Laten we even dat Renaultje pesten

Ivana rijdt op een avond met mij in haar Renault 4 in een rustig tempo door het centrum van Belgrado. Ze drukt met haar rechterhand de versnellingpook het dashboard in, draait haar hand een kwartslag en trekt hem weer terug.

Zo tuffen wij door het verkeer. We passeren een stoplicht en slaan linksaf. Dan staat daar plotseling een man midden op straat. Politie. Ivana doet haar raampje open. “Papieren”, buldert de man. Ze moet meekomen naar de politieauto, ik loop er achteraan. “U bent door het rode licht gereden. U zult moeten voorkomen. Dat gaat u uw rijbewijs kosten”, zegt de Servische politieman die in de auto al zit te schrijven.

Door het rode licht gereden? We kijken elkaar aan. Wij hebben geen rood licht gezien. Bovendien, er kwamen nog drie auto's na ons de bocht om die gewoon mochten doorrijden. En trouwens, hoe kunnen die agenten, die ten minste 300 meter van het stoplicht om de hoek vandaan stonden, hebben gezien dat het rood was?

Dit laatste herhaal ik een paar keer. Maar Ivana zwijgt koeltjes. Zeg dat dan, denk ik, zeg dan tegen die agenten dat zij dat nooit gezien kunnen hebben. Maar ze zegt niks. Ik zeg voor de derde keer: “Maar hoe kunnen zij..”. De agent onderbreekt mij: “Pas op”, zegt hij “want ik versta Engels”. Ik houd mijn mond.

“Wat een rotzakken!” roep ik als we even later verder rijden. “Ze hadden gewoon even zin om iemand aan te houden. Ze dachten gewoon: 'laten we dat Renaultje eens pesten'. Maar ze kunnen het nooit bewijzen! En ik zal getuigen!”

Ivana is niet onder de indruk. Ze zegt: “als zij zeggen dat wij door rood zijn gereden dan is dat zo”. Wat een vreemd land is dit en wat een vreemde mensen, denk ik.

Maar dan, na een lange stilte, zegt Ivana grijnzend: “Er is helemaal niets aan de hand. Ik ben goed bevriend met de postbode. Hij zorgt er altijd voor dat dagvaardingen bij mij niet aankomen.” “Oooh ja”, zeg ik, alsof alles mij nu duidelijk is.

    • Daniela Hooghiemstra