De pijn en wrok van een te gedreven volleyballer

De voormalige volleybalinternational Avital Selinger (37) is tegenwoordig assistent-coach van de vrouwenploeg van Daiei in de Japanse stad Kobe. Hij groeide op in Israel en werd een nationale bekendheid in Nederland. Zijn gedwongen afscheid doet hem nog steeds pijn. “Ik was té goed.”

KOBE, 22 NOV. Het Nederlands volleybalteam speelde deze week drie wedstrijden bij hem in de buurt. Maar Avital Selinger bezocht de duels niet. “Daiei is nu mijn team. En er gaat niets boven mijn team, zelfs mijn familie niet. Eens was dat het geval met Nederland. Als ik echt had gewild, was ik wel gaan kijken. Maar waarom zou ik dat doen? Waarom zou ik mijn team in de steek laten?”

Selinger zou ook niet rustig naar een wedstrijd van het Nederlands team kunnen kijken. “Want ik heb dan nog steeds het idee dat ik mijn kleren moet uittrekken en zelf op het veld moet gaan staan. Dat ik het beter kan of minstens net zo goed. Laat me twee dagen trainen en ook met mij zullen Ron, Henkie, Bassie, Guido en Olof het grootste deel van de wereld verslaan. Het is nog steeds mijn spelletje.”

Selinger werd na de Olympische Spelen van 1992 niet meer geselecteerd voor Oranje. Hij hield echter altijd de hoop herverkozen te worden. De spelverdeler en aanvoerder werd twee jaar geleden uitgenodigd om tijdens een interland tegen Brazilië officieel afscheid als international te komen nemen. Hij ging niet. Hij wilde geen afscheid. Hij wilde spelen.

Selinger stapte na een wedstrijd van zijn club Alcom Capelle uiteindelijk zelf een keer op Joop Alberda af. Hij dacht uit het gesprekje met de bondscoach te kunnen opmaken dat hij nog een kans zou krijgen. “Alberda wilde eerst nog in de World League met Jeroen Bijl en Misha Latuhihin als spelverdelers spelen. Maar daarna zou hij het opnieuw gaan bekijken. Ze verloren toen bijna alles, maar hij belde me op en vertelde dat hij had besloten mij niet te selecteren voor het Europees kampioenschap van '95. Toen wist ik dat het allemaal praatjes waren geweest.”

Niet alleen speltechnische redenen speelden een rol bij het gedwongen afscheid van Selinger. Hij staat bekend als een dominante persoon die zonder mededogen op zijn doel afgaat. Wie dan niet mee wil, moet het ontgelden. “Ik was té goed, denk ik. Niet alleen speltechnisch en tactisch, ook qua persoonlijkheid.”

De pijn en wrok zijn nog steeds zeer groot. “Ik werd van aanvoerder ineens tot nul-komma-nul, niks. Er is een politiek spelletje gespeeld. Ik moest gewoon worden opgeruimd. Want mijn naam is Selinger. Het heeft me een aantal medailles gekost en een stuk of 150 interlands. Ach, achteraf hebben ze allemaal gelijk, want Nederland is olympisch kampioen.” Hij zag de beelden van de volleybalfinale in Atlanta pas weken later op video. De Nederlandse zege deed hem goed. “Natuurlijk, want er speelden jongens mee die ik het van harte gun. Ja, en anderen zaten toevallig op het karretje.”

Volgens Selinger hebben Bas van de Goor en Guido Görtzen de ploeg completer gemaakt. “Grappig genoeg was Italië in Atlanta de sterkere ploeg, terwijl Nederland bij het WK van '94 en de EK van '95 beter was, maar toen wel verloor. Ik heb bij de Olympische Spelen gezien hoe een coach een wedstrijd kan verliezen. Velasco heeft daar bij Italië slecht werk gedaan. Zo liet hij Tofoli en Zorzi niet spelen.”

