Historicus Geyl

Onder de titel 'Historicus Geyl' verscheen op 5 november een reactie van de Utrechtse historicus H.W. von der Dunk, op Heldrings artikel van 22 oktober: 'Een man van vlees en bloed'. Heldring vestigde daarin de aandacht op mijn bundel historische studies Vlaanderen, België, Groot-Nederland. Mythe en geschiedenis (Leuven, Davidsfonds) die grotendeels gewijd is aan de Groot-Nederlandse beweging en meer bepaald aan de rol van Gerretson en Geyl daarin.

Er wordt daarin aangetoond dat de Groot-Nederlandse beweging door Duitsland in het leven werd geroepen tijdens de Eerste Wereldoorlog, als een middel om België te vernietigen en om Nederland in het Duitse Mitteleuropa op te slorpen. Tijdens die oorlog trad Gerretson op als agent van Duitsland. Er wordt daarna ingegaan op de latere verstrengeling tussen Groot-Nederland en fascisme. Voor wat Gerretson betreft, was dat geen geheim; de historicus L.J. Rogier typeerde hem raak als degene die van het Groot-Nederlandisme een verzamelplaats maakte van “Nederlandse jongeren, wier nationalisme steeds meer het totalitaire karakter ging vertonen dat hen in fascistisch of nationaal-socialistisch vaarwater bracht”.

Geyls leerlingen hebben van hun meester het beeld opgehangen dat hij alle fascistische strekkingen in de Groot-Nederlandse beweging steeds krachtig zou bestreden hebben. In feite ging hij een heel eind mee met zijn vriend en medestander Gerretson. Trouwens, indien hij dat niet gedaan had, zou hij zich buiten de beweging geplaatst hebben, die hij integendeel samen met Gerretson wilde leiden. Geyls leerlingen ontkenden vroeger ook, en zij verdoezelen nu nog blijkens Von der Dunks inzending, dat het doel van Geyl was: de vernietiging van België en de annexatie van Vlaanderen bij Nederland. Die vernietiging kon natuurlijk alleen bereikt worden door een nieuwe oorlog, die door een fascistisch Duitsland zou worden gewonnen.

Tenslotte heb ik een heel uitvoerige studie opgenomen over De zogenaamde Groot-Nederlandse geschiedschrijving. Zogenaamd, omdat blijkt dat die geen wetenschappelijke bedoeling had, maar louter een politiek instrument was om België te bestrijden. Zodat ik moest besluiten: “Niet alleen heeft Geyl welbewust een mythe opgebouwd, hij heeft daarbij leugen en laster niet geschuwd, zowel over zijn vriend Herman Vos als over zijn vijand Pirenne. Terwijl hij aan Gerretson bekende: 'Pirenne is een verbazende kraan', ging hij voort met in zijn correspondentie, in voordrachten en in publicaties te beweren dat hij bij Pirenne 'telkens weer op rotte plekken en op een rammelende constructie stuitte', en dat hij daardoor 'zijn historisch zedelijkheidsbesef gekwetst voelde'. Die teksten is hij blijven heruitgeven na de Tweede Wereldoorlog. - Ik voel mijn historisch zedelijkheidsbesef gekwetst, niet alleen doordat Geyl zo brutaal kon liegen, maar ook door het stilzwijgen daarover door vereerders van Geyl tijdens de jongste decennia”.

Uit de reactie van Von der Dunk leid ik af, dat hij als vereerder betreurt dat P. Blaas en J.L. Heldring het stilzwijgen doorbroken hebben.

    • Lode Wils