De wereld uit haar voegen gelicht

Peter Bichsel: Verhalen voor kinderen en andere grote mensen. Vertaald uit het Duits door Daniel de Vin. Vanaf 11 jaar. Van Goor, 63 blz. ƒ 22,90

“'s Ochtends bleef de man lang in portret liggen, om negen uur rinkelde het fotoalbum, de man stond op en ging op de kast staan om geen koude voeten te krijgen, toen nam hij zijn kleren uit de krant, kleedde zich aan, keek in de stoel aan de muur, ging toen op de wekker zitten aan het tapijt en bladerde de spiegel door, tot hij de tafel van zijn moeder vond.”

De oude man uit het verhaal 'Een tafel is een tafel' van de Zwitserse Peter Bichsel is het leven moe. Hij is alleen, alleen in zijn kamer met de tafel, de kast, het bed en de stoel. De dood loert al om de hoek. Maar zijn laatste restje wil dwingt hem de dingen weer wat glans te geven, door ze anders te noemen. Het aanvankelijke effect is grappig, maar langzaam maar zeker raakt de man de weg kwijt in de taal en dus in de wereld. Wie zichzelf 'voet' noemt, zijn voet 'ochtend' en de ochtend 'man' en vervolgens vergeet waar de nieuwe woorden ook alweer voor stonden, raakt nog geïsoleerder dan hij al was. Als voet lacht hij zich rot als hij iemand hoort zeggen 'gaat u morgen ook naar de voetbalwedstrijd?', maar zijn lachen klinkt hol en eenzaam.

De Verhalen voor kinderen en andere grote mensen van Peter Bichsel hebben slechts de schijn van vrolijkheid. De hoofdpersonen zijn eenzaam en hebben het benauwd, daarom wringen ze zich in de meest merkwaardige bochten. Hun machteloze pogingen tot het maken van contact doen denken aan de handelingen van de ongedefinieerde personages uit de poëzie van Toon Tellegen, meer nog dan aan de dieren uit zijn verhalen voor kinderen (en andere grote mensen).

In Duitsland verschenen de bijzondere verhalen van Bichsel onder de titel Kindergeschichten al in 1969. Ze werden bekroond met de 'Jugendbuchpreis'. In Nederland daarentegen wordt pas sinds 1980 echt 'absurde literatuur' voor kinderen geschreven, die doet denken aan het werk van schrijvers als de Rus Charms, Beckett en de negentiende-eeuwse 'nonsens-auteurs' voor kinderen Edward Lear en Lewis Carroll. Annie M.G. Schmidt draaide de rollen van kinderen en volwassenen om en Tonke Dragt en Paul Biegel verzonnen de meest fantastische werelden, maar over het algemeen heerste vóór 1980 de opvatting dat kinderboeken maatschappijkritisch en 'realistisch' moesten zijn.

Met de komst van schrijvers als Joke van Leeuwen, Harriët van Reek en vooral Toon Tellegen veranderde dat. Zij spelen met taal, zetten - net als Bichsel - vraagtekens bij wat als 'de waarheid' geldt, maar zijn wat luchtiger. Ook in de dierenverhalen van Tellegen heerst de logica van het absurde, er is echter ruimte voor plezier (al is dat zelden onbekommerd). Vriendschap kan er bestaan en er is eerder sprake van weemoed dan van wanhoop. Bij Bichsel komt het heel soms, op het laatste nippertje, goed.

'De man die niets meer wilde weten' zit in een kamer met dicht gekitte ramen, omdat hij niet wil weten wat voor weer het is. Zijn vrouw huilt. Totdat ze bedenkt dat er dingen zijn die haar echtgenoot helemaal niet weet, zoals wat 'mooi weer' is in het Chinees. In plaats van opgelucht te reageren dat er tenminste dingen zijn die hij niet eens hoeft te vergeten, komt de man tot de conclusie eerst alles te moeten weten wat hij niet wil weten. Hij leest over de Chinese taal, over de maan, over insekten, bosdieren en uiteindelijk ook over de pantserneushoorn. In hem vindt hij een verwante ziel, als hij in de dierentuin gaat kijken: 'En telkens als de pantserneushoorn iets te binnen schoot, rende hij weg van vreugde, liep twee, drie rondjes in de omheining en vergat zo wat hem te binnen geschoten was (-)' Zo had de man ook willen zijn en nu hij weet dat zoiets bestaat, zet hij zijn leven voort als vroeger. 'Alleen, hij kende nu nog Chinees.'

Eenvoudig zijn deze verhalen niet, met hun zinnen die voortgalopperen als de gedachten van de hoofdpersonen. Als de man in het eerste verhaal wil weten of de wereld werkelijk rond is, maar meteen bedenkt dat hij daartoe een schip nodig zal hebben, en een wagen om dat schip op te vervoeren, en een schip om die wagen en dat schip op mee te nemen, en een wagen... etcetera, tolt je hoofd als lezer al snel met het zijne mee. Dat is een beetje vermoeiend, maar ook schuilt juist daarin de verleiding van deze verhalen. Door het stelselmatig doorvoeren van een klein, origineel idee zullen kinderen en volwassen lezers verrast worden, en voor eventjes anders naar de dingen rondom hen kijken. Bichsel zet de wereld op zijn kop, dus ook jouw wereld, in jouw kop.

    • Judith Eiselin