Vader Arie Selinger zat op de tribune in Atlanta. “Hij was blij”, vertelt zijn zoon. “Ondanks de pijn die hij heeft door alle negatieve uitlatingen die er in Nederland over hem zijn gedaan. Maar hij volgde zijn hart en dat klopte voor Oranje.”

Als grondlegger van het professionele volleybal in Nederland kreeg de oude Selinger felicitaties uit de hele wereld na de gouden medaille van het Nederlands team. Een reactie uit Nederland bleef achterwege. Avital Selinger toont zich niet verbaasd. “Toen ik zelf nog in Nederland woonde, belden ze ook niet.”

Het gaat de jonge Selinger niet om het werkelijke contact. “Ik heb vrienden in Israel die ik misschien eens in de drie jaar spreek. Maar het gevoel is er wel. En dat is het enige dat telt. Geen oceaan tussen ons kan dat gevoel tegenhouden.” Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar hij is teleurgesteld in oude ploeggenoten en relaties. “Ik noem meteen namen van anderen als ik over het succes van vroeger praat. Anderen hoor je dat niet vaak doen. Dat is de tendens in de hele sport. Er is weinig echte beleving meer. Het is zo zakelijk geworden. Daar heb ik moeite mee.”

Het volleybalsucces van Atlanta doet Selinger terugdenken aan de olympische finale van '92. Met hem als spelverdeler verloor Nederland kansloos van Brazilië. “Als Blangé niet geblesseerd was geweest, dan hadden we met een wisselwerking tussen hem en mij de Brazilianen kunnen verslaan. Daar ben ik van overtuigd.” Dan zegt hij dat het eigenlijk geen zin heeft om over zijn tijd bij Oranje te praten. “Het is helaas allemaal heel lang geleden. Ik kan me bepaalde dingen bijna niet meer herinneren. Het is zo wazig.”

Selinger - 387 interlands voor Nederland en 60 voor Israel - richt zich nu op zijn loopbaan als trainer en coach. Hij is bij Daiei sinds vijf maanden één van de vier assistenten van zijn vader die alweer aan zijn zevende jaar in Japan bezig is. “Hij is”, zegt Selinger junior over de grote baas, “nog één van de weinige mensen die proberen het volleybal interessanter te maken dan het nu is.”

Er worden in het trainingscentrum in Kobe heel lange dagen gemaakt met de 25-koppige selectie die zich voorbereidt op de nieuwe competitie. “Ik heb in vijf maanden Japan alleen nog maar onze sporthal gezien”, beseft Avital Selinger. Hij voelt zich thuis in een land met een grote volleybalcultuur. De mentaliteit van de speelsters is uitstekend, alleen missen ze de nodige creativiteit. “Ze zijn niet zoals Olof van der Meulen die de bal uit evenwicht krijgt, maar 'm er toch inramt. Hier kiezen ze voor de veilige weg. Ze brengen de bal liever weer netjes in het spel.”

Op de training speelt Selinger nog regelmatig mee met partijtjes. “Ik train hier soms harder dan de afgelopen vier jaar bij Alcom. Ik moest me daar soms wegcijferen. Ik kon veel meer, maar ik moest op het niveau van het collectief spelen. Soms, heel soms, voelde ik me zoals vroeger. Toen we bijvoorbeeld in de Europa-Cupfinale stonden. In Athene speelde ik in een sporthal waarin ik gewend was te spelen en tegenover me stonden twee sterke Cubanen. Dat wilde ik, daar deed ik het voor.”

Maar die momenten van geluk waren schaars. Dus besloot hij de strijd op te geven. “Voor de nieuwe bondscoach zal het makkelijk zijn. Ik speel niet meer.” Hij hoort dat ook Ron Zwerver vanaf volgende week geen international meer is. “Ron is een gelukkig mens”, reageert Selinger. “Hij heeft zijn eigen moment van afscheid kunnen kiezen. Ik ben blij voor hem.”

    • Hans Klippus