Stortplaats niet oorzaak van veesterfte in Beets

AMSTERDAM, 21 NOV. De veesterfte op het land van boer K. Pauw uit Beets in Noord-Holland is niet veroorzaakt door een nabijgelegen stortplaats.

De verontreiniging in de met bouw- en sloopafval gedempte sloot kan zich niet naar de grond van boer Pauw hebben verspreid omdat de bodem onder de stortplaats uit een dikke laag klei bestaat terwijl de grond naast de stortplaats uit veen bestaat. Zowel veen als klei transporteren heel moeilijk grondwater in horizontale richting. De vervuiling kan ook niet via het oppervlaktewater zijn land hebben bereikt, omdat de nabij gelegen sloot in een andere richting stroomt.

Dit is de uitkomst van een onafhankelijk onderzoek dat is verricht in opdracht van de provincie Noord-Holland. Een speciale commissie met vertegenwoordigers van onder meer de Veterinaire hoofdinspectie en de gezondheidsdienst voor dieren is inmiddels een onderzoek begonnen naar de oorzaak van de veesterfte.

In augustus luidde boer Pauw de alarmklok nadat zijn veestapel van 225 stuks in één jaar was gedecimeerd tot 30 stuks. Volgens Pauw bestond onomstotelijk verband tussen de veesterfte en twee kilometer verderop gelegen stortlocatie. Het lot trof alleen boer Pauw, het vee op nabij gelegen boerderijen zag er blakend uit.

Verschillende instanties werden door de Noordhollandse veehouder ingeschakeld: de Faculteit Dierengeneeskunde van de Universiteit van Utrecht, de Veterinaire Inspectie, de Milieuinspectie Noord-Holland en de Gezondheidsdienst voor Dieren. Geen van deze instanties kon vaststellen wat de oorzaak van de veesterfte was.