FNV vindt 'final offer arbitrage' geen goede oplossing

ROTTERDAM, 22 NOV. Het voorstel van de Nederlandse Spoorwegen om het CAO-conflict eventueel te beëindigen met behulp van final-offer-arbitrage is volgens FNV-bestuurder L. de Waal, verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaardencoördinatie tussen de verschillende bonden, niet de juiste oplossing.

Deze vorm van arbitrage, waarbij tussen twee voorstellen gekozen wordt, gaat volgens hem voorbij aan de gecompliceerde achtergrond van het conflict, waarbij het wantrouwen van de werknemers in het management een belangrijke rol speelt. “Dat probleem kunnen de NS toch niet op deze manier oplossen”, aldus De Waal.

Bij de final-offer-arbitrage die de NS voorstellen, wijzen beide partijen een onafhankelijke scheidsrechter aan. Die twee scheidsrechters kiezen op hun beurt een derde persoon. Dit trio buigt zich vervolgens over de laatste voorstellen van de partijen in het conflict en kiest een van de voorstellen als oplossing. De uitspraak van de arbiters is bindend.

De NS beschouwen hun aanbod van gistermorgen als hun laatste bod. Om de 36-urige werkweek in te voeren, krijgen de werknemers bij NS Reizigers 26 ATV-dagen. Het management krijgt het recht om tien dagen naar eigen voorkeur in te roosteren, maar met de garantie dat vier dagen in de zomer mogen worden opgenomen.

Het verkorten van de diensten van vijf naar vier uur zal slechts één op de twintig diensten kunnen plaatsvinden, zo belooft de NS. De bonden wijzen extra flexibilisering af.

De final-offer-arbitrage is afkomstig uit de Verenigde Staten. Daar wordt het gebruikt in de publieke sector, omdat daar geen stakingsrecht geldt.

In Nederland is deze vorm van arbitrage - waarbij één van de twee voorstellen gekozen wordt - tot nu toe slechts twee keer toegepast, bij defensie en het hoger beroepsonderwijs. Nederlandse arbiters krijgen veelal de ruimte om met betrokken partijen naar een passende oplossing te zoeken.