Nederlandse geschiedenis

De stad Albany in de Amerikaanse staat New York heeft een rijke historie. Drieënhalve eeuw geleden woonden in de bloeiende stad, Beverwijck geheten, ongeveer duizend kolonisten, bijna allemaal van Nederlandse afkomst. Latere generaties bouwden over de stad heen en tot systematische opgravingen van de oudste gedeeltes is het nooit gekomen. Soms stuitten bouwvakkers op eeuwenoude resten maar niemand werd daar sentimenteel van. Zand erover.

Onlangs was het weer zover. Op de plaats waar een nieuw kantorencomplex moet verrijzen werden resten gevonden van de vroegste huizen en latrines. Een archeologisch bureau, Karen Hartgen Associates, werd aangezocht om de plek te onderzoeken. Na het uitbrengen van een rapport duurde het meer dan anderhalve maand voor Hartgen terughoorde dat ze zeven dagen had om de plek verder uit te graven. Hartgen gaf de opdracht terug en een ander bureau nam het over.

Hartgen: “Het was voor mij professioneel onaanvaardbaar om in zeven dagen deze archeologische vindplaats te moeten onderzoeken. Zeven dagen is te weinig voor zoiets!” Collamer Associates nam de opdracht over en viste ongeveer duizend voorwerpen uit de locatie maar het is nog niet duidelijk welk deel daarvan 17de-eeuws is. Ook is een muur uitgegraven en verwijderd. Mogelijk wordt die geplaatst in de hal van het nieuwe gebouw. Een woordvoerder van de Dormitory Authority, de staatsprojectontwikkelaar die het overheidskantoor gaat bouwen, zegt dat alle ondergrondse resten zullen worden gespaard.

“Dit gebouw staat er niet voor altijd”, aldus een opgeruimde Claudia Hutton. “Over een jaar of dertig is er misschien een nieuwe gelegenheid om de bouwplaats te onderzoeken.” Hutton houdt niet op te benadrukken dat haar werkgever zich aan alle regels gehouden heeft. Dat is ook de strekking van een brief die de Dormitory Authority in antwoord aan de Nederlandse consul-generaal Tjaco van den Hout in New York en aan staatssecretaris T. Netelenbos heeft gestuurd. Zowel Van den Hout als Netelenbos had door middel van protestbrieven een beroep gedaan op de gouverneur van de staat New York om meer tijd voor archeologisch onderzoek uit te trekken.

Charles Gehring, directeur van het New Netherland Project aan de New York State Library, is somber over het snelle dichtgooien en de aanstaande bouw. “Opnieuw wordt een stuk geschiedenis van Beverwijck vernield”, zegt hij. “Ze zullen heipalen de grond indrijven. Een enorme hoeveelheid Nederlandse geschiedenis wordt hier kapotgemaakt.” Gehring stelt vast dat de houding van de overheid in Albany in de Verenigde Staten helaas geen uitzondering is. “De mentaliteit is gericht op de korte termijn. Men heeft slechts oog voor het scheppen van een paar banen en verbreding van de machtsbasis.” Gehring illustreert dat met een recent voorbeeld uit Boston, waar onlangs bij het graven van een tunnel ook waardevolle resten van prekoloniale bewoners werden gevonden. Niemand had zin om zich voor het onderzoek en behoud ervan in te zetten.

Albany heeft wat zijn plaatselijk verleden betreft ook een trieste staat van dienst. Een betonnen snelweg door het centrum moest Albany begin jaren zeventig definitief de twintigste eeuw in brengen. De 17de-eeuwse resten van Fort Orange mochten zes maanden worden onderzocht maar daarna kwam de bulldozer in naam van de vooruitgang. De resten van het oude fort, waarvan ondergronds een deel moest achterblijven, zijn tot monument verklaard.

Kaalslag heeft de kern van het oude Nederlandse stratenplan van Beverwijck definitief weggevaagd en in het centrum staat nu een futuristisch aandoend kantorencomplex waar de statelijke overheid huist. Enkele jaren later was het opnieuw raak. Resten van een armenhuis mochten in de ijskoude winter van 1986 slechts drie weken worden onderzocht. In hetzelfde jaar werd in dezelfde omgeving een 17de-eeuws kerkhof gevonden maar een parkeergarage voor 950 auto's maakte daar korte metten mee.

De opgravingen die nu zijn gedaan hebben opnieuw slechts een tipje van de sluier opgelicht. Kenners van het gebied denken dat op die plaats twee molens, een brouwerij en mogelijk resten van het huis van de rijke Jeremias van Rensselaer aan te treffen zijn. Janny Venema, medewerker van het New Netherland Project, is al tien jaar bezig op grond van onroerendgoed- en rechtsarchieven een plattegrond van 17de-eeuws Beverwijck te maken. Op grond van de notulen van rechtsgeschillen - Catelijntie Barendsen getuigt dat zij Ludovicus Cobes op straat hoort roepen: 'Jij duivelse gek, al lig je in bed je hoort me wel; kom tevoorschijn en betaal je schulden' - weet ze wie er naast wie woont en wie aan de overkant - of in elk geval in de buurt.

“Als ik in sommige stukken van Albany over straat loop weet ik precies over wiens erf ik loop”, zegt Venema. “Op het bouwterrein van de Dormitory Authority woonden driehonderdvijftig jaar geleden onder anderen Jan Verbeeck, die een varkensstal op zijn grond had staan. Frans Barendse Pastoor had er een brouwerij en op het terrein van Cornelis Teunissen Bos stond later in elk geval een bakkerij.” Voor Venema zou grondig onderzoek in de bodem de eerste toetsing van haar werk hebben betekend.

Ook archeoloog Paul Huey wijst op het belang van de locatie. Het gedeelte in kwestie lag aan de noordrand van de stad naast de poort. Mogelijk hadden er sporen kunnen worden gevonden van de handel met indianen en met de Fransen. “We weten dat er handel was met die bevolkingsgroepen”, zegt Huey, die vijfentwintig jaar geleden de opgravingen van Fort Orange leidde, “maar we weten zo weinig over het hoe en wat. Waren Indianen vrij om Beverwijck in en uit te gaan? Hadden de Fransen, die clandestien met Beverwijck handelden, contactpersonen of misschien zelfs huizen waar ze tijdelijk in woonden? Er is nog ontzettend veel dat we niet weten.” Uit ervaring weet Huey ook dat zich bij opgravingen altijd verrassingen voordoen waar we ons niet eens een voorstelling van kunnen maken. Als er niet wordt gegraven zijn er nooit verrassingen.

    • Lucas Ligtenberg