Luchtig vertier bij Svetlanov

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov m.m.v. Nikolai Lugansky, piano. Muziek van Rimsky-Korsakov, Rachmaninov en Tsjaikovski. Gehoord: 20/11 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 21, 22/11. Radio: 30/11 14 uur Radio4.

Waarom heeft de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw een vlakke vloer? Omdat de tempel van onze Nederlandse muziekcultuur 108 jaar geleden begon als een horeca-exploitatie met wat verheven kunstgenot op het niveau van het podium. De gedachte aan die tijd van tafeltjes in de zaal, keuvelend publiek en rondlopende obers komt op bij het bijna vederlicht amuserende programma dat het Concertgebouworkest deze week speelt onder leiding van de Haagse chefdirigent Jevgeni Svetlanov. Eindelijk eens luchtig vertier, zonder existentiële kommer en kwel.

De Rus brengt diverterende Russische stukken, met in Rachmaninovs Rapsodie op een thema van Paganini ook nog de Russische pianist Nikolai Lugansky als solist. Rimsky-Korsakovs wel erg eenvoudig gecomponeerde ouverture Het meisje van Pskov en Tsjaikovski's Derde suite omlijsten dat populaire stuk met de zwelgende achttiende variatie.

De Rimsky klinkt vooral roerig. De Rachmaninov, waarin Nikolai Lugansky zijn collega Richard Clayderman in kunstzinnige zin overtreft, wordt goed gespeeld maar niet uitzonderlijk memorabel. En na de pauze krijgt van de weeromstuit de Tsjaikovski toch nog een soms wat hoekige afwisseling van wufte elegie en pathetische wanhopigheid, want zonder enig leed en zwarigheid kan een concert kennelijk toch niet.

Concertmeester Jaap van Zweden kwam met een fabelachtig gespeelde solo, waarvan men graag even in stilte genoot. Maar daarna, tijdens al die holle pompositeit, ontleend aan zo'n ballet waarin een verveelde prins mag kiezen tussen vier huppelende wichten, kan men toch niet serieus en aandachtig luisterend op zijn stoel blijven zitten. De obers hadden mogen binnenmarcheren!

    • Kasper Jansen