Schalen en kommen van Martin Smith in Boijmans zijn ongrijpbaar; Monomaan barok schaven en zagen

Tentoonstelling: Martin Smith - Keramiek 1976-1996. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Tot en met 12 januari 1997. Di-za 10-17, zon- en feestdagen 11-17. Catalogus ƒ 39,95.

Simpeler kan bijna niet. In het midden van het Van Beuningen-de Vriese Paviljoen is een rechthoekige ruimte afgeschot van verticale ribben met daartussen wanden van ondoorzichtig, maar wel doorschijnend wit gaas. Van buitenaf zijn vaag de omtrekken van terracottakleurige en zwarte objecten te zien. Langs de binnenkant van deze blanke doos staan, beschermd door glazen schotten, in een dubbele rij ruim zeventig keramische kommen en schalen van de Britse kunstenaar Martin Smith (1950, Braintree, Essex). Iedere opsmuk of overdaad ontbreekt bij de inrichting van deze expositie. De architect van het luchtige, bijna ademende paviljoen-in-een-paviljoen, is Smiths land- en leeftijdgenoot John Pawson, aanvankelijk werkzaam in een textielfabriek die eigendom was van zijn familie. Pas in 1981 begon Pawson een eigen architectenbedrijf. Hij ontwierp een aantal galeries en winkels, maar ook meubels en interieurs. Zijn belangstelling voor de minimale architectuur van het modernisme en de traditionele, Japanse huizen met papieren schuifwanden tussen ranke stijlen is aan het tijdelijke project in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam duidelijk af te lezen. Pawsons constructie is een harmonische behuizing voor de witte, rode en zwarte, soms industrieel uitziende keramiek van Martin Smith.

De tentoonstelling bestrijkt de periode 1976 tot 1996. Smiths eerste werkstukken zijn zwarte, klassiek gedraaide vazen en schalen met een wit strepenpatroon. De objecten lijken een steunpunt te missen en zweven min of meer boven het tafelblad. Ze zijn prachtig afgewogen van verhoudingen, maar niet boeiender of vooruitstrevender dan wat elders in Europa en andere werelddelen werd en wordt gemaakt. Later, vanaf 1980, maken de ronde vormen plaats voor veel hoekiger vaten, nu van rood aardewerk. Een van de overgangsstukken is een vaasachtig lichaam dat refereert aan een schilderij van Pieter de Hoogh. We herkennen de tegelvloer en het doorkijkje van de Hollandse binnenhuisjes, maar het belang van dit voorwerp ligt vooral in een eigenwijze, terugwijkende hoek die doet denken aan een schuilplaats, beschut door de schuin oprijzende vaaswand.

Daarna worden Smiths vazen geleidelijk steeds minder geschikt om een bos bloemen in te zetten, maar gaan onderdeel uitmaken van een architectonische compositie. Zij kantelen, komen op een ingewikkeld gefacetteerde plint te staan, krijgen ondersteuning van een hele of halve bol en worden bekleed met koper of een ander metaal. In zijn titels verwijst Martin Smith naar de Italiaanse barokarchitect Borromini, onder meer naar diens San Carlo alle quattro fontane in Rome, een kerkje dat op een uiterst klein stukje grond gebouwd werd. En evenmin als de Romeinse kerkbezoeker visueel greep krijgt op de concave en convexe golvingen, de compacte strengheid en de ritmische structuren van dit gebouwtje, is het mogelijk Smiths 'baroque interiors' in een enkele oogopslag te overzien of te benoemen. Steeds weer ontsnapt het werk van Smith aan een ordentelijke classificering of aan een geometrische indeling. De tekst in de catalogus maakt een verdeling in reeksen: holle zuilen of hellende objecten, met of zonder voetstuk, maar dat helpt niet veel.

In het midden van de jaren tachtig veranderen de architectonische composities. Smith stapt over op een soort schalen, bestaande uit twee of meer segmenten van bollen. De segmenten, die nooit precies in elkaar passen, zijn aan hun binnenkant in zachte kleuren beschilderd, verlevendigd met sgrafitto lijnen. In het uiterste geval lijkt het of de kunstenaar met geweld een bestaande ronde kom heeft geprobeerd glad te strijken en tot een horizontale plak te forceren. Sommige kommen verzetten zich en tonen nog een restant van een kromming of holte.

Veel rustiger en van recente datum zijn twee grote, ringvormige schalen: Shift and rotate, beide in een drukmal gemaakt. Elke schaal bestaat uit een massieve binnen- en buitenvorm die ten opzichte van elkaar gedraaid zijn. Aan de roodbakkende klei werd perliet toegevoegd wat een levendig, pukkelig effect op de huid van de ringen geeft. In tegenstelling tot die ruwe bolster verrast de binnenkant door zijn luxueuze versiering van bladgoud of bladplatina. Vooral het exemplaar waar de gouden 'voering' in vierkanten is gesneden, schittert je tegemoet.

Museum Boijmans Van Beuningen heeft de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan Britse keramisten. Aan de solotentoonstelling van Martin Smith gingen exposities van Michael Cardew, Hans Coper, Lucie Rie, Gordon Baldwin en Alison Britton vooraf. Van dit rijtje is Smith de jongste; zijn oeuvre is duidelijker dan bij de anderen het resultaat van een monomaan vormonderzoek, van zagen, slijpen, schaven en polijsten. Het is op geen enkele manier lieflijk te noemen, maar het intrigeert wel.

    • Hetty Terwee