Mafia stichtte brand theater La Fenice

ROME, 21 NOV. De brand die eind januari het beroemde Venetiaanse operahuis La Fenice vrijwel volledig in de as legde, is aangestoken door de camorra, de Napolitaanse mafia, zo heeft een justitiële onderzoekscommissie vastgesteld.

De voorlopige resultaten van het onderzoek zijn openbaar gemaakt door het linkse dagblad L'Unità. Toen de brand uitbrak, was het theater dicht voor restauratiewerkzaamheden, waaronder de aanleg van een nieuw brandbeveiligingssysteem. Een van de onderaannemers die hierbij was betrokken en die nauw samenwerkte met de camorra, heeft volgens de onderzoekscommissie opdracht gegeven om het gebouw in brand te steken. Het bedrijf lag achter op het werk en vreesde sancties.

De naam van het bedrijf is door de commissieleden nog niet naar buiten gebracht. Bij het werk was een aantal ondernemingen betrokken, die weer een deel van hun werk hadden uitbesteed aan onderaannemers.

Hoewel direct na de brand, in de nacht van 29 januari, werd vermoed dat een koffiezetapparaat de oorzaak was, bleek al snel dat het vuur is aangestoken. Een reconstructie heeft uitgewezen dat er twee brandhaarden waren, één in de loge en één onder het verlaagd plafond. Bovendien was op de betrokken avond het nabije kanaal drooggelegd voor onderhoud, zodat de brandweer moeite had om bij bluswater te komen. Volgens de onderzoekscommissie laat dit zien dat de brand op een professionele manier is aangestoken.

Volgend jaar zal de restauratie van La Fenice beginnen. Het gebouw zal in zijn oude luister worden hersteld. De kosten van het herstelwerk worden geraamd op ongeveer 150 miljard lire, rond de 170 miljoen gulden.

De Fenice is niet het enige operagebouw dat door de georganiseerde misdaad in de as is gelegd. In de Zuiditaliaanse havenstad Bari loopt een proces wegens de brand die in oktober 1991 het prachtige operahuis Petruzzelli volledig verwoeste. Hierbij heeft de impresario van het gebouw, Pinto, samengewerkt met de lokale mafia. Pinto had enorme schulden. Hij hoopte die af te lossen met een deel van het geld dat hij verwachtte op te halen voor de wederopbouw van het theater en door veel van die werkzaamheden toe te spelen aan bedrijven die gelieerd zijn aan de plaatselijke mafia, de Sacra Corona Unità. Pinto heeft iedere rol in de brandstichting ontkend.

De geblakerde muren van het Petruzzelli theater, dat particulier bezit is, staan nog steeds als een staketsel overeind. De gemeente en de familie die het gebouw bezit, proberen al jaren tevergeefs een akkoord te bereiken over de vraag of, hoe en met wiens geld het operahuis moet worden herbouwd.