EO-house

Vol vooroordelen ben ik deze week naar de bioscoop gegaan om Ian Kerkhofs Naar de klote te zien. Mijn argwaan was ingegeven door de eerste maal dat ik Kerkhof over het verschijnsel 'house' hoorde spreken.

Dat was vorig jaar in een aflevering van het VPRO-televisieprogramma 'Zomergasten'. Kerkhof was net terug van een bezoek aan het jaarlijkse 'techno-weekeinde' in Berlijn, en had naar eigen zeggen dagenlang gefeest en gedanst. Hij sprak veel over de betekenis van house en de daarmee verbonden cultuur. Niets minder dan een culturele omwenteling, begreep ik, ervoer hij in het feestgedruis.

Van zulke gewichtigdoenerij heb ik een afkeer. Als adolescent in de jaren zeventig hield ik van allerlei soorten, destijds wel als 'progressief' beschouwde, popmuziek (Captain Beefheart, zal ik maar zeggen), maar droeg tegelijkertijd blasers en stropdassen. Elke neiging tot alternatief leven en gebruik van geestverruimende middelen was mij geheel vreemd. Ik kwam daarom zelden iemand tegen, die mijn muziekvoorkeuren deelde.

Die waren namelijk, sociaal gezien, verbonden met een bepaalde, in mijn toenmalige visie, nihilistische maatschappijopvatting, die zich uitte in kleurige kleding van een geheel andere snit dan de mijne, en veel stoned rondhangen. Ik heb dat altijd stupide gevonden: muziek is muziek, en in essentie ideologisch neutraal.

Ik kon mij in mijn ergernis vorig jaar weer geheel verplaatsen, toen oude opnamen van het Woodstock-festival op de televisie te zien waren. Op de voorgrond staat iemand gitaar te spelen - niets mis mee. Maar daarachter staan op het podium personen gewichtig te kijken. Je raadt hun gedachten: hier gebeurt iets heel belangrijks, dit is de revolutie, de wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.

Mijn verwachting was dat Ian Kerkhof met Naar de klote eenzelfde rol zou willen spelen ten aanzien van house: de oudere jongere die zich geroepen voelt diepere, hogere waarde te geven aan iets wat toch in principe gewoon genoegen in muziek en dansen is. In zekere zin voldeed Naar de klote ook aan die verwachting, maar op een heel andere manier dan waarop ik verdacht was.

De film verheerlijkt house en de daarbij behorende dans-scene geenszins, maar schildert deze af als een vervaarlijke Satanswereld: wie er binnen treedt - zo is de strekking van het schandelijk-fantasieloze verhaaltje - wordt onvermijdelijk meegezogen in een poel van drugsgebruik, georganiseerde misdaad en bloedvergieten. Naar de klote kan zonder enig bezwaar worden vertoond op de eerstvolgende toogdag van de Evangelische Omroep.

Mijn voornaamste bezwaar tegen de film ligt elders: Ian Kerkhof houdt niet écht van muziek. Anders kan ik niet verklaren dat iemand die een film over house maakt, daarvoor niet een behoorlijke score laat maken, maar zich tevreden stelt met wat her en der opgepikte middelmatigheid. Terwijl house het als muzieksoort vooral moet hebben van repetitie en een zekere duur, nemen de meeste muziekfragmenten in de film hooguit een minuutje in beslag, daarna begint het geleuter weer. Zelfs de EO-jeugd zou er zich nog bij vervelen.

    • Raymond van den Boogaard