De muziek doet wat ze wil; Nieuwe driedubbel-cd van Voorheen Prince

De Artiest Die Vroeger Prince Heette, tegenwoordig bekend als The Artist, heeft jarenlang geruzied met zijn platenmaatschappij Warner Brothers. Ze hadden een uniek conflict: The Artist wilde meer platen uitbrengen dan de platenmaatschappij kon verwerken. Nu heeft Prince zich van Warner losgemaakt en meteen een superieure driedubbel-cd uitgebracht: 'Emancipation'.

The Artist: Emancipation (3 cd's, NPG Records 7243-8-54982-2-0). Het concert dat De Artiest op 12 november gaf wordt zaterdag 24 november uitgezonden op MTV.

De verpakking van Voorheen Prince's nieuwe driedubbel-cd is als vanouds lelijk en pompeus, maar laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Tegen een oranje achtergrond hebben twee geboeide vuisten zojuist een ketting gebroken - delen ervan vliegen nog door de lucht. The Artist Formerly Known As Prince, of The Artist zoals hij tegenwoordig kortweg wordt genoemd, is eindelijk vrij.

Jarenlang heeft De Artiest geageerd tegen Warner Brothers, de platenmaatschappij waaraan hij sinds zijn debuut-cd in 1978 was verbonden en waarvan hij officieel zelfs mede-directeur was. Geen middel liet hij onbeproefd om onder zijn contract met Warner uit te komen. Elke dag schreef hij het woord 'slave' op zijn wang om aan te geven hoe hij de verhouding met Warner zag en hij verkocht veel laster en onzin over zijn platenmaatschappij. Zo beweerde hij in Engelse kranten dat Warner de auteursrechten van al zijn nummers had, hoewel de maatschappij alleen de eigenaar was van de mastertapes van zijn 16 cd's. En tijdens zijn laatste tournee in 1995 maakte hij het publiek wijs dat zijn nieuwe cd The Gold Experience nooit zou uitkomen, omdat Warner dit niet wilde. Een paar maanden later lag The Gold Experience in de winkel.

Door deze onwaarheden namen critici De Artiest niet erg serieus. Zijn voortdurende geklaag over Warner werd meestal afgedaan als de typische grillen van een superster. Toch was de kern van zijn conflict met Warner Brothers niet alleen duidelijk maar vooral principieel: Voorheen Prince nam meer composities op dan Warner wilde uitbrengen. Warner meende dat het publiek slechts één cd per anderhalf jaar aan kon, maar De Artiest, die onafgebroken nieuwe nummers schrijft en opneemt, kan en wil er wel vier of zelfs vijf per jaar uitbrengen.

Het conflict tussen Warner en De Artiest was een uniek conflict. Meestal duurt het bij grote popsterren, naarmate hun carrière vordert, steeds langer voor ze genoeg materiaal hebben voor het uitbrengen van een nieuwe cd. U2 bijvoorbeeld belooft de fans nu al jaren spoedig een nieuwe plaat, en steeds weer wordt het uitbrengen ervan uitgesteld. Maar Voorheen Prince blijft in een niet aflatend tempo muziek voortbrengen, muziek waarop het publiek recht heeft, vindt hij: een platenmaatschappij heeft niets te maken met 'iemands ziel of zijn behoefte tot expressie.'

George Michael

De onenigheid van De Artiest met Warner lijkt op het eerste gezicht op de strijd die een andere grote ster, George Michael, voerde met zijn platenmaatschappij. Maar bij Michael was geen sprake van vermeende overproductie: het vroegere Britse tieneridool vond dat Sony hem als zanger niet serieus genoeg nam en onvoldoende promotie maakte voor zijn nieuwe cd.

Voorlopig lijkt De Artiest zijn eenzame strijd tegen de muziekindustrie te hebben gewonnen. Een maand na het verschijnen van de cd Chaos and Disorder in juli van dit jaar kondigde De Artiest aan dat hij een contract had gesloten met een andere grote platenmaatschappij, EMI, en dat al op 19 november onder de titel Emancipation niet één, maar drie nieuwe cd's in de winkel zouden liggen. EMI had geen enkele zeggenschap over de hoeveelheid of de aard van het nieuwe materiaal, maar zorgt slechts voor de distributie, meer niet, zo beloofde hij.

