Sorgdrager schrapt steun aan dading

AMSTERDAM, 21 NOV. Minister Sorgdrager (Justitie) heeft besloten geen subsidie meer te verstrekken aan experimenten met 'dading', waarbij kleine zaken uit het strafrecht worden getild om te worden opgelost door dader en slachtoffer zelf. Sorgdrager vindt de experimenten overbodig geworden door de Wet-Terwee, die slachtoffers in staat stelt schade te verhalen op de dader. Deze wet trad in april 1995 in werking. Momenteel lopen nog experimenten met dading in Rotterdam en Tilburg.

Doel van dading is het vermijden van een strafblad voor de verdachte en verlichting van de werkdruk voor rechtbanken en openbaar ministerie. Bij lichte delicten als winkeldiefstal en burenruzie, waarvan aangifte is gedaan bij de politie, wordt contact gelegd tussen dader en slachtoffer. Als die kunnen komen tot een afspraak over vergoeding van de schade en eventuele andere geschilpunten, wordt de zaak geseponeerd en komt de rechter en niet aan te pas.

Zo werd dit jaar een overeenkomst gesloten tussen een Rotterdamse eigenaar van een elektronicawinkel en een klant van een tegenoverliggende cafetaria. De man vertelde in de cafetaria dat de winkeleigenaar een oplichter was, parkeerde zijn auto in de oprit van de winkel en mishandelde een werknemer van de winkel. De zaak kwam bij het openbaar ministerie terecht en werd daar voor 'dading' geselecteerd. Volgens T. Bouwes, projectcoördinator Dading in Rotterdam, had de winkeleigenaar behalve aan schadevergoeding behoefte aan een gesprek met de dader om erachter te komen waarom deze tot zijn treiterijen kwam. De dader wilde dat volgens haar ook, omdat hij zichzelf niet in de hand had en de problemen wilde oplossen. Dader en slachtoffer spraken in de dadingovereenkomst af dat de schade zou worden vergoed en dat alle geschillen in de cafetaria zouden worden uitgepraat.

De Landelijke Projectgroep Dading, die sinds 1989 experimenten heeft opgezet, had tot doel deze vorm van 'buitengerechtelijke afdoening' van strafbare feiten uiteindelijk landelijk in te voeren. Maar volgens Justitie is dading nooit echt aangeslagen bij de betrokken instanties openbaar ministerie, reclassering en slachtofferhulp. Sommige slachtofferorganisaties zouden 'dading' nog altijd niet kennen. In schriftelijke antwoorden op Kamervragen over dading stelt Sorgdrager dat één miljoen gulden subsidie aan de Projectgroep heeft geleid “tot de totstandkoming van (niet meer dan) driehonderd dadingovereenkomsten”. P. Wiewel, onbetaald lid van de Projectgroep, meent dat dading wel een draagvlak heeft en bestaansrecht heeft. “Dading heeft een heel ander uitgangspunt. Bij dading verdwijnt de zaak geheel uit het strafrecht, terwijl hij bij Terwee binnen het strafrecht wordt opgelost.” Als daders bij 'Terwee' hun afspraken niet nakomen worden ze alsnog vervolgd. Gebeurt dat bij dading, dan kan het slachtoffer tot een bedrag van drieduizend gulden een beroep doen op een garantiefonds. Wiewel: “Het mooiste is toch als burgers hun problemen zelf oplossen.” In Rotterdam wordt nu bekeken of dading onderdeel kan worden van het nieuwe project 'justitie in de buurt'.