Bewind Rwanda moordt in stilte

In de krant van 14 november raakt professor Reyntjens de spijker voluit op de kop. Als oud-waarnemer voor de Verenigde Naties in Rwanda onderschrijf ik zijn bewering dat “het huidige bewind in Kigali zich gesteund weet door een internationale samenzwering van de stilte”.

De United Nations Human Rights Field Operation in Rwanda, waartoe ik behoorde, had en heeft nog steeds tot taak onderzoek te doen naar de genocide van 1994 en aandacht te vragen voor de huidige mensenrechtensituatie. Aan het eerste punt werd volop gewerkt, aan het tweede niet of nauwelijks. Men was te bang het land uitgezet te worden als men zich openlijk uitsprak tegen schendingen van de mensenrechten begaan door de huidige machthebbers. Toen deze missie eind 1994 begon zaten, of beter gezegd, stonden 30.000 mensen in gevangenissen.

Kigali laat zich nauwelijks iets aan de VN gelegen liggen. In alle tien de provincies verzamelden waarnemers veel informatie waar het management vervolgens weinig mee deed. Mensenrechteneducatie voor legerofficieren werd afgeblazen omdat de machthebbers daar niet van gediend waren. Het team waarvan ik deel uitmaakte in de provincie Kibuye probeerde keer op keer - maar uiteindelijk vergeefs - in contact te treden met de prefect om aandacht te vragen voor verdwijningen en moorden. Zelfs de toenmalige Force Commander, de Canadese generaal Toussignant, kreeg hem niet te spreken. Volgens de generaal waren de 5.500 VN-soldaten bedoeld om druk uit te oefenen op het Rwandese Patriottic Army (RPA), het regeringsleger. In werkelijkheid was het andersom. De vervanging van het VN-bataljon in de provincie Kibuye, begin 1995, door een veel kleinere compagnie gaf carte blanche aan het RPA en zorgde voor veel angst onder de bevolking. Rwandezen die voor de VN werkten, werden geïntimideerd en vernederd. Zo werd de commandant van het VN-detachement in Mabanza gesommeerd dat “hij zich positief moest opstellen” door geen patrouilles te sturen naar gebieden waar zich veel geheime detentiecentra bevonden. Het cachot van het gemeentehuis waarnaast kapitein Diouf en zijn mannen lagen, mochten ze onder geen beding in, hoewel zij 's nachts zagen dat lichamen naar buiten werden gebracht en heimelijk begraven. Geen wonder dat sommige Hutu's stellen dat de wereld de kant van de Tutsi's kiest omdat de genocide van 1994 zich drie maanden lang voor de televisiecamera's afspeelde. Dat het huidige bewind nu al tweeënhalf jaar massaal, maar in het geniep, mensen over de kling jaagt, wordt door de media niet opgepakt.

    • Hens Kraemer