Van afdingen wordt de klant van taxi onzeker

Om de concurrentie in het taxibedrijf te vergroten, verdwijnen standaardtarief en vervoersgrenzen. Taxichauffeurs zijn woedend. “Veel jongens komen in de bijstand. Overheid, tel uit je winst.”

DEN HAAG, 21 NOV. John Horn kan maar één reden bedenken voor de plannen van de regering om de taximarkt te liberaliseren: Ze wil taxichauffeurs kapot laten gaan. Hij rijdt sinds twaalf jaar taxi in Amsterdam en het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft telkens kostbare aanpassingen van zijn wagen geëist, moppert hij. Zoals invoering van de meter die de ritprijs vaststelt, naar een tarief dat de overheid bepaalt. En wat nu? Nu vervalt die vaste prijs!

Ongeveer duizend taxichauffeurs uit de grote steden hebben vandaag geprotesteerd op het Malieveld in Den Haag. Ze zijn boos over plannen van de ministers Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), Wijers (Economische Zaken) en Zalm (Financiën) die de taximarkt radicaal zullen veranderen. Volgende week bespreekt het kabinet deze plannen, die vallen onder de Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW)-maatregelen. De ministers zijn geïnspireerd door richtlijnen van de Europese Commissie die kartelvorming moeten tegengaan.

Om de concurrentie te vergroten zal het standaardtarief worden losgelaten, zodat klanten kunnen afdingen op de prijs. De regionale vervoersgrenzen moeten verdwijnen, waardoor Utrechtse chauffeurs bijvoorbeeld in Amsterdam klanten kunnen zoeken. Het verplichte 24-uursrooster moet worden opgeheven, zodat elke chauffeur op elk moment kan rijden. En het maximum aantal taxinummers per stad vervalt - in Amsterdam is dat 635. Iedereen die een vergunning krijgt kan dan een taxi exploiteren. Als het aan de ministers ligt zullen klanten tijdens de spits niet in de rij staan voor een taxi, maar andersom.

John Horn baalt, hij heeft het niet breed. Hij kent heus het patserige imago van taxichauffeurs, zegt hij, maar de Mercedes die hij deelt met twee maten, is niet stoer. “Dat is een investering in een stukje service.”

T. Hooijmaijers, een Amsterdams VVD-raadslid, is verantwoordelijk voor Verkeer en Vervoer in het dagelijks bestuur van het Regionaal Overleg Amsterdam (ROA). Hij is blij dat het taxikartel wordt doorbroken. “De prijs zal dalen, dus voor de consument is dat mooi.” Is het ook mooi voor het alternatief, het openbaar vervoer? Hooijmaijers: “Ik verwacht dat mensen die de stad in willen, eerder met de bus of trein zullen komen dan nu, omdat ze daarna goedkoop met de taxi verder kunnen.”

Horn en zijn collega's verwerpen dit. Goedkope taxiritten zullen een forse concurrent worden voor de de bus of tram, zeggen ze. Horn: “En de overheid wil het openbaar vervoer toch stimuleren?” De verwachting meer klanten te krijgen zou goed nieuws moeten zijn voor de taxichauffeurs, maar ze roepen prompt dat ze bang zijn voor dumpprijzen. Volgens Hooijmaijers kunnen aanbiedingen en prijzenacties echter nooit lang duren. “Want niemand die de nodige investeringen heeft gedaan om aan een taxivergunning te komen, kan lange tijd voor een paar gulden rijden.”

Horn wil garanties die dumpprijzen voorkomen. “Er moet een basistarief komen waaraan iedereen zich houdt. Anders concurreren we elkaar kapot.” De huidige taxitarieven - in Amsterdam betaalt de klant een instapprijs van 5,80 gulden en vervolgens 2,80 gulden per kilometer - worden vastgesteld door de overheid in overleg met de taxibranche. Ze zijn te hoog, vindt Horn, maar volgens hem is het standaardtarief daar schuldig aan. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat was altijd bang dat goedkope taxiritten te populair zouden worden.

Hij ziet het rampscenario al voor zich: “Wij concurreren harder, worden tegen elkaar uitgespeeld. Dat kan op klappen uitlopen. Vervolgens houden we te weinig winstmarge over - dat is nu slechts twaalf gulden van de 100 gulden op de meter - we gaan failliet en een of ander groot taxibedrijf of busbedrijf koopt de hele zooi op. Dan heb je weer een monopolie en worden de prijzen weer hoger.”

De gevolgen van faillissement zouden volgens Horn (32) groot zijn voor zijn tweeduizend Amsterdamse collega's. Hijzelf zou niet meteen straatarm worden. Zijn vrouw werkt als verpleegkundige, ze hebben geen kinderen en hij heeft dit jaar zijn lening bij de bank afgelost. “Maar mannen wier vrouwen thuis zitten met de kinderen, raken dan in grote problemen. Veel jongens zullen in de bijstand terechtkomen. Overheid, tel uit je winst.”

Hooijmaijers daarentegen verwacht dat liberalisering de service voor de klant zal verbeteren. Hij vergelijkt de taximarkt met die in buurlanden. “Daar zijn taxiritten goedkoper en de chauffeurs vaak vriendelijker dan hier.” Onzin, zeggen de Nederlandse chauffeurs. Horns collega van taxi 189: “Je weet nu dat een chauffeur de weg weet, een comfortabale auto heeft en je niet lastigvalt. Als straks de hele wereld taxi mag rijden, dan weet de klant niet waar-ie aan toe is.” En van onderhandelen over de prijs wordt de klant slechts onzeker, vindt hij. “In het buitenland heb je als klant altijd het gevoel dat je wordt opgelicht.”

Eén groot probleem zien de ministers met hun liberaliseringsplannen over het hoofd, vindt Hooijmaijers: Taxichauffeurs hebben een onderling verkoopsysteem van de verplichte taxinummers opgebouwd. Eén nummer, dat drie chauffeurs kunnen delen, kost zo'n 240.000 gulden. Door het maximum aantal nummers te laten vallen, en van een chauffeur slechts een vergunning te eisen, wordt de investering in bestaande nummers waardeloos.

Horn heeft er geen goed woord voor over: “Ze zeggen dat we alleen bestaansrecht hebben als we overleven op een vrije markt. Maar op deze manier gaat straks iedereen uitsluitend tijdens het spitsuur rijden. Ze zullen uit het hele land in Amsterdam klanten komen zoeken. Niemand overleeft dit.”

    • Frederiek Weeda