APEC-landen worstelen met ambities

MANILA, 22 NOV. Manila heeft een schoonheidskuur ondergaan. De krottenwijken in de Filippijnse hoofdstad zijn neergehaald of achter azuurblauw geverfde hekken verstopt, de boulevard langs de baai is verbreed, de bedelende zwerfkinderen bij de stoplichten zijn spoorloos verdwenen en overal wapperen fleurige doeken met welkomstwoorden voor de regeringsleiders van de achttien APEC-landen (Asia-Pacific Economic Cooperation) die hier zondag hun jaarlijkse conferentie beginnen.

Net als Indonesië, dat twee jaar geleden gastheer speelde voor de top, grijpt ook de Filippijnse regering dit prestigieuze evenement aan om zich op z'n best aan de wereld te presenteren. De komende dagen mogen de APEC-deelnemers, onder wie de Amerikaanse president Bill Clinton en de Chinese president Jiang Zemin, beoordelen of dit land, dat zich onder president Ramos heeft ontdaan van de bijnaam 'zieke man van Azië', inderdaad de nieuwe tijger-economie van het Verre Oosten is. De regeringsleiders zullen de economisch getinte bijeenkomst ongetwijfeld ook benutten om bilaterale politieke onderwerpen te bespreken.

Een positief rapportcijfer voor de Filippijnen hangt voor een groot deel af van de concrete uitkomsten die deze vierde APEC-top zal opleveren. Van de voorgaande ontmoetingen herinnert de wereld zich vooral de foto's: vriendelijk lachende premiers en presidenten in houthakkershemden (Seattle 1993), batik-shirts (Bogor 1994) of jasje-zonder-dasje (Osaka 1995). De sfeer was steevast goed en constructief, zo heette het. Ambitieuze slotverklaringen spraken van vrijhandel en groei van de onderlinge investeringen door het neerhalen van handelsbarrières. Maar in de harde praktijk is er tot nu toe weinig zichtbaar van alle plannen.

De komende dagen gaat het de APEC-landen derhalve om behoud van geloofwaardigheid en alom heerst het besef dat zichtbaar resultaat daartoe het beste middel is. Bovendien is er voor de APEC-landen een aardige prikkel: als de deelnemers deze top succesvol en eensgezind besluiten kan APEC over ruim twee weken een invloedrijke rol spelen tijdens de eerste vergadering van de Wereldhandelsraad (WTO) in Singapore. De APEC-landen vormen op papier de machtigste handelsregio ter wereld. De achttien landen rond de Grote Oceaan - Australië, Brunei, Canada, Chili, China, de Filippijnen, Hongkong, Indonesië, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw Zeeland, Papoea Nieuw Guinea, Singapore, Taiwan, Thailand, de Verenigde Staten en Zuid-Korea - vertegenwoordigen samen meer dan twee miljard mensen en vormen bijna de helft van de wereldhandel.

Twee jaar geleden kwamen de regeringsleiders van de APEC-landen in de 'Verklaring van Bogor' het bereiken van “vrije en open handel en investeringen in de regio” overeen. De limiet voor dat streven staat voor de ontwikkelde landen binnen APEC, die circa 85 procent van de onderlinge APEC-handel voor hun rekening nemen, op 2010. De overige landen krijgen tot 2020 de tijd.

Vorig jaar in het Japanse Osaka werden vijftien gebieden gekozen, zoals tarieven, deregulering en competitie, waarop APEC zich voorlopig diende te concentreren. Er werd afgesproken dat elk land voor de volgende ontmoeting een 'individueel actieplan' zou opstellen, waarin concrete voorstellen zouden staan voor uitvoering van een aantal maatregelen per 1 januari 1997. Japan nam zelf het goede voorbeeld door zijn industriële importtarieven met vijftig procent te verlagen. China zegde een tariefdaling van dertig procent toe op meer dan 4.000 artikelen. Alleen als nu het merendeel van deze actieplannen inderdaad concreet genoeg blijkt voor snelle invoering, kan de ontmoeting in Manila als succesvol de boeken in. Maar er zijn tekenen dat niet alle APEC-lidstaten een ideale voorbereiding achter de rug hebben.

Zo lag in de VS en Japan de aandacht de afgelopen maanden niet bij vrijhandel maar meer bij verkiezingen. Verder is sprake van lichte stagnering in de economische groei van een aantal Aziatische landen door een flinke dip in de elektronica-industrie. Een aantal landen, zoals Maleisië, zag zich bovendien recentelijk genoodzaakt importlimieten in te voeren om de economie niet te laten oververhitten. In weer andere landen waren tekenen van protectionisme zichtbaar. Indonesië, dat zich als APEC-gastheer in 1994 nog als Aziës voorvechter van vrijhandel opwierp, gaf begin dit jaar genereuze belastingvoordelen aan de eigen auto-industrie ondanks protesten van de VS, Japan en de Europese Unie.

Voor de handhaving van APEC's momentum, dat ondanks het gebrek aan tastbaar resultaat nog steeds bestaat, lijkt dit keer ook veel af te hangen van de VS. President Clinton ontbrak vorig jaar in Japan wegens binnenlandse budgetproblemen. Door zijn afwezigheid kregen de Aziaten meer grip op de agenda van APEC, dat in de ogen van sommige Aziatische leiders - Maleisiës Mahathir Mohamad voorop - tot dan toe een door de VS gedomineerd landenforum was. Nu vormt de APEC-top een mogelijkheid voor Clinton om, kort na zijn herverkiezing, in het buitenland politiek succes te boeken.

Dat succes hangt onder meer af van de reactie op een Amerikaans voorstel voor een overeenkomst voor informatie-technologie. De VS willen in 2000 alle tarieven op goederen in deze sector, variërend van halfgeleiders tot geheugenchips, elimineren. Zo'n overeenkomst biedt de APEC-leden grote voordelen omdat ze vrijwel allemaal veel van deze goederen exporteren. Bovendien kan een door de VS geïnitieerde APEC-overeenkomst op dit gebied worden voorgelegd aan de WTO.