Erg rouwig lijkt Warner niet om het vertrek van De Artiest. De maatschappij mag honderden onuitgebrachte nummers houden, maar het is onzeker of ze ooit worden uitgebracht. De laatste cd's van Voorheen Prince waren immers niet erg succesrijk en gezien het verleden is het niet waarschijnlijk dat Warner met oude nummers van (Voorheen) Prince gaat concurreren tegen de nieuwe. Ook Paisley Park, de studio's en het platenlabel van Voorheen Prince in Minneapolis, levert door wanbeheer alleen maar verlies op. Maar De Artiest laat zich hierdoor niet uit het veld slaan: hij is van plan om de markt te overspoelen met zijn muziek, waaronder nooit uitgebrachte opnamen die hij maakte met jazz-trompettist Miles Davis. 'Ik wil het grootste vak met de meeste titels in de muziekwinkels hebben', zei hij onlangs in een interview. 'Ik weet best dat niet al mijn cd's goed zullen goed verkopen, maar één persoon die mijn nieuwe produkten koopt, is genoeg.' Bovendien zal het niet lang meer duren of ook de verkoop van één stuk muziek wordt winstgevend, gelooft De Artiest. Het is een kwestie van weinig tijd, dan zijn zelfs voor de distributie geen platenmaatschappijen meer nodig. 'Als het Internet eenmaal wijdverbreid is, is het gedaan met de muziekindustrie', beweerde De Artiest onlangs in een interview. 'Als ik jou mijn muziek direct kan zenden via Internet, wat is dan nog het nut van de muziekbusiness? Ik heb nu al geen manager meer. Waarom zou je iemand van je werk laten leven?'

Symbool

De bevrijding van Warner is het logische vervolg op de persoonsverwisseling die Prince drie jaar geleden onderging. Op 7 juni 1993, zijn vijfendertigste verjaardag, kondigde Prince aan dat hij voortaan als onuitsprekelijk symbool door het leven zou gaan. Ook dit was een bevrijding, van zichzelf en van zijn verleden. 'Ik maak muziek omdat ik zou sterven als ik het niet deed. Ik neem op omdat het in mijn bloed zit. Ik hoor steeds geluiden. Het is bijna een vloek', zei De Artiest toen hij nog Prince was. Voor (Voorheen) Prince is zijn muziek iets metafysisch. 'Mijn muziek doet wat zij wil doen', zei hij twee jaar na zijn persoonsverwisseling. 'Het is mijn taak om zo min mogelijk in de weg te staan.'

Ook deze bevrijding werd nauwelijks serieus genomen. Sommige critici zagen er een goedkope manier in om onder het contract met Warner vandaan te komen. Andere zagen er een kinderachtige publiciteitsstunt in. Maar ook dit keer ging het om een wezenlijk probleem in de popmuziek. Iedere popmusicus wiens loopbaan langer dan vijf jaar duurt, sleept zijn verleden als een loden last met zich mee. Naarmate de jaren vorderen, zullen publiek en critici, van wie vooral de laatsten altijd zijn gebrand op steeds iets nieuws, zijn laatste werk steeds vaker vergelijken met zijn vroege werk. En bijna altijd valt deze vergelijking dan in het nadeel van het late werk uit. Vroeger was de artiest nog fris en vernieuwend, nu gaat hij zich herhalen, zo luidt het cliché-oordeel over de loopbaan van bijna alle popsterren met een lange carrière.

Ook Prince kreeg te maken met dergelijke kritiek, toen zijn carrière een jaar of tien oud was. Recensies van nieuwe cd's van De Artiest zijn sinds het einde van de jaren tachtig volmaakt voorspelbaar: het is weliswaar uitstekende muziek, maar het is steeds langer geleden dat (Voorheen) Prince vernieuwend, prikkelend of verontrustend was. Anders dan veel andere oudere popmusici reageerde De Artiest hier niet op met langzame verstomming, hij koos een ander antwoord: hij werd een nieuwe persoon zonder verleden, zodat zowel hijzelf als zijn publiek en de critici niet werden gehinderd door de ballast van de oude muziek. Prince's gedaanteverwisseling was een oproep om naar zijn muziek op zichzelf te luisteren zonder rekening te houden met de maker of diens verleden.

