Eenzaamheid op de Caraïben

Jamaica Kincaid: De autobiografie van mijn moeder. Vertaald door Kathleen Rutten. De Geus, 192 blz. ƒ 34,90

De toon van dit boek wordt al terstond op de eerste pagina gezet, wanneer de ik-figuur, een Caraïbische vrouw genaamd Xuela vertelt over haar geboorte. 'Toen mijn moeder stierf en mij, een klein kind, onbeschermd tegen de wereld achterliet, nam mijn vader mij mee en vertrouwde me toe aan de zorg van dezelfde vrouw die hij betaalde om zijn kleren voor hem te wassen. Het kan zijn dat hij haar op het verschil tussen de twee bundels heeft gewezen', maar, zo impliceert de vertelster, het kan net zo goed dat hij dat niet deed.

De dood van en de onbekendheid met de moeder is een gegeven dat de lezer telkens opnieuw ingehamerd krijgt, een trauma dat een groot deel van de naar binnen gekeerde woede van de vertelster verklaart. Ze droomt van de moeder die ze nimmer zag en die op haar beurt door haar moeder als een bundeltje op de stoep van een Frans nonnenklooster werd achtergelaten. 'De geestelijke en lichamelijke band, de verwarring van wie wie is, van vlees en vlees, was ook afwezig tussen mijn moeder en mij (...) hoe kan een kind zoiets begrijpen, deze totale verlating? Ik heb geweigerd kinderen te baren'.

Deze laatste opmerking van de schrijfster maakt de lezer meteen duidelijk dat we dit boek geen autobiografisch karakter mogen toekennen:'mijn moeder' uit de titel is een universele moeder en Kincaid draagt aan dat universele karakter van haar vertelling bij door het min of meer buiten de tijd te plaatsen en nadrukkelijk niet haar eigen geboorte-eiland Antigua als plaats van handeling te kiezen maar een ander eiland, Dominica.

Toch zullen de lezers van Kincaids vroegere (en evenzeer in het Nederlands vertaalde) werk veel thema's bekend voorkomen. De haat tegen de koloniale erfenis, de overweldigende ervaring van de ontdekking van de seksualiteit, de onverantwoordelijkheid van de mannen in haar leven. Xuela wordt door de wasvrouw opgevoed en weigert te spreken tot haar vierde. Later trekt ze in bij een echtpaar in de stad Roseau, wordt zwanger van de man maar laat haar vrucht aborteren door het drinken van een brouwsel dat even bitter en donker is als het levensverhaal dat ze vertelt. Toch huwt ze later een vriend van haar vader, een man die Brits is en dus een van de 'veroveraars', maar haar ware passie bewaart ze voor een ander, Roland genaamd. Als er al geluk op haar pad ligt weigert ze dat resoluut en aan het eind van dit boek is ze niet alleen kinderloos maar ook geheel alleen omdat iedereen, vader, echtgenoot, halfbroer incluis, is overleden.

Jamaica Kincaid schrijft een lyrisch en uiterst gecondenseerd proza dat bewondering wekt en dwingt tot een buitengewone aandacht. Uiteindelijk blijft de lezer achter met dezelfde gemengde gevoelens als na het lezen van A small place, het korte essay over haar geboorte-eiland Antigua, in het Nederlands verschenen onder de titel Negen bij Twaalf. Bewondering voor de natuurlijke kracht van haar proza, maar een gevoel van ongemak over de toon waarmee ook dit keer het verhaal verteld wordt: een toon van woede die zo hevig en zo beschuldigend is dat je je als lezer dikwijls buitengesloten gaat voelen.

    • Jan Donkers