestie in Zwavel dat de geschiedenis zich herhaalt, dat fouten die ouders of grootouders gedurende de Tweede Wereldoorlog maakten, door een volgende generatie opnieuw worden begaan. Tess Minnaert verpersoonlijkt die nieuwe generatie. Ze is opgegroeid in een Limburgs dorp, in hotel De Goudfazant dat haar oma dreef met drie andere dames, tantes voor Tess. Het dorp zat gedurende de Duitse bezetting vol onderduikers en er was een verzetsgroep actief onder leiding van Tess' opa. Tegen het eind van de oorlog is de groep verraden, de onderduikers zijn gepakt, maar ook de leiders van het verzet onder wie opa en de mannen van de tantes. Geen van hen keerde terug. Tess werd volwassen met de verhalen over hun heldendaden, maar ook met de veelbetekenende blikken van oma en de tantes, de raadselachtige ruzies en pijnlijke stiltes. Oma had een geheim, zoveel is zeker en na haar dood aan het begin van het boek, treft Tess een knoop aan die ze wil ontrafelen.

Als rechercheur moordzaken van de Amsterdanse politie komt ze na de racistische moord op een Zuidafrikaans meisje in contact met Rusty, een in Nederland wonende joodse Zuid-Afrikaan. Hij spoort haar aan om naar Johannesburg te gaan waar een oude oorlogsvriend van Tess' oma woont, die wellicht meer weet over haar verleden.

Via Rusty vindt ze onderdak bij de hoofdredacteur van het linkse weekblad de Tribune, die wel een verhaal ziet in haar speurtocht. De oplossing van oma's geheim blijkt te moeten worden gezocht bij een naar Zuid-Afrika uitgeweken Oostenrijkse SS-er die in de oorlog als zogenaamde overloper in de bruidssuite van De Goudfazant werd ondergebracht. Hij werd er goed verzorgd en waarschijnlijk heeft oma, terwijl opa ergens in een kamp zat weg te kwijnen, hem veel meer geboden dan onderdak en voedsel alleen.

Tess wil de man vinden en raakt verzeild in de Drakensbergen, waar ze in een zwavelbad hartstochtelijk de liefde bedrijft met een prachtige gespierde man, die helaas bij nader inzien aan het hoofd staat van een bende nazi's. Hij en zijn vrienden zijn allemaal betrokken geweest bij operatie-Koevoet eind jaren tachtig in Namibië, die bestond uit het op gruwelijke wijze martelen en vermoorden van de aanhangers van de bevrijdingsbeweging Swapo.

De gruwelijkheden die een van de Koevoet-leden aan Tess vertelt en met behulp van een macaber foto-album laat zien, zijn historisch, evenals het bestaan van zulke indertijd door de Zuid-Afrikaanse president Vorster van wapens voorziene, nazistische groepen. Aan de hand van Tess' avontuur met deze moordbrigade schetst Braam een van de vele problematische aspecten van het nieuwe Zuid-Afrika en ze doet dat met verve en literaire verbeeldingskracht. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop ze andere milieus neerzet: verbitterde en achterdochtige zwarten in de townships, cynische blanke intellectuelen, alsmede idealistische mensenrechtenactivisten. Bovendien - kennelijk moet je er inderdaad geweest zijn - schildert ze in prachtige tinten het Zuidafrikaanse landschap.

Hoewel het verhaal goed in elkaar steekt, duiken er soms wat te veel toevalligheden in de plot op. Dan wordt er op het juiste moment een veelzeggende brief gevonden of komt er een veelbetekenend contact zomaar uit de lucht vallen. Ook is het nogal onwaarschijnlijk dat de blanke Tess, die als vriendin wordt opgenomen in een kring van nazi's, zonder voorbehoud het vertrouwen geniet van een heldhaftige, warmvoelende zwarte vrouw die haar redster wordt.

Als er iets duidelijk wordt uit dit mooi geschreven verhaal, dan is het wel dat Braam veel heeft nagedacht de afgelopen jaren. Het strikte denken in termen van goed en fout - niet zo vreemd voor iemand die aan de zijde van het ANC tegen de apartheid heeft gestreden - wordt genuanceerd en zelfs kinkt er een sprankje van begrip door voor mensen die ondanks hun fundamentele verzetshouding niet helemaal zuiver op de graat blijken. Geen begrip voor de neo-nazi's en hun opdrachtgevers, maar wel voor mensen die in het verleden, al dan niet om opportunistische redenen, minder principieel hebben gehandeld dan met wijsheid achteraf kan worden gewenst.

Daar staat tegenover dat Braam bij haar beschrijving van de strijd in Namibië uitsluitend de Zuidafrikaanse misdaden tegen de bevrijdingsbeweging Swapo laat zien en niet is toegekomen aan reflectie op de moorden en martelingen waar de Swapo intern zelf haar toevlucht toe nam, zoals de Frankfurter Allgemeine in de jaren tachtig onthulde. Dat pijnlijke en beschamende hoofdstuk uit de strijd tegen de apartheid moet nog worden geschreven.