Natuurlijk was Prince's antwoord even origineel als heilloos. Iedereen bleef hem Prince noemen en elke nieuwe plaat van De Artiest werd met het werk van Prince vergeleken. Ook zelf kon hij zijn gedaanteverwisseling niet helemaal volhouden. Weliswaar verkondigde het Symbool luid en duidelijk dat hij nooit meer Prince-nummers zou spelen, maar op het concert dat hij ter gelegenheid van de verschijning van Emancipation in Minneapolis gaf, speelde hij onder meer 'If I Was Your Girlfriend' van Sign O' The Times uit 1984. 'Ik ben niet de eigenaar van de Prince-songs, maar ik weet wel hoe ik ze moet spelen', zei hij tegenover tientallen journalisten na het concert in Paisley Park.

Bevrijding

De bevrijding van De Artiest gaat gepaard met een ongekend publiciteitsoffensief. Was (Voorheen) Prince in vroeger dagen een mysterieuze zwijgzame workaholic, bij de verschijning van Emancipation staan de tijdschriften vol 'exclusieve' interviews met De Artiest en praat hij honderduit over zijn nieuwe begin.

Toch zal het niet baten: recensenten zullen ook deze drie cd's met elk 12 nummers en een uur muziek vergelijken met zijn werk uit de jaren tachtig en dan concluderen dat ze niet zo vernieuwend zijn als Dirty Mind of Controversy. Het is overigens vreemd dat de kritiek steeds maar weer terug blijft komen op de vernieuwende (Voorheen) Prince, want dit is zeker niet zijn boeiendste hoedanigheid. Op Dirty Mind en Controversy staan nogal wat langdradige nummers, die bovendien juist wegens hun vernieuwende karakter nu gedateerd klinken. Nee, de beste (Voorheen) Prince is de eclecticus die voor het eerst op Purple Rain uit 1984 tot volle wasdom kwam en sindsdien niet wezenlijk is veranderd.

Ook Emancipation biedt 3 uur lang briljant eclectische muziek, vol superieure niemendalletjes ('Jam Of The Year', 'Sex In The Summer'), superieure rhythm 'n' blues ('Soul Sanctuary'), superieure dansmuziek waarin duidelijke house-invloeden zijn te horen ('The New World', 'The Human Body'), superieure rap ('Mr Happy', 'Da, Da, Da'), superieure funk ('Emancipation') en superieure pop ('My Computer', 'One of Us').

In zeker opzicht is Emancipation een terugkeer naar Prince's vroege werk: net als zijn voorganger in zijn vroege dagen, bespeelt De Artiest bijna alle instrumenten zelf. De drie cd's klinken hierdoor minder vol en druk als de voorgaande, al zitten ook nu weer in vrijwel ieder nummer verfijnde details verborgen. Ook in zijn teksten doet De Artiest het kalmer aan. Op het cd-doosje is weliswaar een waarschuwingssticker geplakt dat op Emancipation weer taal wordt gebezigd waarvan sommige luisteraars zullen schrikken, maar al te veel expliciete beschrijvingen van seksuele handelingen komen er niet op voor. Op Emancipation zingt hij liever over de liefde, het eeuwige en beste onderwerp van de popmuziek, en over zijn persoonlijke bevrijding ('Slave' en 'Emancipation').

Niet alle 36 nummers zijn superieur. Zo is, getuige 'Courtin' Time', swing een genre waaraan De Artiest zich beter niet kan wagen. Maar daar staat tegenover dat Voorheen Prince zich op Emancipation een uitstekend vertolker van andermans nummers toont. Live speelt De Artiest al heel lang soulklassiekers, maar het is nu voor het eerst dat hij ook op cd covers laat horen: twee popnummers, Bonnie Raitts 'I Can't Make You Love Me' en Joan Osborne's 'One Of Us', en twee soulklassiekers, 'Betcha By Golly Wow!' van The Stylistics en 'La, La, La Means I Love You' van The Delfonics. Met dit laatste nummer geeft De Artiest ook meteen een nieuwe inhoud aan het begrip cover. Een belangrijk deel van de muziek bestaat namelijk uit de oorspronkelijke versie die is aangevuld met eigen instrumenten en zang. Het begrip cover is zo heel letterlijk genomen: het origineel is hoorbaar 'bedekt' met de eigen versie.

    • Bernard Hulsman